Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevaarbaar. Op zijn oevers bevinden zich rijke steenkoolbeddingen. Tot zijn talrijke zijrivieren behooren o. a. de Tippecanoe en de White River.

Wac is een woord uit het Sanskriet, dat ongeveer dezelfde beteekenis heeft als het Grieksche woord logos (zie aldaar).

Wace, Robert, een Anglo-Normandisch dichter, geboren omstreeks het jaar 1090 op het eiland Jersey, ontving aanvankelijk onderwijs op de school te Caen, studeerde daarna te Parijs in de godgeleerdheid en verkreeg onder Hendrik 1 een praebende aan de hoofdkerk te Bayeux. Behalve verschillende levensbeschrijvingen van heiligen, verschenen van hem twee grootere werken: „Geste des Bretuns", ook wel „Le roman de Brut" genoemd, een rijmkroniek, bewerkt naar de „Gesta regum Brittanniae" van Geofjrey of Monmouth en in 1155 aan koningin Eleimore van Engeland opgedragen, en„ Geste des Normandez", gewoonlijk „Le roman de Rou" geheeten. Dit laatste werk werd van 1160—1174 voor Hendrik II geschreven op grond van de Latijnsche werken van Dudo de Saint-Quentin en Guillaume de Jumièges en loopt van de oudste tijden tot 1106. Het eerste werk werd uitgegeven door Le Roux de Lincy (2 dln., Rouaan, 1836—1838), het tweede door Andersen (2 dln., Heilbronn, 1877—1879). Wace overleed na 1174. Bekend is nog een soort proloog tot de „Geste des Normandez", getiteld „Chronique ascendante des ducs de Normandie" (uitgegeven door Pluquet, Rouaan, 1824), welke aan Wace wordt toegeschreven en over Hendrik II verschillende nieuwe dingen mededeelt.

Wach, Karl Wilhelm, een Duitsch schilder, geboren den llden September 1787 te Berlijn, vormde zich onder leiding van Krethsmar en schilderde reeds in 1807 een altaarstuk „Christus met vier apostelen" en in 1811 een portret van koningin Louise. Nadat hij als officier der landweer deelgenomen had aan de veldtochten van 1813 en 1815, bleef hij te Parijs, waar hij werkte onder David en Gros en ging in 1817 naar Italië, waar vooral de werken van Raf/aël grooten invloed op hem uitoefenden. In Duitschland teruggekeerd, opende hij in 1819 te Berlijn een schilderschool. Later werd hij aldaar hoogleeraar enin 1840 onderdirecteur van de academie. Tot zijn eerste werken uit dit tijdperk behooren de plafondbeschilderingen in de concertzaal van den schouwburg, alsmede een „Opstanding van Christus" en een „Avondmaal" voor de St. Peter-Paulskerk te Moskou. In 1826 schilderde hij op bestelling van prinses Frederik der Nederlanden een groot Madonnabeeld. Van zijn latere werken noemen wij nog: „Christus met zijn jongeren", „Psyche door Amor verrast", „Johannes in de woestijn" en „Judith methethoofd van Holofernes." Hij overleed den 248'611 November 1845 te Berlijn.

Wach, Adolf, een Duitsch rechtsgeleerde, geboren te Kulm in West-Pruisen den llden September 1843, studeerde te Berlijn, Heidelberg en Koningsbergen in de rechten en vestigde zich in 1868 als privaatdocent te Koningsbergen. In 1869 werd hij benoemd tot gewoon hoogleeraar in de rechten te Rostock, in 1870 te Tübingen, in 1872 te Bonn en in 1875 te Leipzig. Hij schreef o. a.: „Der Arrestprozesz in seiner geschichtlichen Entwickelung" (dl. 1, 1885), „Vortrage über die Reichszivilprozeszordnung" (2de druk, 1896), „Handbuch des deutschen zivilprozeszrechts" (dl. 1, 1885), „Die

Zivilprozeszordnung und die Praxis" (1886), „Der Feststellungsanspruch" (1888), „Die Reform der Freiheitsstrafe" (1890), „Die Mündlichkeit in dem Entwurf der österreichischen Zivilprozeszordnung" (1895), „Zur Lehre von der Rechtskraft" (met P. Laband, 1899) en „Die Beweislast nach dem Bürgerlichen Gesetzbuch" (1901). Verder bewerkte hij den 5del1 en 6dei> druk van Keiler1 s „Der römische Zivilprozesz und die Aktionen" (1876 en 1883).

