Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Seylerische Gesellschaft und ihre Vorstellungen in i Frankfort a. M." (177B), „Prometheus, Deukalion i und seine Recensenten" (1776), een satire, gericht | togen de critici van Goethe's „Werther", (1776; ' nieuwe druk onder den titel „Evchen Humbrecht, i oder ihre Mutter merkt 's euch!" (1779), zijn beste werk. Zijn bewerking van Merekr's „Versuch über die Schauspielkunst"(1776) is opmerkenswaardig om j het aanhangsel „Aus Goethe's Brieftasche." Hij overleed den 4den Maart 1779.

Wagner, Ernst, een Duitsch schrijver, geboren den 2den Februari 1769 te Roszdorf, studeerde te J»na in de rechten, werd secretaris van vrijheer vm Wechmar te Roszdorf en in 1804 kabinetssecretaris te Meiningen. Zijn romans verraden den invloed van Jean Paul maar zijn, bij minder geestigheid rijker aan romantische trekken. De beste zijn: „Willibalds Ansichten des Lebens" (2 dln., 1804), „Die reisenden Maler" (2 dln., 1806), „Ferdinand Miller" (1809) en „Isidore" (1814). Hij overleed den 25Bten Februari 1812 te Meiningen. Zijn gezamenlijke werken verschenen in 12 dln. (1824—1828).

Wagner, Johann Jacob, een Duitsch wijsgeer, geboren te Ulm den 218,en Januari 1775, studeerde te Jena en te Göttingen werd in 1803 hoogleeraar in de wijsbegeerte te Würzburg, ontving in 1809 pensioen, was van 1816—1834 wederom als hoogleeraar werkzaam en overleed den 22stcI1 November 1841 in zijn geboorteplaats. Van zijne geestrijke, vaak zonderlinge geschriften vermelden wij: „Theodicee" (1809), „Mathematische Philosophie" (1811), „Organon der menschlichen Erkenntnis" (1830), „Religion, Wissenschaft und Staat, in ihren gegenseitigen Verhaltnissen betrachtet" (1819), „Kleine Schriften" (2 dln., 1839) en „Dichterschule" (1840; 2de druk, 1850). Zijn verzamelde werken zijn in 1862 —1857 in 7 deelen in het licht verschenen.

Wagner, Johan Martin von, een Duitsch beeldhouwer, geboren te Würzburg den 24?teD Juni 1777, legde zich onder leiding van Fuger te Weenen toe op het schilderen en bezocht in 1804 Parijs en in 1806 Rome. Onder den invloed van kroonprins Lodewijk van Beieren wijdde hij zich echter aan de plastiek en vertrok, in opdracht van dezen, tweemaal naar Griekenland om oudheden te verzamelen. Koning Lodewijk benoemde hem in 1841 tot directeur van het museum te München. Weldra echter begaf zich de kunstenaar weder naar Rome, waar hij den 8Bten Augustus 1858 op Villa Malta, hem door den koning tot verblijf afgestaan, overleed. Zijn hoofdwerken zijn; „Het feest te Eleusis", de fries van het Walhalla, voorstellend het leven der Germanen (92 m. lang), „Bavaria met het vierspan leeuwen", en andere beeldhouwwerken voor de Overwinningspoort te München, een marmeren groep voor den gevel van de glypotheek „Minerva als beschermvrouw der plastische kunsten" en de reliëfs voor de rijschool aldaar. Van zijn geschriften noemen wij: „Ueber die Niobidengruppe en „Ueber die Dioskuren auf dem Quirinal".

