Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinnebeeld der vrijheid werd beschouwd. Zulk een zinnebeeld is ook de hoed op de speer der Nederlandsche Maagd, dien wij op onze oude munten aanaantreffen. In Frankrijk was bij het uitbreken der Groote Revolutie de roode muts der bevrijde galeislaven, die in 1792 van Marseille naar Parijs trokken, het symbool der omwentelingsmannen. Zij werd ook met den naam van Jacobijnenmuts (zie aldaar) bestempeld.

Vrijmetselaar. Zie Vrijmetselaarsbond.

Vrljmetselaarsbond, Vrijmetselaars-broederschap of Orde der Vrijmetselaars noemt men een vereeniging van mannen, die door het streven naar zelfkennis en zelfveredeling, door bevordering van al wat goed is en schoon, inzonderheid door een stipte betrachting der wetten van waarheid en liefde trachten te werken aan de volmaking van het menschelijk geslacht. Deze bond omvat alle andere vereenigingen, het huisgezin, den Staat en de Kerk; zij bekommert zich niet om rijkdom, rang of geloofsbelijdenis, laat zich niet in met staatkundige of godsdienstige geschillen, maar streeft, aan de zedewet gebonden, naar de verbroedering van alle menschen. Hoewel deze vereeniging geen volkomen organisatie en opperbestuur heeft, maar zich splitst in zelfstandige afdeelingen (loges) en gemeenschappen (groot-loges), vormen toch volgens het vrijmetselaars-ideaal alle loges slechts één loge en zijn alle vrijmetselaars broeders. De middelen, waardoor de vrijmetselarij haar doel zoekt te bereiken, zijn, behalve het uitvoeren van zinnebeeldige handelingen, bovenal leer en voorbeeld, verder de bevordering van een stichtelijke, opwekkende, veredelende gezelligheid en het werkzaam zijn in humanen zin. Ten onrechte wordt de vereeniging der vrijmetselaars, beschouwd als een geheim genootschap; haar beginselen, haar wetten en haar geschiedenis zijn algemeen bekend; alleen de herkenningsteekens en de ritualen worden geheim gehouden. De plechtigheden en zinnebeelden zijn van zuiver zedelijken aard en strekking, zij bevatten niets wat in strijd is met den godsdienst of met de wetten van den staat.

De vrijmetselaarsvereeniging bestaat uit verschillende zelfstandige vereenigingen (Groot-Oosten, Groot-Loge of Suprème Conseil) en heeft, gelijk wij reeds zeiden, geen centraal bestuur. Als geheel bestaat zij door eenheid van beginselen en doel, alsmede door de broederlijke verhouding der loges onderling, door de bepaling, dat elke werkplaats voor iederen broeder toegankelijk is en door de verplichting der leden om elkander bij te staan in al wat goed en eerlijk is. De loges van een gewest of rijk vormen een Groot-Oosten, welke dient om de verbinding tusschen de afzonderlijke loges te bewerken, oneeniglieden op te lossen en het toezicht over het navolgen van de statuten uit te oefenen. Ook vertegenwoordigt het de loges van zijn gebied tegenover den Staat. Bij de vergaderingen van het Groot-Oosten is elke dochter- of bondsloge vertegenwoordigd door haar regeerend meester of door een vrij gekozen afgevaardigde. Aan het hoofd van de Groot-Loge staat een Grootmeester, benevens een Raad van bestuurders. Tegenwoordig kan zich zonder toestemming van de Groot-Loge geen nieuwe loge vormen, broeders, die een nieuwe loge willen stichten, moeten eerst een constitutiebrief vragen, en deze wordt niet geweigerd, wanneer hun'aantal voldoende is en

zij kunnen bewijzen, dat zij over genoegzame hulpmiddelen van zedelijken en stoffelijken aard beschikken voor een nieuw logegebouw, dat daarop door het Groot-Oosten wordt ingewijd. Men heeft ook loges, die niet behoorlijk geconstituëerd zijn, maar de leden van deze worden op de vergaderingen der wettige loges niet als bezoekers toegelaten. De wettige loges, die den naam van Johannes- of St. Jansloges dragen, omdat zij Johannes den Dooper als beschermheer huldigen, werken in de drie graden van leerling, gezel en meester. Iedere loge heeft haar eigen symbolischen naam. Meestal heeft zij nog behalve haar gewone leden, eereleden (broeders van andere loges, die zich op een of andere wijze verdienstelijk hebben gemaakt jegens de loge, waarvan zij eereleden zijn), leden van verdienste, veelal beoefenaars der toonkunst, die meestal geen contributie betalen en de feestelijkheden van de loges door muziek opluisteren, en dienende leden, die niet stemgerechtigd zijn en voor hun diensten betaald worden. Tot de officieren der loge behooren de regeerende of achtbare meester, die als voorzitter de vergaderingen leidt, de gedeputeerde meester, die hem bij afwezigheid vervangt, de eerste en tweede opziener, de secretaris, de redenaar, de onderzoeker, de aalmoezenier, de ceremoniemeester, de bibliothecaris, de hofmeester en de dekker, die door de stemgerechtigde broeders worden gekozen.

Tot de voorwaarden om in de vereeniging der vrijmetselaars te worden opgenomen, behooren het bezit van staatsburgerlijke rechten, meerderjarigheid, een goede naam, gepaste bezigheden, een voldoende ontwikkeling, geestdrift voor het ware, schoone en goede en de wil, zich aan de wetten en instellingen der vereeniging te onderwerpen. In de loges van het Zweedsche stelsel (Zweden, Noorwegen, Denemarken en de „Grosze Landesloge" van Duitschland te Berlijn), alsmede in die, welke zich bevinden onder de Groot-loge „Zu den drei Weltkugeln" te Berlijn, eischt men tevens, dat de candidaat den Christelijken godsdienst belijdt. Is de candidaat aangenomen, dan ontvangt hij een certificaat als bewijs bij het bezoek van vreemde loges. De overgang van een vrijmetselaar in een andere loge heeft plaats dor de zoogenaamde „affiliatie." Door de zoogenaamde „bevorderingsloges" gaat men in een hoogeren graad over. De zoons van vrijmetselaars hebben bij de opneming eenige voorrechten. Provinciale loges heeten de loges van een provincie, die onder een Groot-Loge staan. Wil een lid uit de vereeniging treden, dan geeft hij zijn voornemen daartoe te kennen. Broeders, die hun plichten niet vervullen, worden als lid geschrapt of wegens ernstige overtredingen uitgesloten. De meeste zinnebeelden zijn aan de bouwkunst ontleend. De vrijmetselaars herkennen elkander aan bepaalde teekens en gebruiken. Op de logevergaderingen verschijnen de leden steeds gekleed, namelijk met een schootsvel en witte handschoenen, terwijl de officieren hun onderscheidingsteekenen dragen. Behalve werkloges, houdt men instructie-, feest- en rouwloges, alsmede nu en dan na volbrachten arbeid tafelloges, waar de gezelligheid door toespraken en door het zingen van vrijmetselaarsliederen wordt verhoogd. Op sommige plaatsen worden ook enkele malen zusterloges gehouden, namelijk samenkomsten van do broeders met hun echtgenooten en vrouwelijke bloedverwanten. Eindelijk vermelden wij nog de adop-

Sluiten