Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te overvallen en TFaBensfeingevangentenemen.Toch

nam het keizerlijk gezag toe in het leger van Wallenstein, en bij een tweede vergadering der onderbevel¬

hebbers te Pilsen (19 Februari) verkreeg hij slechts voorwaardelijk een hernieuwde belofte van gehoor¬

zaamheid (Tweede Revers van Pilsen).Toen echter na

h et uitvaardigen van een tweede keizerlijk p atent van

den l»aen Jb ebraari het garnizoen te Praag de ge¬

hoorzaamheid weigerde, trok Wallenstein naar Eger,

om zich met de baksen en Zweden te vereenigen.

Onderweg werd zijn corps versterkt door het regiment dragonders van kolonel Butler, die liet voor¬

nemen had opgevat, hem, levend of dood, m handen van den keizer te leveren. Den 248ten Februari kwam Wallenstein te Eger. Butler wist de bevelvoerende officieren Gordon en Lesley tot medewerking over te

halen en Uordon gat op den avond van den 26s,en Februari een feestmaal, waarop de aanhangers van den hertog, de generaals Ilow, Trzka en Kinsky en de ritmeester Neumann werden omgebracht. Daarop begaf zich kapitein Devereux, een Ier, met eenige soldaten naar de woning van Wallenstein en doodde hem in zijn slaapvertrek. De goederen van Wallenstein werden op bevel van den keizer verbeurd verklaard en onder de afvallige generaals verdeeld. Zijn lijk werd in 1636 van Mies, waar het in de Franciscanerkerk had gelegen, eerst naar Gitsjin en vandaar

in 1(44 naar de slotkapel te Munchengratz overgebracht.

Waller, Edmund, een Engelsch dichter, geboren den 3den Maart 1606 te Coleshill in Warwickshire, studeerde te Cambridge en werd reeds on 17-

jarigen leeftijd lid van het Parlement. Aanvankelijk

met de partij der oppositie verbonden, liet luj zich later voor de zaak van den koning winnen en organiseerde hij het complot, bekend onder zijn naam, dat in 1643 uitliep op het gevangen nemen van hem en zijn aanhangers. Dezen, door hem verraden en aangeklaagd, werden opgehangen; hij zelf werd veroordeeld tot ballingschap en tot een boete. Hij leefde 10 jaren te Rouaan en te Parijs. Door bemiddeling

van Cromuiell, wiens neef hij was, mocht hij daarna

weder in ingeland terugkeeren. JJij diens dood verheerlijkte hij hem in zijn„Upon the death of the lord Protector", onmiddellijk daarop gevolgd door een gelukwensch aan den koning bij zijn gelukkigen terugkeer. Bijna onafgebroken tot aan zijn dood was hij lid van het Parlement, terwijl hij in hoog aanzien bij Karei II en Jacóbus II stond. Hij overleed op zijn landgoed Beaconsfield op den21sten October 1687. Zij gedichten zijn in 1645 (en later), zijn gezamenlijke werken in 1729 in het licht verschenen.

Wallia, een Westgotisch aanvoerder, kwam in 415, nadat Athaulf was vermoord, aan het hoofd van zijn volk, sloot in 416 een verdrag met de Romeinen, waarbij hij Placidia, de weduwe van Athaulf, aan haar broeder, keizer Honorius, terug gaf en zich belastte met den strijd tegen de Alanen, Vandalen en Sueven, welke Spanje bezet hadden. Na schitterende overwinningen stond Honorius hem Aquitanië, met Tolosa (thans Toulouse) als hoofdstad, af. Hij overleed in 419.

