Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee instituten voor doofstommen, een inrichting voor reddingswerk enz. De wetgevende macht is in handen van den Grand Conseü (Grooten Raad), waarvan de leden, voor den tijd van vier jaren gekozen worden. De uitvoerende macht is opgedragen aan den Conseil d'état (Staatsraad), door den Grand Conseil eveneens voor een vierjarig tijdperk aangewezen. Met de hoogste rechtsmacht is het Tribunal cantonnal bekleed, uit 9 leden bestaande. Voor crimineele zaken bestaat de jury. Het kanton is verdeeld in 19 distrikten, welke "door evenzoovele prefecten worden bestuurd. Ieder distrikt heeft een rechtbank. In 58 v. Chr. kwam Waadt met Helvetië onder de heerschappij der Romeinen. Nadat het in de 3de en 4ae eeuw herhaaldelijk door de Alemannen was verwoest, werd het omstreeks 470 bezet door de Bourgondiërs. In 534 kwam het met Bourgondië aan de Franken. Als deel van het Nieuw-Bourgondische rijk, waartoe het sedert 888 behoorde, kwam het in 1032 aan Duitschland. Graaf Peter van Savoye (1232—1268) onderwierp het nagenoeg geheel aan zijn heerschappij. De vereeuiging van Waadt met Zwitserland werd voorbereid door het verbond van hertogin Joalanthe van Savoye met Karei den Stoute. In 1526 onderwierp Bern, dat er reeds sedert 1526 de prediking van de Hervorming begunstigde, Waadt aan zich en bij het Verdrag van Lausanne (1564) werd het ook formeel door Savoye aan Bern afgestaan. De Fransche Revolutie gaf het sein voor een beweging ten gunste van de onafhankelijkheid. Het schenden van de bij het verdrag van 1564 toegekende vrijheden door Bern was het voorwendsel voor den inval der Franschen in Zwitserland (1798). Zoodra de Fransche troepen zich aan de grenzen vertoonden, brak een algemeene opstand uit, welke hiermede eindigde, dat Waadt den 23s,el1 Januari werd geproclameerd tot republiek, die als kanton Leman een departement van de Helvetische republiek vormde. Door tusschenkomst van keizer Alexander behield Waadt in 1814 zijn zelfstandigheid. In 1830 ontstond een volksbeweging, welke eindigde met de invoering van algemeen en re'chtstreeksch kiesrecht. Een nieuwe volksbeweging ontstond in

1845 tengevolge van de afwijzende houding van de overheid in de Jezuïetenkwestie. Zij eindigde met het aftreden van den Staatsraad en den Grooten Raad en een grondwetsherziening, welke o. a. het facultatieve referendum en het volksinitiatief invoerde. In 1885 werd het verplichte referendum voor nieuwe uitgaven van meer dan 500 000 francs ingevoerd. De hoofdstad van het kanton is Lausanne.

Waag: (bij de Ouden Aueha en bij de Hongaren Vag) is een linker zijrivier van de Donau in Hongarije. Zij ontstaat te Kralovska uit de vereeniging van den Witte Waag, uit het Groene Meer aan den voet van den Kriwan komend, en van de Zwarte Waag, welke aan den Kralowa-Hola ontspringt. Aanvankelijk stroomt zij in W. lijke en N. W. lijke richting, breekt dan door den floogen Tatra, beschrijft Z. waarts een boog langs Trentschin en Neustadt, waar zij de vlakte bereikt, en mondt bij Guta uit in den Preszburger Donau-arm, die zich vervolgens onder den naam van Waag-Donau bij Komorn met den hoofdarm vereenigt. De Waag neemt van rechts de Bela en de Arva en van links den Turocz op. Zij is in het geheel 375 km. lang en slechts over een kleinen afstand bevaarbaar. Haar dal is bekend door

de schoonheid van het landschap en is in den benedenloop zeer vruchtbaar.

Waag-en, Gustav Friedrich, een Duitsch schrijver, geboren te Hamburg den llden Februari 1794, studeerde te Breslau, trad in 1813 als vrijwilliger in Pruisischen dient, wijdde zich na den veldtocht aan de studie der wijsbegeerte en geschiedenis, volbracht eene reis naar Nederland en maakte zich het eerst bekend door zijn geschrift: „Ueber Hubert und Johann van Eyck" (1820). In 1830 werd hij directeur van het schilderijenmuseum te Berlijn en van 1841 —1842 vertoefde hij in Italië, belast met het doen van aankoopen voor genoemd museum. Van zijn geschriften vermelden wij nog: „Kunstwerk und Künstler in England und Paris" (3 dln.,1837—1839), „Kunstwerke und Künstler in Deutschland" (2 dln., 1843—1845), „Handbuch der deutschen und niederlandischen Malerschulen" (1862), „Die Gemaldesammlung der kaiserlichen Eremitage zu St. Petersburg" (1864), „Die vornehmsten Kunstdenkmaler in Wien" (2 dln., 1866—1867) en „Kleine Schriften" (1875). Hij overleed te Kopenhagen den 15del1 Juli 1868.

Waaiermotjes (Alucitidae) is de naam van een familie motten (zie aldaar), waarvan in Nederland, 2, in Europa 9 soorten bestaan. Zij onderscheiden zich door het bezit van bijoogen en van vleugels, die in 6 slippen verdeeld zijn en in rust waaiervormig zijwaarts zijn uitgespreid. De alucita hexadactyla is lichtgeelachtig grijs met twee uitgezoomde dwarsbanden over de voorvleugels, zij heeft een vlucht van 15 & 18 mm. en vliegt gewoonlijk van

Juli tot in den herfst. Als rups leett zi] m bloemknoppen van verschillende soorten van kamperfoelie.

Waaierslnis. Zie Sluis.

Waaigat (Hazmeiland), een eiland op de W. kust van Groenland, beslaat een oppervlakte van 3 v. km. en ligt in den toegang tot de Waaigatstraat, welke het schiereiland Nugsuak van het eiland Disko scheidt. Het is vooral bekend door de slingerwaarnemingen, hier verricht, waruit de afplatting van de aarde op 1 : 313,6 berekend werd.

Waal. Zie Rijn.

Waal, Cornelis de, een Nederlandsch geleerde, geboren te Amsterdam in 1771, studeerde aldaar te Leiden en te Utrecht, in de rechten, wijdde zich verder aan de studie der godgeleerdheid en werd predikant te Lopiker Kapel. Later vestigde hij zich als handelaar te Amsterdam, doch zette tevens zijn studiën voort, zoodat hij in 1805 benoemd werd tot hoogleeraar in de wijsbegeerte te Groningen. Hij overleed aldaar den l8ten December 1849.

Waal, Engelbertus de, een Nederlandsch staatsambtenaar, geboren te 's Gravenhage den 27stea November 1821, was van 1837—-1858 ambtenaar in Nederlandsch Indië, aanvaardde in 1868 de portefeuille van Koloniën en keerde in November 1870 terug tot het ambteloos leven. Als minister bracht hij o. a. de agrarische wet (van den 9den April 1870) en de wet tot regeling van de suikercultuur op Java tot stand. Verder schafte hij in 1870 de pandhuispacht af, die 10 jaar later echter weder werd ingevoerd. Van zijn geschriften noemen wij: „Nederlandsch Indië en de Staten-Generaal sedert de Grondwet van 1814. Een bijdrage tot de geschiedenis der koloniale politiek in Nederland" (3 dln., 1860—1861), „De koloniale politiek der Grondwet en hare toepassing tot 1 Februari 1862. Een histo-

Sluiten