Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

calvinistisch-methodist. Landbouw en veeteelt vormen in het grootste gedeelte van het land nog de voornaamste takken van bedrijf. De veestapel telde in 1902:164114 paarden, 721874 runderen, 3462698 schapen en 215 283 varkens. Toch vindt meer dan de helft der bevolking haar bestaan in mijnbouw en nijverheid. Vooral in Glamorganshire en in het steenkoolbekken is de mijnbouw sterk ontwikkeld. In 1902 werden 31,1 millioen ton steenkool, 10 760 ton ijzererts, 3618 ton zinkerts, 1486 ton looderts, 10008 ton leisteen, 160231 ton pijpaarde en 724218 ton kalksteen gedolven. Op het gebied der nijverheid staan de staal- en ijzerbereiding en de vervaardiging van witblik boven aan. De voornaamste havens zijn: Cardiff en Swansea in het Z. en Holyhead op het eiland Anglesea. Wales is verdeeld in 12 graafschappen. Het heeft geen hoofdstad.

De oudste bekende bewoners van Wales waren de Keltische Kymren. Ten tijde der Romeinsche heerschappij in Brittannië droeg het land den naam van Cambria, en ook nu nog noemen de inwoners zich Cymry. Toen in de 5de eeuw de Angelsaksen Brittannië veroverden, vluchtte een gedeelte der Keltische Britten naar het gebergte van Wales en smolt daar met de oorspronkelijke bewoners samen tot een volk, dat ook nu nog in vele opzichten zijn aard, zijn gewoonten en zijn taal bewaard heeft. Alleen bij de hoogere standen vindt men de Engelsche beschaving en taal; zij bestaan in hoofdzaak uit Engelsche elementen. De taal der bewoners, tot den Keltischen tak van den Indo-Germaanschen taalstam behoo-

renu, neett een belangrijke, vooral dichterlijke letterkunde. In het tijdperk der Angelsaksen waren er verschillende zelfstandige vorsten aan het bewind, wier onderlinge verdeeldheid er toe leidde, dat zij reeds in de 10de eeuw afhankelijk werden van de Engelsche koningen. Toen de Noormannen in 1066 Engeland in bezit namen, poogden de inwoners van Wales het Engelsche juk af te schudden. Zij werden echter door Willem, den Veroveraar gedwongen om zijn souvereiniteit te erkennen. Gedurende de twisten tusschen koning Stephanus en keizerin Mathilde gelukte het aan de vorsten van Wales, zich bijna geheel van Engeland onafhankelijk te maken. Hendrik 11 dwong hen echter in 1171 weder om de souverei' iteit der Engelsche koningen te erkennen. De verdrukking, welke zij van de Engelsche markgraven (marchers) ondervonden, bewoog in 1282 den oppervorst, Llewellin tot een opstand. Hij sneuvelde in den slag van Carmarthen den Uien December. In 1283 werd zijn broeder David te Shrewsbury ter dood gebracht en Wales als een veroverd gewest vereenigd met de Engelsche kroon. Koning Eduard 1 gaf den inwoners, volgens zijn belofte, een „ingeborene" tot vorst door de benoeming van zijn oudsten zoon, den lateren Eduard II, die te Carnarvon in Wales geboren was, tot „Prince of Wales". Sedert dien tijd voert steeds de regeerende vorst of vorstin van Engeland dien titel. In 1400 waagden de inwoners van Wales, onder aanvoering van Owen Glendower, een telg van het oude vorstenhuis, nogmaals een poging hun nationale onafhankelijkheid te herwinnen. Gedurende een reeks van jaren hai dhaafde hij zich, gesteund door Frankrijk, als vorst va i Wales, totdat hij, overwonnen en verlaten, in 1416 stierf. In 1536 werd Wal s, op verlangen van het Parlement, door Hendrik VI geheel met Engeland vereenigd. In de laatste jaren

heeft zich in Wales, evenals in Ierland, een streven naar zelfbestuur kenbaar gemaakt.

Wales, Prins van. Zie Wales.

Walhalla (Oud-Noorsch Walholl, „Zaal der gesneuvelden"),_ was volgens de Noorsche godenleer het verblijf der in den slag gevallen helden. Het was een prachtige zaal in Gladsheim (zie A.sgard), omgeven door den lusthof, Glasir. Vóór de zaal hing, als zinnebeeld van den strijd, een wolf, waarboven een adelaar zat. De zaal zelf, met schilden gedekt en met speerschachten beschoten, had 540 deuren; door elk van deze konden 800 Einheriar (gesneuvelde helden) naast elkander binnentreden. Deze trokken eiken morgen tegen elkander op ;'smiddags echter waren de wonden reeds genezen en kwamen de helden onder het voorzitterschap van Odin aan den maaltijd bijeen. Zij nuttigden het spek van het wilde zwijn Sahrimner en laafden zich aan de mede, welke uit de uiers van de geit Heidrun stroomde. Onder toezicht van Freya reikten de Walkyriën hun de drinkhorens toe.

Walhalla is de naam van een grootsch, marnieren gebouw, ongeveer 8 km. beneden Regensburg op een hoogte bij Donaustauf aan de Donau gelegen. Het werd tusschen 1830 en 1841 door koning Lodewijk I van Beieren gesticht en ontworpen door Leo von Klenze. Van den voet van den heuvel klimt men langs 250 marmeren trappen naar den kolossalen, terrasvormigen bovenbouw van den tempeL Het geheele bouwwerk heeft een lengte van 138 m., een breedte van 91 m. en een hoogte van ruim 60 m. De tempel zelf heeft bij een lengte van 74 en een breedte van 35, een hoogte van 20 m. Hij is opgetrokken van lichtgrijs Untersberger marmer en wordt door 62 gecanneleerde Dorische zuilen gedragen. De gevelvelden der beide frontzijden zijn met prachtige marmeren beelden van Schwanthaler en Rauch versierd. In den voorgevel.bevindt zich een reusachtige Germania, met 15 zinnebeeldige figuren, ter herinnering aan den bevrijdingsoorlog van Duitschland tegen Napoleon 1. In den achtergevel bevinden zich 15 figuren, welke de overwinning,

Walhalla.

door de Cheruskers op de Romeinen behaald, voorstellen. Het inwendige van het gebouw, dat zijn licht ontvangt door de openingen in de rijk versierde zolderi g, vormt een langwerpig vierkante zaal, 54,5 m. la 'g, 16,5 m. breed en 17 m. hoog, welke in drie afde. li gen verdeeld is. In de middelste bevinden zich twee zittende en in elk der beide andere twee staai.de overwi iningsgodinnen van Rauch. Langs den wand loopt een marmeren fries, welke, naar ont-

Sluiten