Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land overgebracht, waarschijnlijk werd in 1732 de eerste loge officieel geconstitueerd. In 1754 stichtte de chevalier de Bonneville een kapittel van hooge graden, het kapittel van Clermont genaamd. Daarop volgde in 1756 dat der Ridders van het Oosten en in 1758 dat der Keizers van het Oosten en Westen met 26 graden. Na dien tijd ontstonden er nog verschillende stelsels met hooge graden.

Reeds in 1736 was de vrijmetselarij naar Zweden overgebracht, waar koning Frederik in 1738, haar het houden van vergaderingen onder bedreiging van de doodstraf verbood, maar later zelf zich aan haar hoofd plaatste. Zij kreeg hier omstreeks 1760 in navolging van de hooge graden van Frankrijk en andere landen een anderen vorm en erkende 9 graden, terwijl als bewaarder van het geheim aan het hoofd van het geheel de Grootmeester (vicarius Salomonis, plaatsvervanger van Salomo) bevindt. In Rusland werd de vrijmetselarij begunstigd door keizerin Catharina II, die beschermvrouw was der loge Clio te Moskou, en in 1768 werd er door den kolonel, later luitenant-generaal Melesino het naar hem genoemde stelsel ingevoerd. Zoowel in Rusland als in Polen werden in 1822 de loges gesloten. In Denemarken ontstond de vrijmetselarij in 1792 en had prins Karei van Hessen tot Grootmeester, zij werkt naar het Zweedsche stelsel. In Zwitserland stond vroeger meer dan een opperbestuur aan het hoofd der vrijmetselarij, maar sedert 1814 hebben zich de loges tot het Groot-Oosten Alpina vereenigd.Ook in Italië bloeide weleer de vrijmetselarij. Nagenoeg in alle steden van Lombardije ontstonden loges, tot zelfs in Rome toe, waar men vriendschappelijke betrekkingen aanknoopte met het Groot-Oosten te Parijs, doch zij werden alle na de Restauratie opgeheven. Nadat echter Italië onder het bestuur van Victor Emanuël vereenigd werd, ontstonden overal nieuwe loges, die zich in 1874 vereenigden tot het Groot-Oosten te Rome, dat in 1875 zijn tempel plechtig inwijdde. De eerste loge in Duitschland werd in 1733 te Hamburg door het Groot-Oosten in Engeland gesticht, daarna nam het aantal loges snel toe. Het Fransche Tempelierswezen vond ook in Duitschland ingang en ook het stelsel van hooge graden, waarvan de ontwikkeling zich bij de geschiedenis van de zoogenaamde Strikte Observantie aansluit, die door Karl Gotthold von Hundt und AltGrottkau werd gesticht, doch later verviel. In 1783 echter ontstond de eerste loge, die tot den vroegeren eenvoud terugkeerde. In 1770 werd een GrooteLandsloge van Duitschland op Zweedschen grondslag gesticht, waardoor oneenigheden tusschen deze en de overige Duitsche loges ontstonden. Na 1848 ontstond een stilstand in het Duitsche vrijmetselaarswezen, na 1858 kwam hierin verbetering en in 1872 werd de Duitsche Bond van Groot-Loges gesticht.

Omtrent het bestaan der vrijmetselarij in Nederland hebben wij vóór 1731 geen zekere berichten. In 1734 wordt te 's Gravenhage een loge vermeld onder den naam „Loge du Grand-Maïtre des Provinces unies et du ressort de laGéneralité", die in 1735 van het Groot-Oosten te Londen een constitutiebrief ontving. Volgens Wagenaar bestonden toen ook in andere steden reeds loges. In hetzelfde jaar werd in Den Haag een tweede loge gesticht, terwijl er kort te voren een te Amsterdam was opgericht. De toenmalige regeering beschouwde deze ver-

