Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gekozen tot lid van het Huis van Afgevaardigden, maakte hij zich verdienstelijk niet alleen jegens zijn partij, maar ook door het formuleeren van de wetenschappelijke grondslagen voor de conservatieve denkbeelden in zijn „Staats- und Gesellschaftslexikon" (23 dln., 1859—1867; supplement, 1868). Den 29stcn Maart 1866 werd hij benoemd tot voordragend raadsheer in den ministerraad, daar Bismarck aldus een gedeelte van de conservatieve partij voor zijn staatkunde hoopte te winnen. In 1873 werd hij eerste raadsheer in den ministerraad. Toen echter Lasker in het Huis van Afgevaardigden bekend maakte welk aandeel hij had gehad in een zwendelonderneming (Pommersche Zentralbahn), moest hij zijn ontslag nemen en werd bovendien veroordeeld tot een schadeloosstelling van 72 000 gulden wegens onrechtmatige winst. Van zijn geschriften noemen wij nog: „Das Judentum und der Staat" (1857), „Gedenkschrift überdie wirtschaftlichen Assoziationen und sozialen Koalitionen" (1867), „Die Politik Friedrich Wilhelmus IV", (1883) en zijn gedenkschriften „Erlebtes" (2ae druk, 1884) met het nawoord „Die kleine aber machtige Partei" (1885). Hij overleed den 22sten April 1889 te Friedenau bij Berlijn.

Wapeningen, een gemeente in de provincie Gelderland, 3068 H. A. groot met (1910) 9 757 inwoners, wordt begrensd door de Geldersche gemeenten Ede, Renkum, Heteren en Kesteren en de Utrechtsche gemeente Rhenen. Zij wordt gedeeltelijk begrensd, gedeeltelijk doorsneden door den Rijn. De bodem bestaat grootendeels uit diluviaal zand, voor een kleiner deel uit klei. Tot de gemeente behoort de stad Wageningen, het Schependom, de Wolfswaard, de Manenswaard, het gehucht De Kortenburg, het Lexkesveer en een aantal landgoederen en verstrooide woningen.

De stad Wageningen ligt aan den voet van den Wageningschen Berg, ongeveer 1 km. van den Rijn verwijderd, in een vruchtbare en bekoorlijke omgeving. Zij heeft door een haven gemeenschap met den Rijn, door stoomtramlijnen met Arnhem, Ede en Zeist-Driebergen. Te Wageningen zijn de rijks hoogere en de gewone land-, tuin- en boschbouwschooi gevestigd (zie Landbouwschool, Rijks), waarmee een instituut voor landbouwwerktuigen en gebouwen, een suikerlaboratorium en een instituut voor phytopathologie verbonden zijn. In 1911 werd bepaald, dat de rijkslandbouwschool zal worden opgeheven, waarom 2 dergelijke inrichtingen te Groningen en te Deventer zullen worden opgericht, terwijl het hooger landbouwonderwijs te Wageningen zal gevestigd blijven. Verder vindt men er een hoogere burgerschool, waar de leerlingen voorbereidend onderwijs voor de land-, tuin- en boschbouwschool ontvangen, een rijkslandbouwproefstation en een rijksproefstation voor zaadcontröle. De stad bezit een Hervormde kerk, een Roomsch-Katholieke Kerk, een synagoge, een stadhuis, een waag, een gebouw voor den dijkstoel, de societeit de Harmonie enz. De vroegere wallen zijn in fraaie wandelingen herschapen. De bewoners houden zich bezig met landbouw, tuinbouw, tabaksteelt, handel, veeteelt en nijverheid.

Oorspronkelijk werd Wageningen op den Wageningschen berg gesticht, op de plaats, die men thans Oud-Wageningen noemt. Deze wordt als Wagenwega in een oorkonde van 338 vermeld. Naast dit

XV

Oud-Wageningen of Wageningen-op-den-Berg ontstond Nieuw-Wageningen, dat in 1263 stedelijke rechten ontving, en weldra met wallen en grachten werd omringd. Karei van Egmond stichtte er een burcht, die in de 18de eeuw werd gesloopt. De stad werd in de Middeleeuwen herhaaldelijk belegerd, zoo o. a. door Machteld van Gelder in 1372, in hetzelfde jaar door de Bronkhorsten, in 1422 door de Utrechtenaren, in 1480,1505 en 1506 door de Bourgondiërs, in 1493 door Karei van Egmond enz.

Wageningsohe berg1 is de naam van een heuvel in de Geldersche gemeente Wageningen (zie aldaar). Vroeger trof men er het dorp Oud-Wageningen of Wageningen-op-den-Berg aan, waarvan de overgebleven kerk in 1480 werd verwoest door de Bourgondiërs. Thans treft men er een hotel aan. Op de oostzijde van den heuvel liggen een aantal landgoederen. In 1841 heeft men er Germaansche oudheden gevonden.

Wag-enman (Auriga) is een sterrenbeeld van het N. lijk hemelhalfrond. Het moet den Athener Erichthonios voorstellen, die het eerst paarden voor een wagen spande. Volgens anderen echter Myrtilos, den wagenmenner van Oenomaos. Het bevat één ster van de eerste grootte, Capella, één van de tweede en twee van de derde grootte, benevens verschillende belangwekkende dubbelsterren en vier zeer fraaie sterrenhoopen. In 1892 verscheen in den Wagenman een nieuwe ster (Nova), welke zeer merkwaardige verschijnselen heeft te zien gegeven.

Wagenseil, Johannes Christophorus, geboren te Neurenberg den 26s,e° November 1633, volbracht in dienst van den graaf von Abensberg met dezen een groote reis door Duitschland, de Nederlanden, Engeland, Frankrijk, Spanje en Italië, werd vervolgens hoogleeraar te Altorf, wees een professoraat te Leiden van de hand en overleed den 9aen October 1705. Hij schreef o. a.: „De Romanis pontificibus ex Germanorum gente creatis" (1683), „Tela ignea Satanae, h. e. arcani et horribiles Judaeorum adversus Ohristum. Deum et christianam religionem libri anecdoti" (1681), „Hoffnung der Erlösung Israels" (1707) en „De lingua originali" (1791).

Wagensmeer is een mengsel van verschillende soorten van vet, hars en olie, dat dient tot het smeeren van wagenassen, ter vermindering van den wrijvingsweerstand. Het wordt bereid door het samensmelten van harsoliekalkzeep met zware teeroliën enz.

Wagga-Wagga, een plaats in den BritschAustralischen staat Nieuw-Zuid-Wales, ligt in een vruchtbaar landbouw- en veeteeltdistrikt, waarin ook goud gedolven wordt, op den Z.-O. oever van de Moerroembidsji. Het is door spoorwegen verbonden met Sydney en Melbourne en telt (1901) 5114 inwoners. Bij hoog water kunnen stoomschepen de stad nog bereiken.

Wagl. is bij namen van dieren de afkorting voor Johann Wagler, een Duitsch dierkundige (reptielen), geboren in 1800 te Neurenberg en overleden in 1832 als hoogleeraar te München.

Wagner, Heinrich Leopold, een Duitsch schrijver uit de Sturm-und Drangperiode, geboren te Straatsburg den 19den Februari 1747, studeerde aldaar in de rechten, vestigde zich in 1774 te Frankfort a. den Main, waar hij met Goethe en diens vrienden omging en zich in 1776 als advocaat vestigde. Van zijn geschriften noemen wij: „Briefe über die

48

Sluiten