Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

industrie", 2de druk 1869), „Handbuch der cliemischen Technologie", 15de druk, bewerkt door Fischer, (2 dln., 1900—1902), „Regesten derSodafabrikation" (1866) en „Studiën auf der Pariser Ausstellung des Jahres 1867" (1868). Bovendien gaf hij sedert 1855 het „Jahresbericht über die Leistungen der chemischen Technologie" uit. Hij overleed den 4den October 1880 te Würzburg.

Wagner, Ernst Leberecht, een Duitsch geneeslcundige, geboren te Dehlitz aan de Saaie den 12den Maart 1829, studeerde te Leipzig, Praag en Weenen, vestigde zich in 1855 te Leipzig als privaatdocent, werd in 1859 buitengewoon en in 1862 gewoon hoogleeraar in de algemeene ziektekunde en in de ziektekundige ontleedkunde aldaar, in 1867 prosector in het Jacobshospitaal en conservator van het pathologisch-anatomisch museum en in 1877 hoogleeraar in de bijzondere ziekte- en geneeskunde en directeur van de geneeskundige kliniek. Hij schreef: „Der Gebarmutterkrebs" (1858), „DieFettmetamorphose des Herzfleisches" (1864),,, Das tubkerelahnliche Lymphadenom" (1871), „Handbuch der allgemeinen Pathologie" (met Uhle, 7de druk, 1876) en „Krankheiten des chvlopoetischen Apparats" (met Vogel en Wendt, 2de"druk, 1878). Ook redigeerde hij van 1860 tot 1878 het „Archiv für Heilkunde", terwijl hij in het „Handbuch der speziellen Pathologie und Therapie" van Ziemssen (3de druk, 1882) „Morbus Brightii" schreef. Hij overleed den 10den Februari 1888 te Leipzig.

Wagner, Alexander von, een Hongaarsch schilder, geboren den 16den April 1838 te Boedapest, bezocht eerst de kunstacademie te Weenen en vormde zich daarna onder Piloty te Miinchen tot genreen historieschilder. Zijn eerste succes behaalde hij met het doek „Isabella Zapolya neemt afscheid van Zevenburgen", ontleend aan de geschiedenis van zijn vaderland. Daarna voerde hij twee wandbeschilderingen: „Gustaaf Adolf's intocht in Aschaffenburg" en „Het huwelijk van Otto van Beieren" uit in het rijksmuseum te München. Behalve de genoemde, schilderde hij nog een aantal werken naar onderwerpen uit de Hongaarsche geschiedenis, waaronder: „De offerdood van Titus Duchovics" en „Koning Mathias op de jacht", benevens de fresco's: „Feestmaal van AttÜa" en „Koning Matthias als overwinnaar in het steekspel." In 1866 werd hij benoemd tot hulpleeraar en later tot hoogleeraar in de techniek van het schilderen aan de academie te München.Tusschen 1870 en 1880 begon hij zich toe te leggen op het schilderen van dieren. Achtereenvolgens ontstonden: „Czikosren te Debreczin", „Romeinsche wagenren", „Stierengevecht in de Oudheid", „Mazeppa", „Paardendrijfjaclit in de poesta van Hortopagyer" enz. Vrucht van een reis door Spanje zijn de genrewerken: „Picadores bij het stierengevecht", „Bij de stadspoort van Cordova", „Casa del Garbon te Granada" en „Op den weg naar Sevilla", alsmede de illustraties bij het werk over Spanje van Th. Simons, wiens werk „Aus altrömischer Zeit" von Wagner eveneens verluchtte. Ook schilderde hij een panorama „Het oude Rome met den zegetocht van Constantijn" naar een architectonisch ontwerp van J. Bühlmann.

