Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inwoners telt, bezit een groote schoenenfabriek en drijft levendigen handel in graan, vee, wol enz. In de nabijheid bevindt zich het bisschoppelijk paleis Migazziburg en het Sankt Andraer Donau-eiland.

Waï-wou-pou is de naam van het Chineesche ministerie van Bnitenlandsche Zaken, dat het in 1860 opgerichte Tsoenglyamen vervang t. Volgens een keizerlijk besluit van den 24sten Juli 1901 had, op aansporing van de groote mogendheden, deze reorganisatie plaats. Tot de Waï-wou-pou behooren, behalve de chef, 2 presidenten, 2 vice-presidenten, 4 directeuren en 4 raadgevende rapporteurs.

Wajras (Sanskriet = diamantenknots, scepter) is bij de Hindoe's de scepter van Indra, die eenigszins op den bliksem van Zeus gelijkt. In het mystieke Boeddhisme was het de tooverscepter van de priesters, bezweerders en adepten, die als het zinnebeeld van bovenmenschelijke krachten werd beschouwd en bij plechtige gelegenheden werd gezwaaid. De bezitters van dezen staf heetten Wajrapdni.

Wakamatsoe, de hoofdstad van de Japansche provincie Iwasjiro in Centraal Nippon en de voormalige residentie van een daimyo, ligt in de nabijheid van het Inawasjiromeer. De plaats telde vroeger 60 000, in 1903 echter slechts 32 534 inwoners, die beroemde lakwaren vervaardigen. Niet ver van hier liggen de warme bronnen van Higasjiyame.

Wa-kan-san-saï-dzou-yé is de naam van een Japansch werk, dat bij de Oostersche taalgeleerden als „Groote Japansche encyclopaedie" bekend staat. Het werd in 1714 door Sima-yosi Anko uitgegeven. Verschillende geleerden als Klaproth, Hoffmann, Pfizmayer en Leon de Rosny hebben veel aan deze encyclopaedie ontleend. Het gedeelte, dat op het Boeddhisme betrekking heeft, werd vertaald door Carlo Puini, het zoölogisch gedeelte door Serrurier.

Wakayama, de hoofdstad van de Japansche provincie Kii of Kisjioe in Z. W. lijk Nippon, ligt op den linker oever van de Yosjino-gawa. Uitgangspunt van den spoorweg naar Osaka, drijft de plaats, welke (1903) 68 527 inwoners telde, een belangrijken handel in katoen.

Wakefield, City of, de hoofdstad van Westriding in het Engelsche graafschap York, is in een vruchtbare vlakte, 43,7 km. Z. W.lijk van York aan het Wakefieldkanaal en aan den Calder gelegen. Het is de zetel van een Anglikaanschen bisschop, bezit een Gotische hoofdkerk uit de 14de eeuw met een toren ter hoogte van 70 m., een stad in Renaissance-stijl, (1880), een beroemde Latijnsche school, (1591), een kunstnijverheidsschool, met museum, een korenbeurs en een krankzinnigengesticht en telt (1901) 41 413 inwoners. Van de takken van nijverheid noemen wij: kamgarenspinnerij, draadtrekkerij, machinebouw, vervaardiging van landbouwwerktuigen, chemikaliën en zeep, bierbrouwerij, enz. De plaats drijft handel in graan, meel en vee. Over den Calder voert een overoude steenen brug, waarop een kapel, gebouwd door Eduard IV ter herinnering aan den slag van Wakefield (den 30sten December 1460), waarin Richard, hertog van York, het leven verloor.

Wakeman, Henry Offley,een Engelsch geschiedkundige, geboren in 1853, studeerde te Eton en te Oxford, werd vervolgens fellow aan het All Souls' College, daarna repetitor voor de geschiedenis

en de economie aan het Keble College, welke betrekking hij vervolgens verwisselde met die van repetitor voor de economie aan het All Soui's College. Op kerkelijk gebied was hij een van de leiders van de partij van de High Church. Hij overleed in 1899. Van zijn werken noemen wij: „Vie de Charles James Fox", „The Ascendancy of France" in „Periods of european history", „Religion in England", „The Church and the Puritans" en „History of the Church of England."

Wakidl, Mohammed ibri Omar, een Arabisch geschiedschrijver, geboren in het jaar 747 te Medina, was een nauwkeurig kenner van de oudste geschiedkundige overlevering in den Islam en een goed chronoloog. Afgezien van het omvangrijk materiaal, door hem verzameld en bewaard gebleven in het groote „Klassenboek" van zijn leerling en secretaris Ibn Siïad (overleden in 845), bezitten wij slechts één werk van zijn hand: „Kitab elMagh&zi" („Boek der veldtochten van den Profeet"), dat een van de oudste en meest waardevolle geschiedenissen van het leven van Mohammed is. Hij overleed in 823 als kaid te Bagdad.

Wakkerstroom, een distrikt in de Britsche kolonie Transvaal, telt op een oppervlakte van 10 932 v. km. (1904) 53 719 inwoners, waaronder 8586 Blanken. Een gedeelte van Wakkerstroom is na den laatsten oorlog bij Natal gevoegd.

Wakoeafi is de naam van een volksstam in Equatoriaal O. Afrika. Zij zijn een sterk met Negerbloed vermengde stam der Massai, bij wie zij in lichaamsbouw echter ver ten echter staan. Vroeger bewoonden zij het groote gebied tusschen den Kilimandsjaro, Oegono en Paré,alsmedeTeitaen Oesambara. Voor een zestigtal jaren nog zeer machtig, komen zij, verdreven en verstrooid door de Massai, in aaneengesloten massa alleen nog voor op het Leikipia-hoogland en in Kawirondoi aan het Victoria Nyanzameer. Kleinere groepen leven in Ngoeroe, in het N. van Oesegoea, in Paré, in de vlakte om den Kilimandjaro en aan het Natron- en Baringomeer. Zij bewonen hutten in den vorm van hooioppers en houden zich in hoofdzaak met den landbouw bezig.

Wakoef (Arabisch Wakf — vaststelling) is een eigenaardige vorm van eigendom, voorkomend in Mohammedaansche landen, welke, bestaande in een bezitting, onttrokken aan het vrije verkeer en omgezet in een stichting ten behoeve van den godsdienst of de liefdadighid, met onze instelling der goederen in de doode hand kan worden vergeleken. Het wakoef komt in drie verschillende vormen voor. Vooreerst als onroerende goederen, welke door veroveraars, terstond nadat zij een land hadden bezet, aan de moskeeën werden toegewezen. Daarbij kwaden stichtingen, zoowel der heerschers als der meergegoede onderdanen, zooals onderwijsinrichtingen, bibliotheken, baden, ziekenhuizen enz. Deze noemt men „wettelijke" ewkSf (meervoud van wajoef, Arabisch aukaf). De derde soort eindelijk, welke haar grondslag vindt in het gewoonterecht (adat) heeten „éidijja." Zij bestaat uit een groot aantal stukken land, welke de eigenaars, uit vrees voor confiscatie, tegen betaling van 10—15% van de getaxeerde waarde als wakoef lieten erkennen om hen daarna tegen een geringe jaarlijksche rente als erfelijk leen weder terug te ontvangen. De aangelegenheden der ewkaf staan sedert 1835 in Turkije onder een afzon-

Sluiten