Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om deze denkbeelden te kunnen propageeren, werd de „Land nationalization Society" opgericht, waarvan Wallace als voorzitter optrad.

Wallace, een Amerikaansch schrijver, geboren den 10den April 1827 te Brookville (Indiana), was werkzaam als advocaat, maakte den Burgeroorlog mede en werd generaal-majoor. Later was hij gouverneur van Utah en gezant te Konstantinopel, maar vatte in 1885 te Crawfordsville (Indiana) de rechtspraktijk weder op. Zijn eerste werk „The fair God" (1873) trok weinig aandacht, maar zijn geschiedkundige roman „Ben Hur, a tale of the Christ" (1880) had een reusachtig succes. Verder schreef hij nog: „Life of Benjamin Harrison" (1888), „Boyhood of Christ" (1888) en „The prince of India" (1894). Hij overleed in Februari 1905 te Crawfordsville. Zijn autobiografie verscheen in 1906.

Wallace, sir Donald Mackenzie, een Engelscli schrijver, geboren den li4»® November 1841 te Paisley in Schotland, studeerde te Edindurgh, Parijs, Berlijn en Heidelberg in de rechten en begaf zich in 1870 naar St. Petersburg. Hier, te Moskou en te Jaroslaw hield hij zich bijna zes jaar bezig met een onderzoek naar den maatschappelijken en staatkundigen toestand van Rusland, waarvan hij de resultaten publiceerde in liet merkwaardige werk „Russia" (5de druk, 2 dln., 1905). Daarna was hij correspondent van den „Times", eerst te St. Petersburg en later te Konstantinopel, terwijl hij van 1884—1888 particulier secretaris van den onderkoning van Britsch Indië, lord Dufferin, was. In 1890 vergezelde hij, in opdracht van de Engelsche regeering, den Russischen troonopvolger op diens reizen door Indië. Na zijn terugkeer werd hij directeur van de afdeeling „buitenland" van den „Times." Behalve het genoemde werk schreef hij nog: „Egypt and the Egyptian question"(1883), „Over land from India"(1889) en „The web of Empire. Diary of the imperial tour of their R. H. the duke und duchess of Cornwall and York" (1902).

Wallace, Grenslijn van. Reeds verscheiden natuuronderzoekers was het opgevallen, dat de Oost-Indische Archipel geen samenhangend diergebied vormt, maar tusschen O. en W. groote faunistische verschillen bestaan. Dit bracht den natuurvorscher A. R. Wallace (zie aldaar) er toe den Archipel in twee deelen te splitsen: een W. lijk, waarvan de fauna met Azië en een O. lijk, waarvan zij met Australië zou overeenstemmen. De grenslijn tusschen beide zou loopen door Straat Lombok en de straat van Makasar. Deze lijn heeft jarenlang een groote rol gespeeld bij de studie der natuurlijke gesteldheid van den Archipel. Wallace zelf wijzigde later zijn denkbeelden door Celebes bij het Aziatisch gedeelte in te lijven; reeds vóór dien tijd had prof. Veth twijfel omtrent de juistheid der grenslijn van Wallace geuit en later werd zij ernstig bestreden en ten slotte haar onhoudbaarheid afdoende aangetoond, vooral door de zoölogische onderzoekingen van Jentinlc en Max Weber. Door den laatste werd o. a. aangetoond, dat bijv. de zoetwatervisschen in de Oostelijke zeeën welsterkin aan tal verminderen,maar die er voorkomen een Indisch en geen Australisch karakter vertoonen; en hetzelfde geldt van de zoogdieren en andere diergroepen. Eerst oostelijk van Celebes en Flora begint een overgangsgebied, waarin de Indische vormen steeds meer op den achtergrond treden en het getal Australische vormen toeneemt,

hoe verder men naar het O. komt. Een scherpe grenslijn komt evenwel nergens voor.

Wallander, Joseph Wilhelm, een Zweedsch genreschilder, geboren den 15den Mei 1821 te Stockholm, studeerde te Düsseldorf, waar hij, met uitzondering van een reis naar Parijs en het Z. in 1855 •—1856, negen jaar vertoefde. Later werd hij hoogleeraar aan de kunstacademie te Stockholm. Zijn schilderijen behandelen voorvallen uit het Zweedsche volksleven. Wij noemen: „Bruiloftsdans te öster&cker" en „Zondagmorgen aandenSiljan." Daarnaast behandelde hij echter ook motieven uit vroegeren tijd, zooals de zes schilderijen bij gedichten van Bellman, waarvan er zich twee in het rijksmuseum te Stockholm bevinden. Hij overleed den 6den Februari 1888 te Stockholm.

Wallenstein (Waldstein), Albrecht Wenzel Eusebius von, hertog van Friedland en Mecklenburg, vorst van Sagan, een keizerlijk Oostenrijksch opperbevelhebber in den Dertigjarigen Oorlog, geboren den 24sten September 1583 op het landgoed Hermanic in Bohemen uit het geslacht Waldstein, werd na den dood van zijn Protestantsche ouders als 14jarige knaap te Olmütz in de school der Jezuïeten gedaan, bezocht vanaf 1599 de Protestantsche universiteit te Altdorf, doorreisde Nederland, Engeland, Frankrijk en Italië en nam na zijn terugkeer dienst in het Oostenrijksche leger. Hij vocht onder Basta in Hongarije tegen de Turken, werd in 1604 bevorderd tot kapitein en trad, na het sluiten van den vrede (1606), in het huwelijk met een bedaagde vrouw, Lucretia von Wickow, geboren Nekesch von Landeck, na wier overlijden (1614) hij in het bezit kwam van haar aanzienlijke goederen in Moravië, terwijl hij ook nog uitgestrekte bezittingen erfde van zijn oom. In 1617 ondersteunde hij den aartshertog Ferdinand, den lateren keizer Ferdinand II, in den oorlog tegen Venetië en onderscheidde zich vooral bij het ontzet van Gradiska, waarvoor hij beloond werd door de toekenning van den rang van kolonel en den graventitel. Bij het oproer der Boheemsche en Moravische Stenden in 1618 voegde hij zich niet bij zijn landgenooten, maar vluchtte, toen zijn soldaten hem verlieten, met de krijgskas naar Ferdinand, die hem belastte met het be¬

vel over een regiment kurassiers, op kosten van Wallenstein in Vlaanderen geworven. Daarmede bewees hij ter beteugeling van den opstand in Bohemen (1619—1620) belangrijke diensten. Bij het straffen der medeplichtigen aan het oproer wist hij zijn onverzadelijke hebzucht door het verwerven van uitgestrekte goederen te bevredigen, doordien hij eensdeels door bena¬

deeling van bloedverwanten zich meester maakte van de familiegoederen van zijn moeder, terwijl hij anderdeels zich door hooge rekeningen aan de keizerlijke kas voor gedane voorschotten verrijkte. Na zijn huwelijk met lsabella Katherina von Harrach (1623) verhief Ferdinand hem in den rijksvorstenstand en verleende hem in 1624 den titel van hertog van Friedland. Toen

Wallenstein.

Sluiten