Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lerlei rechten, waardoor sommige tot grooten bloei kwamen. De eerste van deze vrijhavens, Livorno (1647) werd een belangrijke stapelplaats voor den handel met den Levant. Daarop volgdenandere Italiaansche steden en ook steden in Frankrijk, Spanje en Portugal. In Engeland en de Vereenigde Staten had men geen vrijhavens, daar ontwikkelde zich het entrepötstelsel (warehousing system). Later werden de vrijhavens eigenlijk niet anders dan entrepötplaatsen of markten voor den tusschenhandel. Thans is Gibraltar de eenige eigenlijke vrijhaven in Europa. Buiten Europa bestaan er nog een aantal belangrijke vrijhavens, bijv. Aden in Arabië, St. Thomas in West-Indië, Riouw en in den laatsten tijd ook Kiautsjou. Hamburg en Bremen zijn voor een klein gedeelte van het havengebied nog vrijhavens.

Vrijheid is een woord, dat gebezigd wordt om een toestand van onafhankelijkheid, d. w. z. een toestand, waarbij alle uitwendige dwang ontbreekt, aan te duiden. Men spreekt bijv. van de vrije schommeling van een slinger, van den vrijen val der lichamen, van een vrij handelsverkeer enz. De staatkundige vrijheid bestaat daarin, dat de maatschappij niet afhankelijk is van de willekeur van enkelen, maar van den tot wet verheven wil van de gezamenlijke leden van de maatschappij; zij bestaat niet in de afwezigheid van alle beperkingen, maar in de afwezigheid van zoodanige, die door de willekeur en de zelfzucht van anderen worden vastgesteld, niet in het recht, om alles te doen wat men wil, maar in het onderwerpen van den eigen wil aan den wil van den Staat.

Over de wijheid van dm ml is veel gestreden. In de eerste plaats moet men verschil maken tusschen het willen op psychologisch en op metaphysisch gebied. Het eerste bestaat daarin, dat de mensch niet zooals de levenlooze dingen, door den dwang van uitwendige krachten tot handelen aangespoord wordt, maar ook door innerlijk werkende bewuste motieven, m. a. w. dat de menschelijke handelingen gewild of willekeurig zijn. Deze vrijheid bestaat ongetwijfeld, zoodra en zoolang er bewustzijn bestaat, alleen de zuiver vegetatieve levensverrichtingen en de reflexbewegingen zijn onwillekeurig en dus onvrij. Onder vrijheid in metaphysischen zin verstaat men daarentegen, dat onze handelingen onafhankelijk zijn van elke innerlijke, zoowel als uiterlijke oorzaak, dat wij dus het vermogen bezitten in hetzelfde oogenblik hetzelfde te willen of ook niet te willen. Haar bestaan wordt aangenomen door het indeterminisme (zie aldaar) en ontkend door het determinisme (zie aldaar). Door zelfwaarneming kan men omtrent de metaphysische vrijheid van wil geen gevolgtrekkingen maken. Het bewustzijn, dat met al onze daden gepaard gaat, bewijst alleen, dat wij ook anders hadden kunnen handelen, niet dat wij ook anders hadden kunnen willen. Dat bewustzijn bewijst dus alleen, dat onze handelingen afhankelijk zijn van onzen wil, zoodat dit alleen iets bewijst voor de psychologische vrijheid van wil, niet voor de metaphysische. De ervaring leert, dat een bepaald individu onder bepaalde omstandigheden op een bepaalde wijze handelt, zoodat men dikwijls bij eenige bekendheid met zijn wezen zal kunnen zeggen, hoe zijn handelingen zullen zijn. Ten onrechte wordt tegen het determinisme ingebracht, dat het de mogelijkheid om iemand voor zijn daden verantwoordelijk te maken, opheft. Het willen inwerken op den wil van een

ander veronderstelt een afhankelijkheid van dien wiL Voor het zedelijk leven komt niet de metaphysische vrijheid in aanmerking, doch de zedelijke of geestelijke vrijheid, die daarin bestaat, dat de door verstandelijk overleg en door opvoeding gevormde edele neigingen een grootere macht over den wil uitoefenen dan de blinde hartstochten en de zinnelijke begeerten. In zedelijk opzicht is diegene onvrij, die evenals liet dier alleen door hartstochten en begeerten gedreven wordt. De zedelijke vrijheid is een ideaal, dat geen mensch volkomen kan bereiken, doch waartoe hij meer of minder dicht kan naderen. Bij de zedelijke en juridische beoordeeling van menschelijke handelingen neemt men aan, dat deze zedelijke vrijheid in meer of mindere mate aanwezig is (toerekenbaarheid) en de mensch dus verantwoordelijk is voor zijn daden.

Vrijheid van godsdienst noemt men het recht van elk mensch,openlijk een godsdienst te belijden en zijn eeredienst uit te oefenen, zonder dat hij als staatsburger daardoor nadeel ondervindt.

Vrijheidsboom. Het gebruik, op openbare pleinen boomen te planten als zinnebeeld van de ontwakende lente, later ook bij volksfeesten, leidde in den Noord-Amerikaanschen Vrijheidsoorlog tot het gebruik om zulke boomen, meest populieren, als zinnebeeld van de ontwakende vrijheid te planten. In Mei 1790 werd in Frankrijk op elk dorpsplein een jonge eikeboom plechtig in den grond gezet tot een blijvende gedachtenis aan de verworven vrijheid, en men zegt, dat tot 1792 niet minder dan 60 000 vrijheidsboomen zijn geplant. Te Parijs plantten de Jacobijnen in 1790 den eersten vrijheidsboom (arire de la liberté), kroonden hem met een vrijheidsmuts en dansten er om heen onder het zingen van revolutionnaire liederen. Een besluit van de Nationale Conventie van den 4aen Pluviose II schreef zelfs voor, dat op de plaatsen, waar etn vrijheidsboom gestorven was, vóór den leien Germinal een nieuwe moest geplant worden, opdat het groene zinnebeeld der vrijheid nergens mocht ontbreken. Na dien tijd zou alzoo de vrijheidsboom niet meer, gelijk vroeger de meiboom, uit een afgehouwen stani bestaan, maar als een levende boom blijven groeien. Vele Franschen hebben gedurende het Schrikbewind, onder voorwendsel dat zij den vrijheidsboom hadden geschonden, het leven verloren. Ook in ons land werden bij de stichting der Bataafsche republiek een aantal vrijheidsboomen geplant. In Frank rijk werd na de Restauratie bevel gegeven om alle vrijheidsboomen op te ruimen. Li 1830 versierde men echter nog in de voorstad St. Antoine te Parijs een vrijheidsboom, aldaar tijdens de Groote Omwenteling geplant, met de driekleurige vlag. Ook in Duitschland, vooral in Rijn-Beieren, werden in dien tijd vrijheidsboomen geplant: zij werden echter weldra weder uitgeroeid. Ook bij de Februari-omwenteling van 1848 verrezen hier en daar in Frankrijk vrijheidsboomen, zij verdwenen echter spoedig weer. In andere landen was dit eveneens het gevaL Li Zwitserland verrees nog in Maart 1861 een vrijheidsboom te St. Imer in het canton Bern.

Vrijheidsmuts. Van ouds hadden bij de Enropeesche volken, zoolang persoonlijke vrijheid niet het eigendom was van alle burgers, uitsluitend de vrije lieden het recht in het openbaar met een gedekt hoofd te verschijnen, 't geen aan de slaven niet geoorloofd was. waardoor de hoed of muts als het

Sluiten