Wachan (Wdkban), een landschap in hetN. O. van Afghanistan, omvat de dalen van den Pamir en van den Wachan of Sarhad. Het vormt een bufferland tusschen het Russische en het Britsch-Indische gebied. Door het koude klimaat groeien alleen op beschutte plaatsen populieren; verder komt slechts struikgewas van wilgen en berken en jeneverstruiken op de oevers van de rivieren voor. Warme bronnen zijn talrijk. De 3 000 inwoners, een vermenging van Iraniërs (Tadsjik) en Oesbeken, zijn aanhangers van den Süetischen Islam. Zij kweeken op beschutte plaatsen tarwe, haver, erwten, boonen en meloenen en fokken paarden, vetstaartschapen, runderen en zeer fraaie yaks. De mir van Wachan is schatplichtig aan dien van Badachsjan. Als betrekkelijk gemakkelijke verkeersweg van O. naar W. Turkestan is Wachan een bezitting van groote staatkundige beteekenis.

Wachenhusen, Hans, een Duitsch schrijver, geboren den lsten Januari 1823 te Trier wijdde zich reeds vroeg aan de beoefening der letteren en trad sedert het uitbreken van den Krimoorlog op als oorlogscorrespondent van verschillende groote dagbladen. Uit deze correspondenties ontstonden later de werken: „Von Widdin nach Stambul" (1855), „Ein Besuch im Turkischen Lager" (1855), „Tagebuch vom italienischen Kriegsschauplatz" (1859), „Freischaren und Royalisten" (3de druk, (1867), „Vor den Düppeler Schanzen" (1864), „Tagebuch vom österreichischen Kriegsschauplatz" (4de druk, 1867) en eindelijk, uit de berichten aan de „Kölnische Zeitung" het „Tagebuch vom französischen Kriegsschauplatz 1870—1871" (2 dln., 1871). Tusschen zijn werk als oorlogscorrespondent door, woonde hij herhaaldelijk te Parijs, dat hij schilderde in: Das neue Paris" (1855), „Paris und die Pariser" (1855), „Die Frauen des Kaiserreichs" (7de druk, 1872) en „Pariser Photographien" (1868). De opening van het Suezkanaal was aanleiding tot een langdurigen tocht langs denNijl,beschreven in „Vom armen agyptischen Mann. Mein Fellahleben" (2 dln. 1871). Op belletristisch gebied schreef hij een reeks van populaire romans, sterk berekend op uiterlijk succes, waarvan wij noemen: „Die bleiche Grafin" (6de druk, 1894), „Die grafin von der Nadel" (8ste druk, 1882), „Rouge et noir" (3de druk, 1875) „Um schnödes Geld" (3de druk, 1884), en „Des Herzens Golgotha" (1873). Hij overleed den 233ten Maart 1898 te Marburg.

Wachler, Jolian Friedrich Ludwig, een Duitsch geschied- en letterkundige, geboren te Gotha den 15den April 1767, studeerde te Jena en te Göttingen in de letteren en godgeleerdheid, werd in 1790 rector te Herford, in 1794 in de godgeleerdheid en later in de geschiedenis te Rinteln, in 1801 te Marburg en in 1815 te Breslau. Als gevolg van zijn optreden in den strijd over de gymnastiek, zag hij zich in 1824 gedwongen als hoogleeraar ontslag te nemen, waarop hij werd benoemd tothoofdbiblio-

Sluiten