Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sions in economics and statistics" (2 dln., 1899).

Walkyriën (Oorlogsmaagden) zijn in de Noorsche godenleer bevallige jonkvrouwen, die met goud versierd in een schitterende wapenrusting door de lucht rijden, volgens de bevelen van Odin den strijd besturen en de „Wal kiezen", d. i. het doodslot verdeelen. Zij geleiden de gevallenen naar Walhalla, waar zij hun den drinkbeker toereiken. Gedeeltelijk stammen zij af van bovennatuurlijke wezens, gedeeltelijk worden ook dochters van vorsten gedurende haar leven onder de Walkyriën opgenomen. Zij rijden gewoonlijk rond ten getale van drie of van drie- of viermaal drie en bezitten het vermogen zich in zwanen te kunnen veranderen. Vaak ook zijn zij de minnaressen der helden. Zoo is bijv. in het Noorsclie heldenlied Brunhilde een Walkyrië. Dikwijls worden zij verwisseld met de Nornen, daar zij invloed hebben' op de uitkomst van den strijd en zoodoende eenigszins als schikgodinnen kunnen beschouwd worden.

Wall, Pieter Hendrik van de, een Nederlandsch geschiedkundige, geboren te Dordrecht den 88ten Juni 1737, promoveerde te Utrecht in de rechten, werd secretaris in zijn geboortestad en bekleedde'er achtereenvolgens onderscheidene waardigheden. In 1773 benoemden de Staten hem tot lid van Gecommitteerde Raden. Vurig aanhanger van Oranje, legde hij in 1795 zijn ambten neder. In 1802 kwam hij echter opnieuw aan het bewind als lid van liet departementaal bestuur van Holland. Van zijn hand verschenen: „Verhandeling over de handvesten en voorrechtsbrieven der stad Dordrecht enz." (1768), „Handvesten, privilegiën, voorrechten, octrooyen en costumen enz. der stad Dordrecht"(3 dln., 1770—1783), benevens enkele oudheidkundige verhandelingen in de werken der Maatschappij van Nederlandsche letterkunde te Leiden. Hij overleed den 28Bten Mei 1808 te 's Gravenhage.

Wallaoe, William, een Schotsch vrijheidsheld, geboren omstreeks 1276, was de zoon van den ridder sir Malcolm Wallace van Elderslie, Omtrent zijn jeugd is niets met zekerheid bekend. In de geschiedenis wordt hij eerst vermeld, nadat Eduard 1 van Engeland in 1296 koning John Baliol van Schotland had onttroond. In 1297 stelde Wallace zich aan het hoofd van een nationalen opstand tegen Engeland. Hij versloeg den llden September de Engelschen bij Stirling, nam Dundee en Edinburgh en liet zich tot rijksbestuurder kiezen. In October deed hij zelfs een inval in de noordelijke provinciën van Engeland en behaalde een aanzienlijken buit. Toen echter koning Eduard met een leger Schotland binnendrong, werd Wallace, daar de Schotsche grooten hem, den zoon van een eenvoudig edelman, niet voldoende ondersteunden, den 22stei> Juli 1298 bij Falkirk geheel verslagen. Hij vluchtte naar Frankrijk, maar keerde na eenige jaren naar Schotland terug om opnieuw aan den strijd tegen Engeland deel te nemen, i Van de overeenkomst, die de aanzienlijken in 1304 met Eduard sloten, werd hij uitgesloten. Hij werd . in den ban gedaan, in den zomer van 1305 te Glas- : gow gevangen genomen en den 238ten Augustus 1 1305 op Tower Hill dood gemarteld. Zijn naam bleef ] echter leven in den mond van het volk. Eén van de ( meest beroemde liederen, waarin hij wordt verheer- s lijkt, dat van den bard Blind Harry, uit het midden , der 16deeeuw,is te Perth in 1790in het licht gegeven. ( L Wallace, Alfred Russell, een Engelsch natuur- c

. onderzoeker, geboren den 8st™ Januari 1822 te Ush - in Monmouthshire, werd opgeleid tot landmeter en 1 ingenieur en trad in 1844op als onderwijzer te Leices; ter en in 1846 in Wales. In 1848 ging hij met H. W. I Bates naar Para, onderzocht het gebied van de t Amazone en den Rio Negro en keerde in 1852 naar , Engeland terug, maar verloor onderweg door : brand aan boord zijn verzamelingen en handschrif■ ten. In 1854 vertrok hij naar den Maleisclien Ar• chipel, doorkmiste dezen gedurende 8 jaar van . Malakka tot Nieuw-Guinea en keerde met een verzameling van meer dan 125 000 natuurhistorische voorwerpen naar Londen terug. Hij toonde aan, dat de Maleische Archipel bestaat uit twee helften, een Aziatische en een Australische, welke in geologisch, botanisch en zoölogisch opzicht scherp van elkander zijn gescheiden. Hij bestudeerde de ethnologische gesteldheid van deze eilandenwereld, verzamelde woordenlijsten van 75 dialecten en verrichtte talrijke schedelmetingen. Niet minder rijk waren de uitkomsten van zijn zoölogische nasporingen, vooral omtrent den paradijsvogel en den orang-oetan. Zijn waarnemingen in de keerkringslanden leiddenhem tot een onderzoek omtrent het ontstaan der soorten, en reeds in 1855vervaardigde hij opBorneo een geschrift over dat onderwerp. In 1858 ontwikkelde hij zijn denkbeelden over de natuurlijke teeltkeus in een verhandeling ,,On the tendencies of varieties to depart indefinitely from the original type", welke bijna gelijktijdig met Darmiris „On the tendeney of species to form varieties and on the perpetuation of species and varieties bij means of natural selection" in de „Proceedings of the Linnaean Society" verscheen. Wallace verschilt in onderscheiden opzichten met Darwin; toch is hij mede één der geniaalste grondleggers van de selectietheorie. Later hield hij zich ook bezig met de studie der aardrijkskundige verbreiding der dieren, waarvan hij de feiten uit physische en organische veranderingen trachtte te verklaren. Als hoofdresultaat van zijn reizen verscheen het belangrijke werk „Malay Arcliipelago" (10de druk, 2 dln., 1891), in het Nederlandsch vertaald door P. J. Veth onder den titel „Insulinde, het land van orang-oetan en den paradijsvogel" (2 dln., 1870—1871). Verder noemen wij: „Travels on the Amazon and Rio Negro" (4de druk, 1900), „Palmtrees of the Amazon" 1853), „Contributions to the theory of the natural selection" (3de druk, 1891), „Geographical distributions of animals" (2 dln., 1876), „Tropical nature, and other essays" (1878), „Australasia" (1879 en later, nieuwe bewerking met Guillemard in 2 dln., waarvan dl. 1. „Australia and New-Zealand" (1893) door Wallace), „Island life" (2de druk, 1892), „Darwinism, au exposition on the theory of natural selection" (3de druk, 1902), „The wonderful century, its successes and its failures" (5de druk, 1903), „Studies, scientific and social" (2 dln., 1900), „Man's place in Universe" (4de druk, 1904) en zijn autobiografie „My life, a record of events and opinions" (2 dln., 1905). Met Crookes en enkele andere Engelsche natuuronderzoekers heeft hij in een reeks verhandelingen „Miracles and modern spiritualism" (3de druk, 1896) het spiritisme verdedigd. Op economisch staatkundig terrein verdedigde hij in zijn werk „Land nationalization, its necessity and its aims" (laatste druk, 1902) een volledige verandering van de verhoudingen^ het grondbezit met staatshulp.

Sluiten