Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inflorescens uitmunten, zijn: V. irachystachys, V. corallina. V. fenestrales, V. gigantea, V. gluucophylla, V. hieroglyphica, V. psittacina, V. splendens, en V. Vasfilliere.

Vrieskamer. Zie Afkoelingsmachines.

Vriespunt. Zie Smelten en Thermometer.

Vriespuntsverlag'ing: en Kookpuntsverhoog-ing: is de naam van een tweetal verschijnselen, welke zicli bij oplossingen (zie aldaar) voordoen en die, zooals voornamelijk door Van 'tHoff is aa-getoond, nauw samenhangen met de verschijnselen van den osmotisehen druk (zie aldaar). Blogden had reeds in 1788 opgemerkt, dat het vriespunt van een oplossing lager ligt dan dat van het zuivere oplosmiddel. Raoult leidde uit zijn proefnemingen af, dat de vriespuntsverlaging en ook de kookpuntsverhooging voor oplossingen van dezelfde vaste stof in dezelfde vloeistof evenredig is met de concentratie en dat oplossingen, die in gelijke hoeveelheden van dezelfde vloeistof evenveel moleculen (aequimoleculaire oplossingen) van verschillende vaste stoffen bevatten een gelijke vriespuntsverlaging en kookpuntsverhooging vertoonen. In de onderstaande tabel zijn enkele getallen, zooals zij met behulp der toestellen van Bechmann voor waterige suikeroplossingen zijn bepaald, opgenomen. Daarin is m het aantal grammoleculen suiker, dat is dus de hoeveelheid suiker, uitgedrukt in het moleculairgewicht als eenheid, en t de waargenomen vriespuntsverlaging, resp. kookpuntsverhooging.

Vriespuntsverlaging. Kookpuntsverhooging.

m in 100 K = m in 100 I K =

gr. water. - gr.water. 1 t m 1 m

0,01305 0,2450 18,8 0,0333 0,17 5,099

0,00688 0,1247 18,1 0,0999 0,51 5 099

0,00353 0,0634 17,9 0,1332 0,69 5,174

De overeenstemmende waarden in elk van de bei-

ae tierae Kolommen toonen m de eerste plaats de iuistheid van de eerstfi wp( var» Rnntilf qo.»

« <*,«.11. XJTO UC-

teekenis van deze getallen (K) is verder deze, dat,

muien nft inogeujK was om in luo gr. water een

erammolepiml f338 8 (rr \ dl iL'ni- e\-r\ 4-n J

0 ouiavx UJJ LC .lUSSt.II, Ut;

vriespuntsverlaging, resp. kookpuntsverhooging, ge-

zuu uearagen. volgens de tweede wet van Raoult is nu deze zoogenaamde moleculaire vriespuntsverlaging en kookpuntsverhooging onafhankelijk van den aard der opgeloste stof, maar wordt zij alleen bepaald door het oplosmiddel. \oor een drietal verschillende oplosmiddelen zijn haar waarden in de volgende tabel bijeengebracht.

Moleculaire Moleculaire Oplosmiddel. vriespunts- kookpuntsverlaging. verhooging.

Water 18,6 5 2

Azijnzuur 39 25 3

Benzol 49 26^7

Is nu deze waarde omgekeerd voor een oplosmid-

. del gegeven, dan kan men, door de vriespuntsver, laging of de kookpuntsverhooging, welke een afge1 wogen hoeveelheid van een stof daarin teweegbrengt, te bepalen, het moleculair gewicht van deze stof berekenen. Immers geven p gram van een stof met het onbekende moleculairgewicht M een vriespuntsver■ laging, resp. kookpuntsverhooging, ^ in een oplos- middel, waarvan de moleculaire constante K be) draagt, dan heeft men volgens de eerste wet van 1 Raoult:

A-: K = —-: 1, waaruit M =

M A

; Tot nu toe hebben wij deze moleculaire constante opgevat als een grootheid, waarvan de waarde alleen proefondervindelijk kan worden gevonden. Van veel > belang is het daarom, dat Vafrit Hoff heeft bewezen, dat zij langs thermodynamischen weg uit andere physische constanten kan worden b e r e k en d. Hij toonde n.1. aan, dat er tusschen de moleculaire vriespuntsverlaging K, de absolute temperatuur van het vriespunt T en de latente smeltwarmte W van het oplosmiddel de volgende betrekking bestaat: K = 0,01991 T2

^ , een betrekking, welke Arrhenius ook

afleidde voor de moleculaire kookpuntsverhooging.

Een aantal stoffen, zooals zuren, zouten en basen wijken in waterige oplossingen van deze wetten af, terwijl zij zich in andere oplosmiddelen normaal gedragen. Bepaalt men uit haar oplossingen in water haar moleculair gewicht, dan vindt men kleinere waarden dan langs anderen weg verkregen worden. Het is, alsof zich in de oplossing meer moleculen of deeltjes, die in werking daarmede overeenkomen, bevinden dan men op grond van het werkelijke moleculairgewicht moet verwachten. Tot verklaring van deze afwijkingen heeft Arrhenius de (1887) theorie der Eleetrotyhsche dissociatie (zie aldaar) opgesteld.

Vriezenveen of Friezenveen, een gemeente in de provincie Overijse], 7218 H.A. groot met (1910) 5234 inwoners, wordt begrensd door de Overijselsche gemeenten Ambt Hardenberg, Den Ham, Hellendoorn, Wierden, Ambt Almeloo en Tubbergen en door de Pruisische gemeente Wilsum. De bodem bestaat uit hoog veen, diluviaal zand en laag veen. De voornaamste middelen van bestaan zijn landbouw, veenderij, handel en nijverheid. Tot de gemeente behoort het dorp Vriezenveen en een aantal buurten. Zij maakt een deel uit van de heerlijkheid Almeloo.

Het dorp Vriezenveen, als veenkolonie mislukt, heeft zijn ontstaan aan Hollandsche en Friesche volksplanters te danken, die in het laatst van de 14"0 eeuw van den heer van Almeloo een stuk veen ontvingen. In 1420 en in 1452 ontvingen zij verschillende rechten. Het dorp is tweemaal verplaatst. De inwoners van Vriezenveen legden zich reeds vroeg op den handel toe en reisden met tuinzaden en linnengoederen ons land en een deel van Europa, inzonderheid Zwitserland, Spanje en de Oostzeelanden door. Thans nog zijn te Sint Petersburg eenige winkels het eigendom van Vriezenveensche compagnieschappen. Vriezenveen ligt aan het Overijselsche Kanaalen aan de spoorlijn Almelo—Mariënberg, bezit een Hervormde kerk, gebouwd in 1801, een Gereformeerde en een Roomsch-Katholieke kerk.

Vroedschap. Zie Stad.

Vroedvrouw is de naam van een vrouwelijke

Sluiten