Wallich, Nattianael, eigenlijk Nathan Wolff, een Deensch plantkundige, geboren te Kopenhagen den 28Btpn Januari 1787, studeerde aldaar in de geneeskunde, werd in 1807 arts bij de Deensche vestiging te Frederiksuagor in O. Indië en in 1815 directeur van den botanischen tuin te Calcutta. In

1825 onderzocht hij de wouden in W. Hindostan en doorreisde in 1826—1827 Ava en Birma. In 1828 keerde hij met een verzameling van 8 000 planten naar Europa terug. In 1834 keerde hij weder naar O. Indië terug en werd belast met de leiding van een expeditie naar Assam, om over de theecultuur aldaar rapport uit te brengen. In 1847 moest hij echter wegens het klimaat Indië verlaten. Zijn belangrijkste werken zijn: „Tentamen florae nepalensis illustratae" (1824—1826) en „Plantae asiaticae rariores" (3 dln., 1829—1832). Hij overleed te Londen den 25Eten April 1854.

Wallis (Fransch Le Valais), het meest bergachtige kanton van Zwitserland, grenst in het N. aan Bern en Waadt, in het O. aan Tessino en Uri, en in het Z. en W. aan Italië en Frankrijk en telt op een oppervlakte van 6224,49 v. km. (1900) 114158 inwoners. Het vormt van den Furkapas tot Martigny een lengtedal, waar de RhÖne doorheenstroomt, vandaar tot aan het Meer van Genêve een dwarsdal. De zijrivieren van de Rhöne ontspringen in de hooggebergten van de Walliser en Berner Alpen. 933 v. km. van deze gebergten zijn bedekt met gletschers. Over den Grimsel-, Furka-, Simplon- en St. Bernhardtpas leiden straatwegen resp. naar Bern, Uri en Italië. Sedert 1906 is de Simplon doorboord, terwijl de Lötschbergtunnel in 1911 gereed is gekomen. De klimatologische verschillen zijn groot. CentraalWallis heeft een gemiddelde temperatuur van 9,6® C., met slechts 540—630 mm. neerslag. Vandaar dat kunstmatige bevloeiing noodzakelijk is. Zij wordt bezorgd door een kanalenstelsel ter lengte van 1536 km., dat zijn water ontleent aan de gletsclierbeken. De graanoogst reikt te St. Luc tot 1675 m.

hoogte; te Findelen teelt men op 2000—2100 m. hoogte nog rogge. De bevolking bestaat uit Duitsch

spreKende Jtsoven- (34339) en uit Fransch sprekendeBenedenWallisen (74562).De scheidingslijn tusschen beide loopt bij Siders dwars door het Rhönedal. Zij wonen voornamelijk in kleine dorpen met houten huizen op de puinkegels der zijrivieren of op terrassen van het

hoofddal.De lager gelegen dalen

brengen voortrefieliiken wiin en

vruchten voort; verder walno¬

ten en kastanjes en hier en

daar zelfs zuidvruchten (amandelen). De meest

gewaardeerde wijnsoorten komen van Siders, Sitten

en Martigny. Tuinbouw en vruchtenteelt nemen in beteekenis toe. Intusschen zijn slechts 55% van de

geheele oppervlakte voor cultuur geschikt. 770 v. km. zijn bedekt met bosch, 27 v. km. met wijngaarden en de overige 2069 v. km. met akkers en weiden,. De veeteelt vormt een der voornaamste middelen van bestaan. De veestapel telde in 1906: 2862 paarden,

2595 muildieren, 572 ezels, 75 547 runderen, 21 200

varkens, 44 740 schapen en 35 738 geiten. De mijnbouw levert lood in het Lötschendal, goud bij Gondo-

aan den Simplon en ijzerertsen bij Martigny en in het Val d'Uliez. Anthracietbeddingen bevinden zich. bij Sion, marmer wordt gevonden bij Saillon, leisteen bij Vernayaz enz. Leuk en Saxon hebben warme bronnen. Ondanks de geweldige hoeveelheid arbeidsvermogen van de bergbeken, is de nijverheid weinig ontwikkeld. Monthe bezit' suiker-, zeep-,

Wapen van Wallis.

Sluiten