Wagner, Otto, een Oostenrijksch architect, geboren den 13deB .Juli 1841 te Penzing bij Weenen, studeerde aan de polytechnische school en aan de kunstacademie te Weenen en later aan de bouwkun¬

dige academie te Berlijn en keerde daarna naar Weenen terug, waar hij met succes aan verschillende prijsvragen deelnam. Bij de normaliseering van de Donau en het aanleggen van verschillende verkeerswegen, werd hij met de leiding van eenige belangrijke werken belast. Behalve particuliere huizen en villa's bouwde hij te Weenen het Dianabadhuis, het gebouw voor de postspaarbank, en te Boedapest de synagoge. Met het ontwerp voor een nieuw parlementsgebouw te Boedapest verwierf hij de kleine gouden medaille op de Berlijnsche tentoonstelling voor schoone kunsten (1886). Sedert 1894 is hij hoogleeraar aan de kunstacademie te Weenen. Van zijn hand verschenen: „Einige Skizzen, Projekte und ansgeführte Bauwerke"(3 dln., 1891—1906) en „Moderne Architektur" (3de druk, 1902).

Wagner, Paul, een Duitsch landbouwscheikundige, geboren den 7den Maart 1843 te Liebenau in Hannover, studeerde te Erlangen en te Göttingen, vestigde zich aldaar in 1871 als privaatdocent, vertrok in 1872 als directeur van het landbouwproefstation naar Darmstadt en werd hier in 1881 tot hoogleeraar benoemd. Zijn voornaamste onderzoekingen hebben betrekking op de voeding der cultuurplanten. Van zijnhand verschenen: „Lehrbuch der Düngerfabrikation und Anleitung zur chemischen Untersuchung der Handelsdünger" (1877), „Einige praktisch wichtige Düngungsfragen" (7de druk, 1887), „Der Düngewert und die rationelle Verwendung der Thomasschlacke" (1888), „Die Steigerung der Bodenertrage durch rationelle Stickstoffdiingung" (2de druk, 1888), „Anleitung zu einer rationellen Düngung mit Phosphorsaure" (1889); „Die Stickstoffdüngung" (1892), „Düngungsfragen" (6 stukken, 1894—1904 en later), „Die Anwendung kiinsticher Düngemittel" (4de druk, 1908), „Die Düngung mit schwefelsaurem Ammoniak und organischen Stickstoffdüngern im Vergleicli zum ChiBsalpeter" (1903), „Die Ausführung von Felddüngungsversuchen nach exakter Methode" (1904), •„Versuche über die Kalidüngung der Kulturpflanzen" (1904), „Forschungen auf dem Gebiete der Weinbergdüngung" (1907), „Stickstoffdüngung und Reingewinn" (1907) en „Versuche über die Stickstoffdüngung der Kulturpflanzen unter Verwendung von Chilisalpeter, Ammoniaksalz und Kalkstickstoff (1907).

Wagneriet (Mg2FP04), een delfstof, bestaande uit fluoorhoudend magnesiumphosfaat, komt voor in zuilvormige, monokline kristallen, is wijngeel tot bleek roodachtig van kleur, met een hardheid van 5—5,5 en een soortelijk gewicht van 3,1. Vindplaatsen zijn Werfen in Salzburg en Bamle in Noorwegen.

Wagram (Deutsch-Wagram), een dorp in Neder-Oostenrijk, gelegen aan den Ruszbach en aan den spoorweg Weenen-Lundenburg, bezit fabrieken voor zwavelzuur, kunstmeststoffen en ontsmettingsmiddelen en telt (1900) 1709 inwoners. Het is in de geschiedenis bekend door de overwinning, welke hier den 5den en 6den Juli 1809 door Napoleon op aartshertog Iiarel behaald werd. Na den slag bij Aspern door het Italiaansclie leger onder den onderkoning Eugène versterkt, overschreed Napoleon in den nacht van den 4den op den 5den Juli de Donau bij het eiland Lobau. De aartshertog, besloot den aanval af te wachten in zijn stellingen op het Marchfeld bij Wagram. Tegenover 180 000 Franschen met

Sluiten