Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke en verstandelijke ontwikkeling van den raensch tracht te bevorderen. Zij is in 1856 opgericht en gevestigd te Amsterdam. Haar orgaan is „De Vrije Gedachte". In 1891 richtte zij het Nederlandsche Vrijdenkersfonds op, dat zich ten doel stelt onderstand te verleenen aan hulpbehoevende vrijdenkers en nagelaten betrekkingen van vrijdenkers, die in omstandigheden verkeeren, welke het verleenen van onderstand noodig maken. Op initiatief van het Nederlandsche Vrijdenkersfonds werd verder een Weezenkas en de levensverzekering „Aurora" opgericht.

Vrije arbeid noemt men in het algemeen het stelsel van arbeid, waarbij de arbeider ten opzichte van de keuze van arbeidssoort, arbeidsplaats, arbeidstijd, arbeidsduur en arbeidsloon, alleen afhankelijk is van zijn eigen wil. Zie Arbeid en Arbeiders.

Vrije gedachte. Zie Vrijdenkers.

Vrije gemeenten noemt men in Duitscliland godsdienstige genootschappen, die zich van de Protestantsche Staatskerk hebben losgemaakt. Zij ■werden gevormd door hen, die afkeerig waren van de verregaande orthodoxie der Luthersche Kerk. Door de reactie, die op het jaar 1848 volgde, werd deze beweging grootendeels onderdrukt. Ook in andere landenwaar men behoefte gevoelde aan afscheiding van het heerschende kerkgenootschap, bijv. in Schotland en in Zwitserland, ontstonden dergelijke sekten. Ook een Christelijke vereeniging te Amsterdam, die de Hervormde Kerk verliet, draagt den naam van Vrije gemeente.

Vrfle handel. Zie Handels-politiek.

Vrije kunsten (artes liberales, ingenuae of honae) noemde men bij de Romeinen de kennis en bekwaamheid, waarop de vrije burger zich kon toeleggen zonder aan zijn waardigheid te kort te doen, terwijl de onvrije kunsten, de artes illiberales, aan slaven overgelaten werden. Sedert Marcianus Capella { J- 400 n. Chr.) nam men algemeen 7 vrije kunsten aan, n.1. grammatica, dialectica en rhetorica, die tezamen het trivium, en arithmetica, geometrie, muziek en astronomie, die tezamen het quadrivium vormden. De laatste werden alleen in de hoogere inrichtingen van onderwijs onderwezen. In de Middeleeuwen bleef deze onderscheiding bestaan. In de Middeleeuwsche universiteiten was de titel magister artium liberalium de hoogste titel bij de philosofische faculteit.

Vrijenban, een gemeente in de provincie Zuid-Holland, 2010 H.A. groot met (1910) 2849 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Delft, Hof-van-Delft, Rijswijk, Stompwijk, Nootdorp, Pijnaker, Berkel, Overschie en Ketel. In het N.W. wordt de grens door de Vliet, in het Z.W. door de Schie gevormd. De bodem bestaat uit klei en laag veen. Veeteelt, zuivelbereiding, landbouw en nijverheid zijn de voornaamste middelen van bestaan. In 1855 werd de gemeente gevormd uit de gemeenten Vrijenban, waarbij reeds eerder Biesland was gevoegd, Akkersdijk-en-Vrouwenrecht en Abtsrecht. Zij bestaat uit liet zuidelijk deel van de buurt Delfgauw, de buurt Koningsveld, het gehucht Klein Delfgauw en een aantal verspreide woningen.

Vrije school noemt men een onderwijsinrichting, waarin onderwijs wordt gegeven, dat ten opzichte van de leerstof niet afhankelijk is van de voorschriften van den staat.

Vrije steden noemde men sedert het midden van de 14ae eeuw een aantal oorspronkelijk bisschop¬

pelijke steden, die zich in den loop van de 13de en de 14de eeuw, dikwijls na langdurige oorlogen, onafhankelijk hadden gemaakt. Hiertoe behoorden o.a. Keulen, Mainz, Worms, Spiers, Straatsburg, Bazel, Regensburg en Maagdenburg. Zij onderscheidden zich van de rijkssteden (zie aldaar) voornamelijk daar, doordat zij geen geregelde rijksbelastingen behoefden te betalen en door het rijk niet verpand mochten worden. Overigens bezaten zij dezelfde rechten en plichten als de rijkssteden, in lateren tijd werden zij ter onderscheiding van deze wel vrije rijkssteden genoemd.

Van deze Middeleeuwsche stederepublieken zijn de vrije en Hanzesteden Hamburg en Lübeck en de vrije Hanzestad Bremen wel te onderscheiden. Zij werden in 1810 door Napoleon I geannexeerd, maar met Frankfort aan den Main door het Weener Congres als vrije steden erkend. Als zoodanig traden zij in 1815 tot den Duitschen Bond toe. Ook Krakau werd door het Congres als een vrije stad erkend, in 1846 echter werd het na den Poolschen opstand bij Oostenrijksch Galicië ingelijfd. Frankfort kwam in 1866 aan Pruisen, Hamburg, Bremen en Lubeck werden eerst leden van den Noord-Duitschen Bond, in 1871 van het Duitsche rijk.

In Hongarije heeft men thans nog 19 koninklijke vrijsteden als autonome municipiën, die haar inwendig bestuur zelf regelen. Vroeger was dit aantal veel grooter. In 1876 en 1883 verloren 48 bevoorrechte plaatsen haar rechten; alleen die, welke koninklijke vrijsteden waren, behielden dezen titel. Buitendien zijn er in Hongarije nog 6 steden met municipaalrecht.

Vrfle Universiteit. Zie Universiteiten.

Vr^e-van-Sluis of Oost-Vrije, een landstreek in het voormalige Staats-Vlaanderen, was gevormd uit deelen van het Vrije-van-Brugge, die door prins Maurits en prins Frederik Hendrik van 1584—1645 op de Spanjaarden werden veroverd. De steden Sluis, Aardenburg, Oostburg en St. Anna-ter-Muiden, die in deze landstreek lagen, hadden eigen besturen. De streek werd begrensd door de Noordzee, de Westerschelde, de landen van het Committisme en Spaansch- of Oostenrijksch-Vlaanderen.

Vr(je wil. Zie Vrijheid.

Vrijgelatenen. Zie Slavernij.

Vrijgeleide noemt men de bescherming, die autoriteiten vroeger verleenden aan personen, die zich in hun gebied bevonden, öf door het meegeven van een gewapende macht, öf door een schriftelijke belofte.

Vrijhandel. Zie Handelspolitiek en Bescherming (oeeonomisch).

Vrijhaven noemt men een aan de kust gelegen koopstad, ook wel de haven met een gedeelte van de stad, die voor alle vlaggen openstaat en geheel of gedeeltelijk vrij is van alle belastingen, gewoonlijk met uitzondering van het gebruikelijke havengeld. Zij vormt een bijzondere soort van open haven, in tegenstelling met de gesloten haven, die niet toegankelijk is voor schepen van vreemde natiën. Vrijhavens ontstonden in de tijden van de prohibitionistische en protectionistische handelspolitiek. Haar geschiedenis staat alzoo in het nauwste verband met die van den handel. In de Middeleeuwen dienden zij voornamelijk om den internationalen handel op bevoorrechte plaatsen samen te trekken en deze tot natuurlijke handelscentra te maken. Zij ontvingen al-

Sluiten