Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werpen van den beeldhouwer J. M. Wagner, de oergescliiedenis van Duitscliland voorstelt. Onder deze fries, langs de wanden, staan op consoles en postamenten de 165 marmeren busten en de 64 marmeren platen met namen van de „Walhalla-genooten", Duitschers, die zich bijzonder onderscheiden hebben, in 2 rijen boven elkander. Zij mogen eerst 10 jaar na hun dood opgenomen worden. Lodewijk I zelf verwierf deze onderscheiding eerst in 1890, 22 jaar na zijn dood.

Wali, in de Noorsche godenleer één der asen, een zoon van Odin en Rind, wreekt den dood van zijn halfbroeder Balder op Hod. Hij behoort tot de goden, die den ondergang van de wereld overleven.

Wali (Arabisch: w&lt) is de titel van de Turksche gouverneurs-generaal, die aan het hoofd van een vilajet staan. Zij worden door den sultan benoemd en zijn belast met het uitvoerend gezag in alle takken van staatsbestuur, behalve in die van de rechtspleging en der militaire zaken. De wali wordt bijgestaan door een provincialen Raad van Beheer (Medsjlis-i-ldare), bestaande uit de hoogste provinciale ambtenaren en uit Islamietische en Christelijke notabelen, woonachtig ter plaatse, waar het provinciaal bestuur is gevestigd.

Walideh (Arabisch: walideh = voortbrengster) wordt in de Islamietische talen bij hoogere dictie voor moeder gebruikt. Walidehsultane is de titel van de moeder van den regeerenden padisjah. Kwam zij als gekochte slavin in den harem, dan verkreeg zij door de troonsbestijging van haar zoon den rang van sultane, een eigen hofhouding en somtijds ook staatkundigen invloed.

Waliszewski, Kasimir Klemens, graaf, een Poolsch schrijver, geboren den 19den November 1849 te Golle in Russisch Polen, studeerde te Metz en promoveerde in 1875 te Parijs in de rechten.Van zijn in het algemeen weinig degelijke, geschiedkundige werken noemen wij: „Relations diplomatiques entre la France et la Pologne sous le roi Sobieski" (3 dln., 1879—1881), „Relations diplomatiques entre la Pologne et la France au XVII. siècle" (1889), „La Pologne et TBurope dans la deuxième motié du XVIII. siècle" (1890), „Le roman d'une impératrice. Catherine II, ses collaborateurs, ses amis, ses favoris" (1894), „Pierre le Grand" (2 dln., 1897), „Marysienka, reine de Pologne, femme de Sobieski" (1898), ,,L' Iléritage de Korre le Grand, 1725— 1741" (1900), „Littérature russe" (1900), „La dernière des Romanov: Elisabeth Ire, impératrice de Russie, 1741—1762" (1902), „Ivan le Terrible" (1904) en „Les origines de la Russie moderne. La crise révolutionnaire 1584—1614" (1906). Bovendien publiceerde hij „Poésies sur la vie de campagne (1877).

Walk (Lettiseh Walka), een plaats in het Russische gouvernement Lijfland, gelegen aan den Paddal en aan den spoorweg St. Petersburg—Riga, is verder door spoorwegen verbonden met Joerjew, Pernau. Reval en Marienburg, bezit een Protes-

tantsclie en een Gr. Katholieke kerk, een distriktsschool, een seminarium voor onderwijzers en een voor godsdienstonderwijzers (kostersschool), en telt (1897) 10 139 inwoners, die handel drijven in vlas en graan.

Walkaarde, een waterhoudend aluinaardesilicaat, vermengd met een weinig magnesia, meestal ook met kalk en ijzeroxyd en groen-, geel-, bruin- of

roodachtig gekleurd, voelt vetachtig aan en lost in water tot een brijachtige, niet plastische massa op. Het ontstaat als ontleidingsprodnkt van diabasen en gabbro en wordt gebrnikt tot het walken van laken, als reinigingsmiddel van vlekken (zoogenaamde vlekkenstifteri), bij de vervaardiging van gekleurd papier, van gekleurde tapijten en van ultramarijn en als ontkleuringsmiddel van dierlijke en plantaardige vetten en oliën. Men gebruikt in hoofdzaak Engelsche en Amerikaansche walkaarde (fullers earih); in Silezië wordt echter ook zeer waardevolle walkaarde aangetroffen.

Walken. Zie Appreteeren.

Walker, William, een Amerikaansch gelukzoeker, geboren den 8sten Mei 1824 te Nashville (Tennessee),was eerst werkzaam als arts, daarna aladvocaat te New-Orleans en San Francisco en ondernam in October 1853 een vrijbuiterstocht naar Neder-Californië. In Juni 1855 landde hij in Nicaragua, maakte zich meester van de hoofdstad Granada, deed zich tot opperbevelhebber benoemen en heerschte als dictator over het land. Een aanval op de Mosquitokust in Maartl856 bracht hem in botsing met Engeland. Door Engeland gesteund, deden de bewoners van Costaricaeen invalin Nicaragua en brachten Walker herhaaldelijk de nederlaag toe. Toch slaagde hij erin zich te handhaven, totdat de door hem benoemde president Rivas tegen hem opstond en de regeeringen van Costarica, Honduras, San Salvador en Guatemala zich tegen hem verbonden. Den laten Mei 1857 keerde hij met een N. Amerikaansch schip naar New-York tenig. Ofschoon een tweede expeditie naar Centraal-Amerika door de regeering der Unie was verhinderd, bracht hij een derde tot stand en veroverde den 276ten Juni 1860 de stad Trujillo in Honduras, maar werd den 23sten Augustus verslagen. Van zijn hand verscheen: „The, war in Nicaragua" (1860). Hij werd den 12den September 1860 te Trujillo gefusilleerd.

Walker, Francis Arnasa, een Amerikaansch statisticus en staathuishoudkundige, geboren te Boston den 2den Juli 1840, studeerde in de rechten, klom in den burgeroorlog op tot den rang van generaal en was daarna werkzaam als leeraar. In 1869 werd hij benoemd tot chef van het Statistisch Bureau te Washington en in 1873 tot hoogleeraar in de staathuishoudkunde aan het IJale College te Newhaven. Hij leidde de volkstellingen van 1870 en 1880, waarvan hij de resultaten publiceerde in twee werken, getiteld „Census of the United States", terwijl hij een grooten „Statistical altas of the United States" (1874) in 54 kaarten bewerkte. Walker was bimetallist, aanhanger van de Currency-School en van de grondrenteleer van Ricardo. Hij bestreed de oude theorie van het loonfonds en deleer-van HenryGeorge. Hij schreef nog: „The Indian question" (1873), „The wages question. Report of the judges of the centennial exliibition" (nieuwe druk, 1891), „Money in its relations to trade and industry" (1879), „Land and its rent" (1883), „Politica! economy" (2de druk, 1888), „First lessons in political economy" (1889), „International bimetallism" (1896), benevens de geschiedkundige werken: „History of the second anny corps in the army of Potomac" (nieuwe druk, 1891), „General Hancock" (1894) en „The making of the nation, 1783—1817" (1896). Hij overleed den 5dcn Januari 1897 te Boston. Na zijn dood verschenen: „Discussions in education" (1899) en „Discus-

Sluiten