Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarnemingen even vaak voor; 2. bij ieder soort van waarnemingen bestaat er een grens voor de waarde der waarnemingsfouten; 3. kleinere fouten komen veelvuldiger voor dan groote. De grafische voorstelling van het verband tusschen de waarschijnlijkheid van een waarnemingsfout en haar betrekkelijke frequentie is een kromme (zie do afbeelding), welke symmetrisch ten aanzien van O Y en gaande door een maximim A, asymptotisch aan de as O X verloopt.

Verder blijkt, dat niet alleen de waarschijnlijkheid der frequentie van waarnemingsfouten van bepaalde grootte in haar verband door deze kromme worden voorgesteld, maar dat ook het verband tusschen de waarschijnlijkheid der afwijkingen van de gemiddelde waarde van een statistisch onderzochte grootheid (bijv. de lengte van mannelijke personen van 20 jaar) en deze grootheid door haar wordt afgebeeld (Wet van Galton Quételet). Vandaar dat men haar ook statistische kromme noemt.

Waarzeggen noemt men het aanwenden van geheime kunsten, om tot de kennis van verborgenheden of van toekomstige gebeurtenissen te geraken. De zucht, om zich aangaande toekomstige gebeurtenissen te vergewissen, is van ouds bij alle volken de grondslag geweest van het geloof aan waarzeggerij, een geloof, dat door sommigen gebruikt werd om eigen aanzien te vergrooten of om zich te verrijken. De overtuiging verder, dat men zelf niet bij machte was, in de duisternis der toekomst door te dringen, deed dat vermogen toeschrijven aan menschen, die als uitverkorenen der Godheid werden beschouwd. Dat de mensch zoodanig vermogen bezitten kon, werd te minder betwijfeld, naarmate de kennis der natuur geringer en de trap van verlichting en beschaving lager was. Hoewel de waarzeggerij onder de Israëlieten verboden was en nadat hij de waarzeggers zelf uit zijn land had verdreven, raadpleegde Saul de waarzegster (toovenares) van Endor. Vooral droomuitleggers waren zeer gezocht. Men raadpleegde doodenbezweerders en sterrenwichelaars en ontleende aanwijzingen aan de ingewanden der offerdieren enz. In tegenstelling daarmede werd het profetendom meer een soort van openbaar leeraarsambt, waarbij de vermaningen bijna steeds gepaard gingen met het voorspellen van toekomstig ongeluk of omgekeerd toekomstige verlossing uit het leed van het heden werd voorspeld. Bij de Grieken maakte de waarzeggerij een deel uit van den staatsgodsdienst. Zij huldigden Apollo als den god der waarzeggerij en gehoorzaamden in oudere tijden zelfs in staatsaangelegenheden aan de uitspraken van zijn priesters. Niet zelden waren vrouwen, die men door verdoovende middelen in geestvervoering bracht, de verkondigsters der toekomst, ja, bij de Grieken en Romeinen werd de gave der profetie als een soort van heilige waanzinnigheid voorgesteld. Bij de Romeinen waren de waarzeggers onder de namen van augures en haruspices geruimen tijd staatsambtenaren;hun voorspellingen uit de vlucht en het eten der vogels, uit de ingewanden der offerdieren enz. behoorden tot den openbare eeredienst. Door de Germaansche en Keltische volkeren werd de gave der voorspelling vopral toegekend aan de vrouwen. De Skandinaviërs ondernamen niets, zonder vooraf een waarzegging te hebben ingewonnen, een gebruik, dat ook na de invoering van het Christendom bleef bestaan.

Tevergeefs poogde het Christendom deze heidensche gebruiken te onderdrukken. Men bezigde zelfs Christelijke boeken, om daaraan voorzeggingen te ontleenen en beriep zich op den Bijbel, om het christelijke aan te toonen der chiromantie (waarzeggerij uit de handpalm). De Zigeuners deden de waarzeggerij in ons werelddeel herleven, en nog zijn er velen, die het vroegere geloof aan de waarde van het waarzeggen hebben behouden.

Waafl, Nicolaas van der, een Hollandsch figuuren portretschilder, werd geboren te Amsterdam den 15den October 1855 en was daar in 1911 nog woonachtig. Zijn eerste lessen ontving hij van den portretschilder J. A. Koopman, daarna werkte hij op de Rijks-Academie te Amsterdam onder A. Allebe en B. Wijnveld. Hij maakte reizen naar Parijs, Londen en Cassel en ging in 1884 met een rijksbeurs naar Italië. Hij verkreeg talrijke onderscheidingen en werd in 1891 benoemd tot hoogleeraar aan de Rijks Academie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam. Hij schilderde voornamelijk portretten, die vooral om de goede gelijkenis geroemd worden. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande in het Stedelijk museum t3 Amsterdam.

Waaljen, Johannes van der, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Amsterdam den 12den Juli 1639, studeerde in de theologie teUtrechten te Leiden en aan onderscheidene buitenlandsche hoogescholen en was achtereenvolgens predikant te Spaarndam, Leeuwarden en Middelburg. Nadat hij hier wegens onrechtzinnigheid was afgezet, aanvaardde hij den 6den December 1677 een professoraat in de Hebreeuwsche taal en in de godgeleerdheid te Franeker en in 1679 de betrekking van academieprediker, terwijl hem eershalve het doctoraat in de theologie werd geschonken. In 1680 werd hij raadsheer van den Frieschen stadhouder en twee jaar daarna geschiedschrijver van Friesland. Hij schreef o. a.: „Het lijden van Christus in Getsemané" (1674 en later), „De brief aan de Galaten kortelijk ontleed en verklaard" (1682), „Summa theologiae Christianae" (1689), „Varia Sacra" (1693) en „Theologiae Christianae cliiridion" (1701). Hij overleed den 4den November 1701 te Franeker.

Waaijen, Johannes van der, een Nederlandsch godgeleerde een zoon van den voorgaande, geboren te Middelburg den 20sten October 1676, studeerde in de godgeleerdheid, was eerst predikant te Midlum en werd in 1701 als opvolger van zijn vader benoemd tot buitengewoon en in 1704 tot gewoon hoogleeraar te Franeker. Hij overleed aldaar den 8sten December 1719.

Waaijen, Jacobus van der, een Nederlandsch staatsman, een broeder van den voorgaande, werd na zijn promotie in de rechten burgemeester van Franeker en secretaris van de Admiraliteit te Harlingen. In 1688 aanvaardde hij de betrekking van grietman van Hemelumer Oldephaert. Verder was hij lid van verschillende staatscommissies en bedijkte hij een polder onder Nijega. Hij overleed den 10den Januari 1743.

Wabash, een rivier in N.-Amerika, ontspringt in het W. van Ohio, stroomt als hoofdrivier door Indiana, vormt verder de grenzen tusschen Indiana en Illinois en vereenigt zich ua een loop van 805 km. aan de grens van Kentucky met de Ohio. Alleen bij hoogen waterstand is hij vanaf Mount Carmel (248 km.), anders slechts beneden Vinceimes (55 km,)

Sluiten