Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 1896 buitengewoon hoogleeraar te Lyon en in 1904 correspondent van het Instituut. Hij schreef: „L'acquisition de la Couronne royale de Prusse par les Hohenzollern" (Parijs, 1888), „De Huberti Languet vita" (Parijs, 1888), „La République des Provinces-Uries, la France et les Pays-Bas espagnols, de 1630 a 1650" (2 dln., Parijs 1895—1897) en „Le Grand Electeur, Frédéric-Guillaume de Brandebourg. Sa politique extérieure" (2 dln., Parijs, 1905 —1908). Verder bewerkte hij dl. 16 („Prusse 1648— 1789") van het „Recueil des instructions données aux ambassadeurs et ministres de France" (Parijs, 1901).

Wadelaï, een plaats in Equatoriaal Afrika, de voormalige residentie van Emin Pasja, ligt op den rechter oever van den Bahr el Dsjebel (Witte Nijl). Het behoort tot het Britsche protectoraat Oeganda, met welks hoofdstad Entebbe het telegrafisch verbonden is.

Wadgronden. Zie Wadden.

Wadi (Oeady, Arabisch = droog dal) is de algemeene naam van een diep rotsdal in de Sahara, waarvan de steile wanden trapsgewijze naar beneden loopen. Tusschen de wadi's verheffen zich alleenstaande bergen, getuigen geheeten, die, evenals de wadi's, worden beschouwd als een produkt der aeolische denudatie. Toch komen er in vele wadi's ook gesteenten voor,welke op de werking van stroomend water wijzen.

Dikwijls wordt de naam wadi ook gebruikt ter aanduiding van droog liggende rivierdalen in woestijnstreken, die alleen gedurende en kort na het vallen van regen water bevatten.

Wadi Halfa, de hoofdstad van het gelijknamige gouvernement in het N. van den Egyptischen Soedan, ligt, 2 km. beneden den tweeden cataract en dicht bij de Egyptische grens, op den rechter Nijloever. Het bezit een post- en een telegraafkantoor, een bazar en een moskee. Met de Nubische plaats Dabrosa telt het (1902) 2675 inwoners. De landingsplaats aan den Nijl heet Tewfikije. Het is een station aan den spoorweg naar Chartoem, en tevens het beginpunt van den militairen spoorweg

naar Kerme (Kerma) bij den derden cataract. De plaats ontleent haar naam aan het halfagras, dat hier veel voorkomt.

Wael, Lucas de, een Vlaamsch landschapschilder, werd geboren in 1591 en overleed in 1661. Hij was een leerling van zijn oom, den Fluweelen Brueghel. Hij maakte een reis door Frankrijk en Italië en schilderde daar landschappen in tempera en olieverf. Na zijn terugkeer uit Genua in 1628 trad hij in het St. Lucasgilde te Antwerpen. Anton van Dyck maakte een portret van hem en zijn broeder Cornelis de Wael. Er is geen schilderij van hem bekend.

Waern, Karl Frederik, een Zweedsch staatsman en schrijver, geboren den 15den Januari 1819 te Gotenburg, bezocht van 1886—1838 de mijn-academie te Freiberg (Saksen), werd in 1840 koopman en stond in 1858 aan het hoofd van een der grootste Zweedsche handelshuizen. Als minister van Financiën (1870—1874) voerde hij in 1873 den gouden standaard in en bracht hij in 1874 een vrijhandelsverdrag met Noorwegen tot stand. Van 1875—1891 was hij voorzitter van het handelscollege. Behalve de geschiedkundige studiën: „1786 &rs riksdag" (Gotenburg, 1868) en „Minnes teckning öfver Aug. Ehrensvard" (Stockholm, 1876), publiceerde hij

verschillende brochures, waaronder: „Bör det hvilande representations förslaget antagas ellerej?" (3 stukken, 1850), „Om Norrbottens lans skogsförh&llanden" (1874), „Om handelsbalans, kurs och utlandsk skuldsattning" (1887) en „Mellandikslagen och den verkningar"(1895). Hij overleed den 31Bten October 1899 op Baldersnas (Dalsland).

Wafthrudnir, is in de Noorsche godenleer een alwetende reus, wien, zooals een lied in de Edda verhaalt, Odin, als reiziger vermomd, een bezoek bracht om de proef van zijn wijsheid te nemen. Wafthrudnir, die hem niet herkent, laat zich vinden voor een wedstrijd in raadsels, waarin zij de geheele Noorsche godenleer in haar grondtrekken behandelen. Als eindelijk Odin vraagt, wat hij (Odin) zijn zoon Balder op den brandstapel had ingefluisterd, herkent de reus hem en verklaart zich voor overwonnen.

Wagadoegoe (Ouaghadougou), de hoofdstad van het thans tot Fransch W. Afrika behoorende landschap Mossi in W. Soedan, is een levendige handelsplaats aan den karavaanweg van het Z. naar Timboktoe.

Waganda heeten de bewoners van Oeganda (zie aldaar).

Wagen. Zie Groote Beer en Kleine Beer.

Wageil is een voertuig op (gewoonlijk) 4 wielen. Wagens waren bij de Egyptenaren reeds minstens 2 000 jaar v. Chr. in gebruik. Omstreeks 1300 v. Chr. gebruikten zij strijdwagensjmet twee spaakraderen.

Voor andere doeleinden maakt™ zij geDruiK van wagens met schijfraderen, getrokken door runderen. Vierwielige wagens werden alleen bij godsdienstige plechtigheden gebruikt. De strijdwagens der Assyriërs en Grieken vertoonden groote overeenstemming met die der Egyptenaren. In historischen tijd werden zij bijna uitsluitend bij feestelijke spelen gebruikt. Het rijden in een wagen gold als teeken van overdaad en hoogmoed en werd zelfs aan vrouwen slechts ongaarne toegestaan. Voor het vervoer van lasten dienden vierwielige wagens. De Romeinen hadden zeer lichte renwagens. Voor het vervoeren van lasten en personen werden twee- en vierwielige wagens gebruikt. Als onoverdekte reiswagen, vooral voor snelle reizen, hadden zij het cisium, voor het verkeer in de stad het essedum en den covanus. Overdekt was de tweewielige carpentum, terwijl de vierwielige galawagen, de carruca open was. Matronen maakten van het fnlentum gebruik. In den tijd der Merovingers werden de vorstelijke wagens met ossen bespannen. Op het einde der 12de eeuw kwamen reeds paarden als trekdieren in gebruik. Omstreeks 1500 waren wagens en bespanning dezelfde alsnog thans aan den Rijn. Spoedig daarop kwamen wagens in gebruik, waarvan de kast in riemen boven het onderstel hing. Uit deze ontstonden omstreeks 1600 onder den naam van koets de gesloten wagens. Om deze-gemakkelijker te kunnen besturen, werden ongeveer een halve eeuw later de beide voorwielen draaibaar onder den wagen aangebracht. Daarboven kwam een zitplaats voor den koetsier. Tegen het einde van de 17dc eeuw werden onder den naam „Berlinen" te Berlijn gebouwde koetsen ingevoerd. De wagenbak, welke plaats voor 4 personen aanbood, hing in riemen aan houten of stalen veeren zeer hoog boven de lengteboomen, zoodat de voorwielen hooger zijn en toch onder den wagenbak loopen. Deze had verder twee deuren, welke tot op den bodem reikten. Omtrent het midden van de 18a0

Sluiten