eenigingen met wantrouwen, omdat zij ze van 0ranjegezinde bedoelingen verdacht. In 1735 vaardigden de Staten van Holland en West-Friesland een plakkaat tegen de vrijmetselarij uit, zoodat de Amsterdamsche loge en de beide Haagsche loges werden gesloten. De beide laatste werden echter in 1744 weer geopend, terwijl ook in andere plaatsen loges verrezen. Haar aantal nam steeds toe, vooral na het optreden van stadhouder Willem IV, ondanks de tegenwerking van de geestelijkheid. In 1756 werd de Groote Nationale Loge der Nederlanden geopend en baron van Aersen Beyeren tot grootmeester benoemd. In 1760 werd een wetboek uitgegeven, waarvoor Andersons constitutieboek als grondslag diende. Tot 1770 stond de Nederlandsche Groot-Loge altijd nog onder oppertoezicht van Engeland, in dat jaar werd haar onafhankelijkheid erkend. In 1798 werd de organisatie herzien, de titel van de Groot-Loge werd veranderd in Groot-Oosten der Bataafsche republiek, welken naam men in 1807 nogmaals wijzigde in Groot-Loge der Vrije Metselaren in Holland en onderhoorige Landen. De Fransche regeering trachtte na de inlijving de Nederlandsche loges afhankelijk te maken van de Fransche, wat echter niet gelukte. In 1816 werd prins Frederik der Nederlanden tot levenslang grootmeester van den bond benoemd, onder wiens bestuur de vrijmetselarij zeer in bloei toenam. In 1817 werd voor de Zuidelijke Nederlanden een zelfstandige Groot-Loge opgericht, waarvan prins Frederik eveneens grootmeester voor levenslang werd. Er kwam in 1818 een soort vereeniging tusschen beide Groot-Loges tot stand, welke echter nooit zeer innig in geweest. In 1844 werd besloten, dat ook Oost- en West-Indische loges afgevaardigden naar het Groot-Oosten zouden kunnen zenden. De dood van prins Frederik in 1881 was voor de Nederlandsche vrijmetselarij een zware slag. Thans telt het Groot-Oosten 93 loges, grootmeester is de bankier Vas Visser.

Tegenwoordig bestaan in Groot-Brittannië 3 Groot-Loges, n. 1. de Vereenigde Groot-Loge van Engeland met 2283 loges, de Groot-Loge van Schotland met 543 loges, de Groot-Loge van Ierland ti' Dublin met 470 loges. Frankrijk bezit den Grand-Orient de France met 359 loges, de GrandLoge met 80 loges en de Symbool-Groot-Loge met 2 loges. Aan het hoofd van de Belgische vrijmetselarij staat de Grand-Orient de Belgique met 19 loges, daarnaast bestaat voor de vrijmetselarij met hooge graden de Conseil Suprème de Belgique. De Conseil Suprème te Luxemburg telt 1 loge. De Groot-Loge van Zwitserland Alpina omvat 32 loges, de GrootLoge van Denemarken 10 loges. De Groote-Landsloge van Zweden telt 23 St. Jansloges, die van Noorwegen 9 loges. Duitschland bezit 492 loges, die zich, zooals gezegd, sedert 1872 tot een bond van GrootLoges vereenigden, en 5 onafhankelijke loges. Tot den bond behooren: de Nationaal Moederloge „Zu den drei Weltkugeln", de Groote-Landsloge van de Vrijmetselaars van Duitschland, de Groot-Loge van Pruisen, zich noemende „Royal York zur Freundschaft, de Groote-Moederloge van den Eclectischen bond, de Groot-Loge te Hamburg, de GrooteLandsloge van Saksen, de Groot-Loge „Zur Sonne" in Bayreuth en de Groot-Loge van den „Freimaurersbund zur Eintracht". In de Oostenrijksche monarchie is de vrijmetselarij sedert 1794 verboden; wel bestaan er te Weenen een aantal dergelijke ver-

Sluiten