Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een stil plaatsje, evenals Geervliet, beide aan de oude Bornisse, Rokkanje, in welks nabijheid een meertje ligt met een groot gehalte aan kalk, waardoor voorwerpen, die in het water gelegd worden, spoedig met een kalklaag bedekt zijn, en OostVoorne met een ouden burcht, een kleine badplaats. De overige plaatsen zijn alle min of meer welvarende landbouwdorpen. Een tramlijn van Rotterdam splitst zich bij Spijkenisse in twee takken; een naar Hellevoetsluis en een over Brielle naar Oost-Voorne.

Voornsche kanaal, gegraven van 1827— 1829 om Rotterdam (zie aldaar) langs de haven van Hellevoetsluis een betere verbinding met de zee te verschaffen, dan langs de steeds meer verzandende Brielsche Maas mogelijk was, is 10 600 m. lang en loopt dwars door het eiland Voorne van de Nieuwe Maas naar het Haringvliet. De bodem ligt 6,30 m.-f-A. P., de bodembreedte bedraagt 10 m., in het verbreede gedeelte bij Hellevoetsluis 46 m. en op de vier wisselplaatsen 34 m. De waterstand wisselt af tusschen 0,40 m. + en 0,70 m.-f-A. P. Aan het begin en het einde bezit het kanaal schutsluizen.

Vooroordeel is in het algemeen een oordeel, dat over een zaak geveld wordt, voordat men deze behoorlijk heeft onderzocht. Een vooroordeel is niet altijd een dwaling, maar men is niet zeker van zijn rechtmatigheid. In den regel geeft men echter den naam van vooroordeelen aan dwalingen, waartoe men vervallen is, omdat men voor of zonder onderzoek een bepaalde meening opvatte omtrent deze of gene zaak.

Voorparlement is de naam van de bijeenkomst der voormalige en actieve leden der Stenden van de Duitsche landen, die, naar aanleiding van een oproep van de Commissie van Zeven van den 12den Maart, den 13deB April 1848 te Frankfort a. d. M. plaats vond. Er waren 600 leden aanwezig. Het ontwerp-grondwet, door de genoemde commissie ter behandeling aangeboden, werd niet afgehandeld. Alleen werd de door Hecker en Struve kenbaar gemaakte wensch om tot de uitroeping van de republiek over te gaan afgewezen. Daartegenover besloot het voorparlement om Sleeswijk en de provincie Pruisen in het nieuwe rijk op te nemen, het aan Polen aangedane onrecht te herstellen en tot het samenroepen van een parlement,gekozen volgens rechtstreeksch kiesrecht zonder censusvoorwaarden.

Voorpostendienst. Daar een troepenmacht in staat van rust niet altijd slagvaardig kan zijn, wordt daarvan steeds een gedeelte bestemd om tegen elke overrompeling van 's vijands zijde te waken. Men geeft aan de taak van dit gedeelte den naam van voorpostendienst. Deze zoekt tevens berichten in te winnen omtrent de sterkte, de stelling en de voornemens van den vijand, doorzoekt het terrein en poogt bij aanvallen des vijands dezen zoolang op te houden, dat de hoofdmacht slagvaardig kan optreden. Is de vijand nog ver, dan zet men : na afloop van een marsch marschvoorposten uit, i waarbij de toegangswegen worden afgesloten. ] Is de vijand in de onmiddellijke nabijheid, zoodat ' de strijd spoedig te verwachten is, of wel wordt i het gevecht door de duisternis tijdelijk afgebroken, 1 dan zet men gevechtsvoorposten uit. Ten slotte ( worden stelselmatige voorposten geplaatst, wan- 1 neer de vijand geheel of gedeeltelijk ontwikkeld 1 uit zijn opstelling tot den aanval kan overgaan, ( het tusschenterrein wordt dan bezet 1

i Men spreekt van een voorpostengros en voorposl tendetachemmlen; van veldwachten en posten (dub- bel-korporaals- en gedetacheerde posten). , De voorpostendienst in den vestingoorlog ver-

■ schilt in menig opzicht van dien te velde, o.a. . kent men hier uitkijk en luisterposten.

' Voorrechten of privileges worden in de i tegenwoordige wetgevingen niet meer geduld, voor • zoover ze als gunstbewijzen voor bepaalde personen of bepaalde categorieën van personen moeten worden beschouwd. Art. 175 onzer Grondwet zegt uitdrukkelijk, dat geen privilegiën in het stuk van be-

■ las tingen kunnen worden verleend; alleen aan den Koning en den Prins van Oranje wordt in art. 26 vrijdom toegekend van alle personeele lasten. In het burgerlijk recht komt voorrecht of privilege voor in den zin van bevoegdheid van bepaalde schuldeischers om boven andere schuldeischers uit de opbrengst van des schuldenaars goederen betaald te worden. De wetgever heeft dezevoorrechten ingesteld, omdat hij het billijk acht, dat de bedoelde schuldeischers in de eerste plaats bevredigd worden. Ook pand en hypotheek (zie aldaar) geven voorrang boven andere schuldeischers, maar verschillen hierin van privileges, dat zij moeten worden bedongen, terwijl privileges voortvloeien uit de wet. Treft pand of hypotheek samen met een of meer voorrechten, dan gaan in 't algemeen pand en hypotheek voor. De voorrechten zijn gevestigd df op zekere bepaalde goederen öf op alle roerende en onroerende goederen in het algemeen; de eerste hebben weer voorrang boven de laatste. Als bevoorrechte schulden op zekere bepaalde goederen noemt ons Burgerlijk Wetboek (art. 1185): 1°. de gerechtskosten, uitsluitend veroorzaakt door de uitwinning eener roerende of onroerende zaak; dit voorrecht gaat boven pand en hypotheek; 2°. de huurpenningen van onroerende goederen, de kosten van reparatie, waartoe de huurder verplicht is, mitsgaders alles wat tot de nakoming van de huurovereenkomst betrekking heeft. Dit voorrecht is uitermate omvangrijk, omdat het ook rast op goederen, die zich op den verhuurden grond of in het verhuurde huis bevinden, doch den huurder niet toebehooren en omdat het bij vervoer van het goed nog gedurende zekeren termijn blijft bestaan; 3°. de nog onbetaalde koopprijs van roerende goederen ; 4°. de kosten tot behoud eener zaak gemaakt; 6°. de kosten tot bearbeiding eener zaak aan den werkman verschuldigd; 6°. de leveringen door een herbergier aan een reiziger; 7°. de vrachtloonen en bijkomende onkosten; 8°. vorderingen van metselaars, timmerlieden en andere werkbazen wegens opbouw en reparatie van onroerende goederen; 9°. de vergoedingen en betalingen, waartoe openbare ambtenaren wegens ambtelijke verzuimen, misslagen en misdrijven gehouden zijn. Als voorrechten op alle goederen worden in art. 1195 van hetzelfde wetboek vermeld: 1°. de gerechtskosten, uitsluitend veroorzaakt door uitwinning en boedelredding: deze gaan weer boven pand en hypotheek; 2°. begrafeniskosten; 3". kosten van de laatste ziekte; 4°. arbeidsloonen en bijkomende vorderingen; 5°. schuldvorderingen wegens levering van levensmiddelen gedurende de laatste

6 maanden; 6°. schuldvorderingen van kostschoolhouders over het laatste jaar; 7°. schuldvorderingen van minderjarigen of onder curateele gestelden tegen ouders, voogden of curators. In het Wetboek van Koophandel komen nog andere belangrijke voorrech-

Sluiten