Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaststellen. Over een sterke helling kan de vloeibare lava een snelheid van 30 km. per uur bereiken, terwijl andere stroomen per dag zich slechts over afstanden van eenige dm. verplaatsen. De uitgevloeide lava bedekt zich snel met een laag zwarte slakken, welke dikwijls openscheurt en soms kleine verhoogingen (hurnito's) draagt,waaruit gassen en dampen ontwijken (fumarolen). Onder deze bedekking van slakken behouden de lavastroomen vaak gedurende tientallen van jaren een hoogen warmtegraad. Een enkele uitbarsting en ook een enkele lavastroom levert somtijds een buitengewone groote hoeveelheid gesteente; de massa, welke den 29sten Augustus 1874 uit den Etna wegvloeide, wordt geschat op 11/2 millioen kub. m. en op IJsland zijn lavastroomen bekend met een lengte van 70—90 km. bij een breedte van 22—27 km. en een dikte van 40 m. Gedurende de uitbarsting neemt ook de hoeveelheid der vaste stoffen toe, welke door den vulkaan worden uitgeworpen ; zij bestaan uit de groote bommen, de kleinere lapilli (of rapilli), het nog fijnere zand en de stofvormige asch. Vooral deze laatste wordt in groote hoeveelheid uitgeworpen; in 79 n. Chr. werden, bij een uitbarsting van den Vesuvius, Herculanum en Pompeji door een aschlaag ter dikte van twaalf m. bedolven. Zij vormt, met waterdamp, tevens het hoofdbestanddeel van de zwarte zuil, die, in den weerschijn van de gloeiende lava, zich des nachts tot een hoogte van honderden m. boven den krater in den vorm van een gloeienden pijnboom vertoont. De wind voert deze asch over groote afstanden mede; zoo werd in het voorjaar van 1875 zelfs vulkanische asch van IJsland naar Skandinayië overgebracht, ja asch van den Krakatau afkomstig kwam tot naar Europa. Met de asch vermengen zich dikwijls geweldige hoeveelheden water, ontstaan door verdichting van den uitgestooten waterdamp of door het smelten der sneeuw op hooge vulkanische toppen. Er vormen zich slijkstroomen, die somtijds vrije zuren bevatten en die daardoor zoo verwoestend op den plantengroei der berghelling inwerken. In verharden toestand vormen deze slijkstroomen later den vulkanischen tufsteen. De stoffen, waaruit de vulkanische tufsteen, het zand, de bommen en de lava bestaan, zijn in petrografisch opzicht zeer verschillend. Alle gesteenten, zooals basalt, phonoliet, trachyt enz., welke aan voorhistorische vulkanische werkzaamheid hun aanzijn danken, hebben ook onder de historische lava hun vertegenwoordigers. Bijzonder veelvuldig komen de glasachtige versteeningsvormen obsidiaan en puimsteen voor.

Het aantal werkzame vulkanen der aarde bedraagt ongeveer 320, dat der uitgedoofde ruim 400. Het geologisch onderzoek toont aan, dat zij voornamelijk voorkomen in streken, waarin groote dislocar ties, diep in deaardkorstdoordringendeverzakkingsspleten en inzinkingen optreden. Daar zulke breukzonen van jongeren datum vooral aan de randen van breukgebergten voorkomen en deze laatste dikwijls langs de kusten der oceanen loopen, liggen de nog werkzame vulkanen in hoofdzaak in de nabijheid van de zee, gedeeltelijk op het vasteland, gedeeltelijk op eilanden. Verreweg de meeste werkende vulkanen treft men langs de door breukgebergten vergezelde kusten van den Grooten Oceaan aan, terwijl zij langs de kusten van den Atlantischen Oceaan, waar plooiingsgebergten optreden, ontbreken. Daarnaast komen ook onderzeesche vulkanen voor, die door

hun uitbarstingen somtijds aanleiding geven tot het ontstaan van eilandjes.

Omtrent de eigenlijke oorzaak der vulkanische verschijnselen bestaat onder de geologen verschil van gevoelen. Werner en zijn aanhangers beschouwden ze als plaatselijke verschijnselen, gevolg van het verbranden van ondtrgrondsche aard- en steenkool. Bueh en v. Humboldt daarentegen zagen in de vulkanische uitbarstingen „de reactie van de nog steeds gloeiend-vloeibare massa der aardkern op de vaste korst" en beschouwden op grond van de hypothese van Kant en Laplace over de wording onzer planeet, de aardbevingen, lavastroomen, warme bronnen en het toenemen van de temperatuur bij het dalen in de aardkorst als verschijnselen, die op het nauwst met elkander verbonden zijn. Volgens Mallet echter ontwikkelen zich bij het samentrekken der aardkorst, als gevolg van de voortdurende afkoeling, spanningen, welke zich op sommige plaatsen in warmte omzetten en aanleiding geven tot het smelten van belangrijke hoeveelheden gesteente. Volgens anderen is een evenwichtsverstoring van het eruptiemateriaal in het binnenste der aarde voldoende om de uitbarstingen te veroorzaken. Vooral waterdamp, dat volgens Deville 99,9 % van alle ontwijkende vloeibare en gasvormige uitscheidingen vormt, zou daarbij een voorname rol spelen. Dit is ook aannemelijk gemaakt door de proeven van Hochstetter, die onder een drukking van 2—3 atmosferen en een daarmede overeenkomenden warmtegraad (128°C.) door middel van waterdamp en gesmolten zwavel verschillende vormen van vulkanen met hun uitwerpingmassa's op kleine schaal heeft nagebootst. Ook Stubel schrijft aan het gehalte aan gassen der magma's een groote beteekenis toe. Zooals bekend kunnen stoffen in vloeibaren toestand belangrijke hoeveelheden gassen absorbeeren. Gesmolten zilver bijv. kan 22 maal zijn eigen volume aan zuurstof opslorpen. Bij afkoeling en bij drukvermindering ontwijken deze gassen en sleuren de lava mede. Nog heviger werken vergrootingen van volume. Intusschen stiet hij bij de laatste bewering op het feit, dat bij het afkoelen geen volumevermeerdering, maar een volumevermindering der silicaathoudende gesteenten optreedt. Proeven vanTamman bewezen echter,dat bij het stollen onder geringen druk wel een volumevermeerdering plaats heeft, maar dat kristallisatie onder hoogen druk, zooals die op grootere diepten in de aarde moet heerschen, met volumevermeerdering gepaard gaat. Bovendien heeft Arrhenius er op gewezen, dat de gesmolten massa in het binnenste der aarde door absorptie van groote hoeveelheden oververhitten waterdamp, waarmede zij daar in aanraking komt, belangrijk in volume moet toenemen. In ieder geval schuilt in de vulkanische verschijnselen nog menige raadselachtige kwestie, welke tot nu toe niet op bevredigende wijze tot oplossing gebracht is.

Valkaniet is de naam van een door VolmannTabacchi te Rome samengestelden kunststeen, welke door samenpersing en verharding uit vulkanisch materiaal en kalk wordt verkregen. Het is buitengewoon vast, verweert niet en is geschikt voor fundeeringswerk in zoet en zout water. Bovendien is het soortelijk lichter dan eenige andere bouwsteen. Het vindt verder toepassing als profielsteen bij schoorsteenen, als mantelsteen bij vuurvast metselwerk enz. Doordat men het door toevoegen van oxyden verschillende kleuren kan geven, kan het ook ge-

Sluiten