Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de werken: „Cosmologie, ou Description de la terre considérée dans ses rapports astronomiques, physiques, historiques et civils" (1815), „Le monde maritime" (14 dln., 1818), „Recherches sur la géographie ancienne et celle du moyen-Sge" (1822— 1823), „Histoire générale des voyages" (21 dln., 1826—1831) en „Géographie ancienne des Gaules" (2de druk, 2 dln., 1862). Van zijn werken op he t gebied der natuurlijke historie verdienen vermelding: „Faune parisienne" (2 dln., 1905), „Histoire naturelle des aranéides" (1805) en „Histoire naturelle des insectes aptères" (met Gervais, 4 dln., 1836— 1847). Hij overleed den 28Btcn April 1852 te Parijs.

Walcker, Eberhard Friedrich, een Duitsch orgelbouwer,geboren den 3dcn Juli 1794 te Kannstatt, genoot zijn opleiding bij zijn vader, vestigde zich in 1820 te Ludwigsburg en maakte zich al spoedig zoodanig bekend door allerlei verbeteringen en ten deele ook zeer belangrijke uitvindingen, dat zijn werkplaats wereldberoemd werd. Vooral de uitvinding van de kegellade (1842), die een geheele verandering in de constructie der windladen bracht, verwekte veel opzien. In 1854 werden zijn beide oudste zonen, Heinrich (geboren den 10den October 1818, overleden den 24stei1 November 1904) en Friedrich (geboren den 17den September 1829, overleden den 6den December 1895), in de zaak opgenomen. Na den dood van Walcker, die den 4den October 1872 te Ludwigsburg overleed, traden ook zijn zonen Karl (geboren den 6den Maart 1845), Paul (geboren den 31sten Mei 1846) en Eberhard (geboren den 8sten Augustus 1850) als deelgenooten op van de zaak, welke thans door Karl, Eberhard en Walcker's kleinzoon Oskar (geboren in 1869) onder den naam van „E. F. Walcker u. Komp." gedreven wordt.

Walcourt, een dorp in de Belgische provincie Namen, arrondissement Philippeville, ligt aan de Eau-d'heure, een vertakking van de Sambre, en aan den spoorweg Charleroi-Vireux, terwijl het eveneens door spoorwegen met Morialmé en Philippeville is verbonden. Het bezit een fraaie Lieve Vrouwekerk en een rijksmiddelbare school voor jongens. De plaats, welke ijzerindustrie heeft, telt (1905) 1877 inwoners. In de nabijheid liggen steengroeven. Hier behaalden den 25sten Augustus 1689 de Engelschen en Nederlanders onder Waldeck de overwinning op de Franschen onder maarschalk $ Humières.

Wald, een plaats in het Pruisische distrikt Düsseldorf, gelegen aan den spoorweg Hilden—Wohwinkel; bezit 2 Protestantsche en 2 R. Katholieke kerken, een hoogere burgerschool, fabrieken van staal- en ijzerwaren (messen, scharen,'sloten,vorken, lepels, rijwiel- en parapluieonderdeelen enz.), parapluies, wandelstokken enz., messinggieterijen en stoompannebakkerijen. Zij telt (1905) 23055 inwoners. Wald wordt reeds in 1019 vermeld.

Waldaïhoogte (Wolchonskiwoud, Alaoenisch Gebergte), het N. O. lijk gedeelte van den MiddelRussischen landrug, gelegen in het gouvernement Nowgerod, vormt de waterscheiding tusschen de Wolga en de rivieren, welke in het ümenmeer uitmonden. Zij bevat de bronnen van de Wolga, den Dnjepr, de Duna enz. en loopt zóó geleidelijk omhoog, dat haar grenzen nauwelijks met zekerheid kunnen worden aangegeven. Zij bereikt in de Iljinbergen (Ijiny Gory) een hoogte van 310 m., doch heeft voor 't overige een gemiddelde kamhoogte van

90 m. en omvat een reeks van steile heuvelgroepen, waartusschen zich vele dalen, kloven, meertjes en moerassen bevinden. De Wadaï is rijk aan zandsteen, kalk en zwart en rood leem; aan de oppervlakte liggen verstrooide granietblokken. Thans heeft men reeds een groot gedeelte der voormalige bosschen in bouwland herschapen.

