Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de keizer in 1625 door den Neder-Saksisehen Bond opnieuw m het nauw werd gebracht, deed Wallenstein liet aanbod, een leger van 20 000 man op eigen kosten in het veld te brengen, op voorwaarde, dat hij onbeperkte macht zou hebben, om aan de bewoners der vijandelijke gewesten schatting op te leggen in geld of in voortbrengselen. Wallenstein bewees, dat liij niet alleen zijn leger wist te onderhouden en zijn rijkdom te vermeerderen, maar dat hij ook een volkomen uitzuiging van het volk wist te verhinderen. Den 25aten Juli 1625 werd hij tot opperbevelhebber en veldmaarschalk benoemd en den 25a,en April 1626 behaalde hij bij Dessau een glansrijke overwinning op den graaf van Mansfeld, die door den Deenschen koning Chrisliaan IV tegen hem in 't veld was gezonden. Wallenstein vervolgde hem door Siteië naar Hongarije en voorkwam daardoor een aanval op de keizerlijke landen. In 1627 zuiverde hij Silezië, verdreef, met Tilly vereenigd, Christiaan uitDuitschland en drong door tot in het N. van Jutland. De keizer erkende zijn verdiensten door hem te beleenen met de hertogdommen Mecklenburg en Sagan, terwijl hij hem benoemde tot admiraal van de Oosten Noordzee (1628). De zeeoorlog van 1628 verliep -echter ongunstig voor Wallenstein. Straalsund hield stand en alleen door een overwinning te land op Chrisliaan wist hij Pommeren te behouden. Vandaar dat Wallemstem zelf aandrong op den vrede met Denemarken, die in Juni 1629 te Lübeck tot stand kwam. Door zijn wijze van optreden, zoowel als door zijn streven om zich een onbeperkte militaire heerschappij te verzekeren, had hij echter de Duitsche Rijksstenden en de R. Katholieke vorsten, wier rechten hij met voeten had getreden, tegen zich ingenomen. Gedurig luider werden klachten over Wallenstein aan het hof te Weenen. Zijn heftigste tegenstander was het hoofd der Liga, de keurvorst van Beieren. Daar nu de keizer na het uitvaardigen van het Restitutie-edict en na de landing van Gustaaf Adolf in Pommeren de hulp der Liga niet missen kon, zag hij zich genoodzaakt, in 1630 op de vergadering van keurvorsten te Regensburg het ontslag van Wallenstein toe te zeggen. Deze begaf zich naar zijn residentie Gitsjin. Hij was echter zóó verbitterd op den keizer, dat hij in 1641 onderhandelingen aanknoopte met Gustaaf Adolf over een gemeenschappelijk optreden. Het voorwaarts rukken van dezen en zijn schitterende overwinning op Tilly bij Breitenfeld (den 17dei1 September 1631)noopte den keizer om den hertog vanFriedland weder als aanvoerder voor zich te winnen. Wallenstein wees de uitnoodiging, om aan het Hof te verschijnen van de hand en alle overredingskracht van vorst Eggenbergw&s noodig om hem te bewegen voorloopig voor 3 maanden het opperbevel op zich te nemen. Reeds begin April 1632 had hij een leger van 40 000 man bijeen. Bij het verdrag van Göllersdorf (den 13aen April 1632) werden de voorwaarden opgesteld, waarop Wallenstein het opperbevel voor goed zou aanvaarden. Niemand zou zich tegen zijn leiding verzetten, tot aan den vrede zou hij opperbevelhebber wezen van het keizerrijk en van Spanje geen onafhankelijken aanvoerder naast zich hebben; ingeval Mecklenburg verloren mocht gaan, zou hij een ander rijksvorstendom als pand krijgen, terwijl hij eindelijk in de veroverde landen de hoogste keizerlijke praerogatieven zou mogen uitoefenen. Nadat hij in korten tijd de Saksen uit Bohemen ver-1

