Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorzienigheid noemt men in de dogmatiek de werkzaamheid van het Opperwezen, waardoor alles, wat geschapen is, in stand blijft en zóó bestuurd wordt, dat het aan zijn bestemming beantwoordt.

Vopiscus, Flavius, een Romeinsch geschiedschrijver uit Syracuse, leefde in den aanvang der 4de eeuw n. chr., heeft medegewerkt aan de „Historia Augusta". De levensbeschrijvingen van de keizers Aurelianus, Taeitus, Florianus, Probus, Firmus, Saturninus, Proculus, Bonosus, Carus, Numerianus en Carinus worden aan hem toegekend.

Voragine, Jacóbus de, een Italiaansch schrijver, geboren omstreeks 1230 te Viraggio bij Genua, trad reeds vroeg in de Orde der Dominicanen en werd aartsbisschop van Genua. Hij vertaalde den Bijbel in het Italiaansch en schreef: „Sermones dominicales", in 1689 te Venetië gedrukt (nieuwe uitgave van Figarol (dl. 1 en 2, 1874—1876), en „Legenda aurea sive historia Lombardica", een werk met levensbeschrijvingen en verhalen van heiligen, dat in bijna alle Europeesche talen werd overgebracht. Van dit werk bestaan een groot aantal uitgaven; wij noemen die van Grosse (1845), Roze, (3 dln., 1902) en Wyzewa (dl., 1902).

Vorarlberg of het land vóór den Arlberg, een Oostenrijksch. Kroonland, administratief met Tirol vereenigd, grenst in het N. aan Beieren, in het O. aan Tirol, in het Z. aan Zwitserland en in het W. aan het vorstendom Liechtenstein en aan Zwitserland. Het heeft een oppervlakte van 2602 v. km. en telt (1907) 141 83B inwoners. Het land is voor het grootste deel bergachtig; men vindt er de Aigauer Alpen met den Ratikon (2969 m.), de Lechtaler Alpen met de Wildgrubenspitze (2756 m.) en het Bregenzer Woud (2232 m.), in het Z. O. de

Katische Alpen met ue F ermuil tgroep en de Fervallgroep. De Arlberg (1802 m.) vormt de verbinding tusschen de groepen van de Noordelijke Kalkalpen en die van de centrale gneiszone. De grootste dalen zijn die van zijn Rijn, de 111, de Aifenz en de Bregenzer Ache.Een oppervlakte van 34 v. km. van het Bodenmeer behoort tot Vorarlberg. De inwoners zijn voornamelijk Katholiek en Duitsch. De hoeveelheid graan, die verbouwd wordt, is voor de behoefte niet voldoende; verder verbouwt men peulvruchten, aardappelen, beetwortelen,hooi en ooft.

Van veel belang zijn veeteelt en nijverheid, mijnbouw wordt niet uitgeoefend. Een deel van de bevolking begeeft zich 's zomers als daglooner, metselaar enz. buitenlands. De Landdag bestaat uit den vicaris-generaal en 23 afgevaardigden. Het land is verdeeld in 3 arrondissementen en heeft Bregenz tot hoofdstad.

Vorden, een gemeente in de provincie Gelderland, 6529 H. A. groot met (1910) 3328 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Lochem, Laren, Ruurloo, Hengeloo en Warnsveld. De bodem bestaat grootendeels uit diluviaal zand, langs de Vordensche Beek ?n haar zijrivieren vindt men klei. Het voor¬

Wapen van Vorarlberg.

naamste middel van bestaan is landbouw. Tot de gemeente behooren de dorpen Vorden en Mossel, eenige gehuchten en een aan tal landgoederen, zooals Vorden, De Wildenborgh, Hackfort, De Bramel en 't Enserinck.

Het dorp Vorden ligt aan de Vordensche Beek en aan den straatweg van Zutfen naar Pruisen. Er is een station van de spoorlijn van Zutfen naar Winterswijk. Men vindt er een Hervormde kerk en het kasteel Huis te Vorden met een ouden toren. Op het kerkhof ligt de dichter A. C. W. Staring, die den Wildenborch bewoonde, begraven.

Vork is de naam van een voorwerp met 2—4 tanden en een steel, inzonderheid van ijzer, staal, zilver of hoorn gemaakt, dat dient om de een of andere stof of voorwerp, vooral spijzen, op te nemen. Ofschoon men in de Oudheid wel dergelijke voorwerpen kende (bijv. den drietand van Neptunus en een vork met 5 tanden uit een graf te Paestum), schijnen ze voor het eten eerst veel later gebruikt te zijn. Tot omstreeks het jaar 1000 at men nog met de vingers. Wel worden in oude gedichten, zooals Guillaume d'Orange" en andere, groote drietandje vorken genoemd, die in de keuken werden gebruikt. Volgens Pier Damiani (f 1072) zou een Byzantijnsche prinses de eetvorken het eerst te Venetië hebben ingevoerd. In Frankrijk worden zij in 1379 in den inventaris van Karei V voor het eerst genoemd. In dit land werden, zij, evenals in Duitschland, aanvankelijk als een overdreven weelde en als een teeken van verweekelijking beschouwd; nog in de 16de eeuw maakte men satiren op het eten met de vorken. In Fransche, later ook in Schotsche kloosters, werd het eten met de vork als zondig beschouwd en verboden. De oudste vorken, die zeer klein waren, waren aan het andere uiteinde voorzien van een lepel. In China worden geen vorken gebruikt; daar eet men met behulp van kleine stokjes.

Vorlander, Karl, een Duitsch wijsgeer, geboren den 2den Januari 1860 te Marburg i. H., studeerde aldaar en te Berlijn in de wijsbegeerte, letterkunde en geschiedenis en is thans hoogleeraar aan het reformgymnasium te Solingen. Hij schreef: „Der Formalismus der Kantischen Ethik in seiner Notwendigkeit und Fruchtbarkeit" (1893), „Kant und der Sozialismus" (1900), „Die neukantische Bewegung im Sozialismus" (dl. 7 van de „Kantstudien", 1902), „Marx und Kant" (1904), „Geschichte der Philosophie" (2de druk, 2 dln., 1908), „Kant, Schiller, Goethe. Gesammelte Aufsütze" (1907) enz. Bovendien heeft hij de meeste werken van Kant met inleidingen en registers uitgegeven. Vorltinder is Neo-Kantiaan en brengt het socialisme in verband met Kant, uitgaande van de meening, dat de ethica van dezen het meest geschikt is als basis voor de socialistische wereldbeschouwing, die immers beoogt een gemeenschapszedeleer te vestigen<

Vormen. Zie Gieten.

Vorming. Zie Geologische formatie.

Vormleer is dat deel van de taalkunde, dat de verbuiging en de vervoeging van de woorden behandelt. Tusschen vormleer en klankleer (zie aldaar) bestaat een scherpe afscheiding; met de semasiologie (zie aldaar) en de syntaxis (zie aldaar) hangt zij daarentegen nauw samen, zoodat men het gebied van deze wetenschappen niet scherp kan begrenzen. *

Sluiten