Waldarfer (of Valdarfer), Christoph, een Duitsch boekdrukker, uit Regensburg, nam onder de Duitschers,die in de 15deeeuw de boekdrukkerskunst in Italië invoerden, een voorname plaats in. Hij was het eerst van 1470—1472 te Venetië werkzaam. De werken, aldaar bij hem verschenen, onderscheiden zich door sierlijkheid en correctheid. Behalve Cicero's ,,Orationes"(1471), gaf hij den eersten druk van Boccaccio's „Decamerone" (1471) uit, waarvan thans nog één enkel, volledig exemplaar bestaat, dat tot de duurst betaalde boeken behoort. In 1473 vestigde hij zich te Milaan, waar hij tot 1488 een reeks werken uitgaf, welke uit een oogpunt van uitvoering tot de fraaiste van dien tijd behooren. Wij noemen o. a.: Ambrosius' „Opera" (1474) en Justinus' „Historiae" (1476).

Waldburg, een vorstendom, in 1803 in Schwaben uit de voormalige goederen der Graven von Waldburg gevormd en gelegen tusschen de Donau en den Iller, bestaat uit het graafschap Zeil in Württemberg, het graafschap Trauchburg in Württemberg en Beieren, de heerlijkheden Wolfegg-Waldsee, Waldburg, Praszberg, Leipoltz en Waltershausen, met de helft van het domein Kieszlegg, de heerlijkheden Balgheim, Vollmaringen en Göttelfingen, Wursach en Moorstetten in Württemberg, de heerlijkheid Pfaffwiesen in Baden, de heerlijkheid Lustnau in Oostenrijksch Tyrol en het landgoed Rohrmoos in Beieren en telt op 745 v. km. 2 800 inwoners. Het wapen is een gouden rijksappel, op een rood veld; drie gouden dennenappels op een blauw veld herinneren aan den naam Waldburg. Het geslacht vm Waldburg stamt af van de heeren von Tanne, die omstreeks 1100 optraden, in 1170 Waldburg verwierven en sedert 1214 het ambt van oppervoorsnijder bekleedden. De oppervoorsnijders van Waldburg hadden onder de heerschappij der Hohenstaufen grooten invloed op den gang van zaken in het rijk. Het meest bekende lid van het Huis is Georg, Oppervoorsnijder van Waldburg. Deze was aanvoerder van het leger van den Schwabischen Bond tegen Ulrich von Württenberg (1519) en in den Boerenoorlog (1525) stadhouder van Württemberg.

In 1419 splitste het geslacht zich in de Jacobische en de Georgische lijn. Verschillende leden van het Huis bekleedden hooge kerkelijke waardigheden. Bekend is Gebhard, aartsbisschop van Keulen, die in 1582 tot de Hervormde Kerk overging. In 1628 verwierven de oppervoorsnijders van Waldburg de waardigheid van graaf; in 1803 werden de leden der Württembergsche hoofdlijnen, ter vergoeding voor het verlies van de rijksvrijheid, vorsten. Thans bestaan in Württemberg de vorstelijke lijnen: Waldburg-Wolfegg-Waldsee en Waldburg-Zeil en Trauchburg en in Oostenrijk de grafelijke zijlijn WaldburgZeil-Lustenau-Hohenems.

Waldeck (Waldeck-Pyrmont), een tothetDuitsche Rijk behoorend vorstendom in het N. W.lijk gedeelte van Duitschland, bestaat uit het eigenlijk vorstendom Waldeck en het vorstendom Pyrmont (zie aldaar), welke door Pruisisch grondgebied ge-

Sluiten