dreven had, trok hij naar Neurenberg om Beieren te verlossen van de Zweden. Een aanval van Gustaaf Adolf op zijn legerkamp bij Fürth (den 3aeu September 1632) sloeg hij af, waarop de Zweden ten slotte Z. en W Beieren moesten ontruimen. Daarop richtte hij zich naar Saksen, waar hij echter den 16del1 November bij Lützen de nederlaag leed. Hij trok zich in Bohemen terug en gebruikte den winter om zijn leger te hernieuwen. Tegelijkertijd voltrok hij den 14den Februari 1633 te Praag een vreeselijk strafgericht ovter de officieren, die naar zijn oordeel schuldig waren aan de nederlaag. In het voorjaar van 1633 trok Wallenstein naar Silezië, waar Saksische, Brandenburgsche en Zweedsche troepen binnengedrongen waren. Hij bepaalde zich echter tot onbeduidende ondernemingen en knoopte weldra vredesonderhandelingen aan met de vijandelijke bevelhebbers, vooral met den Saksischen generaal Arnim. Zij bleven echter zonder vrucht, omdat de keizer geen voldoende inschikkelijkheid betoonde. Ook met Frankrijk onderhandelde hij. In het najaar ging hij plotseling weder aanvallenderwijze te werk. Al dadelijk drong hij de Saksen en daarna de Brandenburgers naar hun land terug, nam den 238ten October een Zweedsch korps van 5 000 man met 60 stukken hij Steinau aan den Oder gevangen en zond tevens een afdeeling naar Brandenburg, terwijl hij zelf met de hoofdmacht naar de Lausitz trok, zoodat hij den keurvorst van Brandenburg noodzaakte, een wapenstilstand te sluiten, terwijl hij Görlitz, Bautzen en Frankfort innam. Toen ontving hij bevel om terstond door Bohemen naar de Bovenpalts te trekken en den keurvorst van Beieren tegen de Zweden te hulp te komen. Wallenstein trok echter slechts tot Pilsen, waar den 16den December een krijgsraad van zijn officieren de onmogelijkheid van een wiiiterveldtocht aan de Donau uitsprak. Deze gebeurtenissen werden door de vijanden van Wallmstein aan het hof te Weenen,inzonderheid door den koning van Hongarije, Ferdinand III, den Spaanschen gezant Onate en den voorzitter van den keizerlijken krijgsraad graaf Schlik aangegrepen, om Wallenstein van ongehoorzaamheid, ja, van verraad te beschuldigen.Ook de keizer was ontevreden op den eigenzinnigen veldheer en vond het bovenal lastig, dat hij hem schadeloos moest stellen voor hetverlies vanMecklenburg. Toen Wallenstein daarop in zijn hoofdkwartier te Pilsen de onderbevelhebbers bekend maakte met zijn plan, om wegens de aanslagen zijner vijanden het opperbevel neder te leggen, verzochten deze de volvoering van dit voornemen te verschuiven en onderteekenden bij een gastmaal een overeenkomst (Revers van Pilsen), waardoor zij zich verbonden, aan den opperbevelhebber getrouw te blijven, ook wanneer de keizer hem zou ontslaan (12 Januari 1634). Tevens hervatte Wallenstein de vre-' desonderhandelingen met Saksen en vormde het plan, desnoods tegen den wil van den keizer en verbonden met Saksen, den vrede in het rijk te herstellen en zich hetvurig begeerde rijksvorstendom te verzekeren. Intusschen begon de keizer, die door overdreven berichten was opgehitst, het leger tot afvalligheid van Wallenstein aan te sporen. Gallas, Aldringer, Marradas, Colloredo en Piccolomini werden gewonnen en den 24?ten Januari onderteekende de keizer een patent, waarin de hertog van het commando ontzet en door Gallas vervangen werd. Evenwel waagden Aldringer en Piccolomini het niet, Pilsen

Sluiten