Wagner, Rudolf, een Duitsch physioloog, geboren te Baireuth den 30sten Juni 1805, studeerde te Erlangen, Würzburg en te Parijs in de vergelijkende ontleedkunde, deed op de kusten van Normandië en van Z. Frankrijk onderzoekingen omtrent lagere dieren, vestigde zich in 1829 als privaatdocent en werd in 1833 professor in de dierkunde te Erlangen en in 1840 in de physiologie en vergelijkende anato-

mie-zoölogie te Göttingen.Van zijn geschriften noemen wij; „Lehrbuch der vergleichenden Anatomie" (2de druk onder den titel „Lehrbuch der Zootomie", 2 dln., 1843—1847), „Icones physiologiae" (nieuwe druk bewerkt door Ecker, 4 stukken 1861—1859), „Lehrbuch der Physiologie" (4de druk door Fvmke, 1857), „Icones Zootomicae. Handatlas der vergleichenden Anatomie" (1841), „Grundrisz der Encyklopadie und Methodologie der medizinischen Wissenschaften nach geschichtlicherAnsicht"(1838), „Zur vergleichenden Physiologie des Blutes" (1833) en het opzienbarende „Handwörterbuch der Physiologie"^ dln., 1842—1853). Zijn „Neurologische Untersuchungen" (1854) gaven aanleiding tot een vinnigen pennestrijd met Carl Vogt, waarin Wagner de uiterste spiritualistische richting trachtte te verdedigen. Vruchten daarvan zijn: „Menscheni schöpfung und Seelensubstanz"(1854), „Ueber Wissen und Glauben" (1854) en „Der Kampf um die Seele vom Standpunkt der Wissenschaft" (1857). Verder schreef hij nog: „Zoologisch-antropologische Untersuchungen" (1861) en „Vorstudien zu einer wissenschaftlichen Morphologie und Physiologie des i menschlichen Gehirns" (2 dln., 1860—1861). Hij

■ overleed den 13den Mei 1864 te Götti igen.

I Wagner, Moritz, een Duitsch reiziger en natuur• onderzoeker, een broeder van den voorgaande, ge-

■ boren te Baireuth den 3den October 1813, studeerde , van 1833—1836 te Erlangen en te München in de na-

- tuurwetenschappen,bereisde van 1836—1838Algerië , en nam als lid van een wetenschappelijke commissie , deel aan den tweeden veldtocht naar Constantine.

- Daarna studeerde hij te Göttingen in de delfstof3 kunde, bereisde van 1842—1845 de kustlanden van ; de Zwarte Zee, den Kaukasus, Armenië, Koerdistan l en Perzië, bezocht van 1862—1855 met Scherzer N.

en Centraal-Amerika en W. Indië en onderzocht

- van 1857—1860 de Andes van Panama tot Ecuador. , Sedert 1860 hoogleeraar te München, hield hij zich e vooral met diergeografische en Darwinistische stui dies bezig. Van zijn hand verschenen o. a.: „Reisen i- in der Regentschaft Algier in den Jahren 1836— e 1837 und 1838" (3 dln., 1841), „Der Kaukasus und :- das Land der Kosaken" (2 dln., 1848), „Reise nach i. dem Ararat und dem Hochlande Armeniens" (1848), ;- „Reise nach Kolchis" (1860), „Reise nach Persien r und dem Lande der Kurden"(2 dln., 1862), „Die ,r Republik Costarica" (met Scherzer, 1866), „Die Darr winsche Theorie und das Migrationsgesetz" (1868), n „Naturwissenschaftliche Reisen im tropischen Ames rika" (1870) en „Über den Einflusz der geographir- schen Isolierung und Kolonienbildung auf die morn phologischenVeranderungen derOrganismen"(1871), ie Hij overleed den 30eten Mei 1887 te München. Na n zijn dood verscheen „Die Entstehung der Arten a durch raumliche Sonderang" (met biografische inle leiding van Scherzer, 1889).

n Wagner, Adolf, een Duitsch staathuishoudkun■r dige, een zoon van Rudolf Wagner, geboren te Erlangen den 25stel> Maart 1836, studeerde in de rech3- ten en staatswetenschappen, werd in 1868 leeraar te in de staathuishoudkunde aan de handelsacademie le te Weenen, in 1863 te Hamburg, in 1865 gewoon ■n hoogleeraar te Dorpat, in 1868 te Freiburg en in re 1870 te Berlijn. In het eerst schreef hij vooral over ■n bank- en geldwezen. Daarop hebben betrekking: ■n „Beitrage zur Lehre von den Banken" (1867), „Die o- Geld- und Kredittheorie der Peelschen Batikakte'''

Sluiten