Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

druk, 2 dln., 1866), „La vie de Jésus et sou nouvel historiën" (1864), „Vie de notre seigneur JésusChrist" (1865), „Richard II, épisode de la rivalité de la France et de 1'Anglettere" (2 dln., 1864), „Jeanne d'Arc" (7de druk, 2 dln., 1901), „La terreur; études critiques sur 1'histoire de la Révolution fran(jaise" (2 dln., 1873), „Saint Louis et sou temps" (4ae druk, 2 dln., 1893), „Histoire du tribunal révolutionnaire de Paris" (6 dln., 1880—1882; 2 dln., 1899), „Eloges académiques" (2 dln., 1883), „La révolution du 31 Mai et la fédéralisme en 1793" (2 dln., 1886) en „Les représentants du peuple en mission, etc. en 1'an II" (6 dln., 1888—1890). Hij overleed den 13den November 1904 te Parijs.

Wallot, Paul, een Duitsch architect, geboren den 26stea Juli 1841 te Oppenheim a. d. Rijn, studeerde te Hannover, Berlijn en Gieszen en vestigde zich, na studiereizen door Italië en Engeland te hebben gedaan, te Frankfort a. d. Main. Hij bouwde een aantal woonhuizen en kantoorgebouwen, naar Romaansche motieven versierd niet ornamentiek der Renaissance. Met goed gevolg nam hij deel aan enkele prijsvragen, waaronder die voor een ontwerp voor een Rijksdaggebouw, met de uitvoering waarvan hij werd belast. In 1883 vestigde hij zich te Berlijn om de leiding van dat werk op zich te nemen. Na de voltooiing daarvan werd hij benoemd tot hoogleeraar aan de kunstacademie en aan de technische hoogeschool te Dresden, waar hij o. a. het Saksische Stendenhuis bouwde (1907).

Walloth, Wilhelm, een Duitsch dichter en schrijver, geboren den 6aen October 1856 te Darmstadt, studeerde in de wijsbegeerte en de schoonheidsleer, sloot zich als schrijver aan bij de moderne, realistische richting en legt er zich op toe den geschiedkundigen roman overeenkomstig de beginselen van die richting op te bouwen. Hij woont thans te Miinchen. Van zijn werken noemen wij: „Das Scliatzhaus des Königs" (3 dln., 1883), „Octavia" (2de druk, 1889), „Paris der Mime" (1886), „Der Gladiator" (18881. „Tiberius" (1889), „Ovid" (1890),

„Ein Sonderling" (1901) en „Eros" (1906). Aan het moderne leven ontleend zijn: „Aus der Praxis" (1887), „Der Damon des Neides" (1889) en „Ein Liebespaar" (1892), benevens de novellen: „Am Starnberger See" (1888), „Es fiel ein Reii" (1893) en „lm Banne der Hypnose" (1897). Als dramaturg publiceerde hij: „Dranien" (1888:„Grafin Pusterla," „Johann von Schwaben" enz.) en „Neue Dramen" (1891: „Semiramis", „Das Opfer" enz.). Zijn lyrische gedichten verschenen als „Gesanimelte Gedichte" (2"e druk, 2 dln., 1890). Van zijn „Gesammelte Schriften" verschenen 5 dln., (1890—1891).

Wallr. is bij namen van planten de afkorting voor Karl Friedrich Wilhelm Wallroth, een Duitsch geneeskundige, geboren in 1792 te Breitenstein in den Harz en overleden in 1857 te Nordhausen. Hij hield zich vooral bezig met de studie derDuitsclie korstmossen. *

Wallraf, Ferdinand Franz, een Duitsch geleerde, de stichter van het naar hem genoemd museum te Keulen, geboren den 208ten Juli 1748 te Keulen, studeerde in de godgeleerdheid, ontving in 1773 de priesterwijding, werd daarna lid van de philosophische faculteit aan de universiteit te Keulen, in 1786 hoogleeraar in de natuurlijke historie en in de schoonheidsleer, zoowel als inspecteur van den botanischen tuin en in 1794 rector van de hoo¬

geschool. Na het opheffen der universiteit werd hij in 1799 hoogleeraar in de geschiedenis aan de centraalschool. Als munt- en penningkundige maakte hij zich vooral bekend door zijn „Beschreibung der Munzsammlung des Domherrn von Merle" (1792). De resultaten van zijn geschiedkundige studies publiceerde hij in de „Sammlung von Beitragen zur Geschichte der Stadt Köln" (1818). Bovendien gaf hij van 1799—1804 het „Taschenbuch der Ubier" in het licht. Hij overleed den 18del1 Maart 1824 te Keulen. Zijn rijke verzameling van voorwerpen op het gebied van kunsten en wetenschappen vermaakte hij aan de stad Keulen. Zij vormt den grondslag van het Wallraf-Richartz-Museum aldaar.

Wallsend, een plaats in het Engelsche graafschap Northumberland, een voorstad van Newcastle, ligt 6 km. stroomafwaarts daarvan aan de Tyne. Het bezit eenige moderne kerken, heeft in den omtrek kolenmijnen en telt (1901) 20 918 inwoners. Walkend is het Segedunum der Romeinen en ligt aan het O. lijk einde van den Pictenmuur.

Walnoot is de vrucht van den noteboom (Jwjlans reqia). Zie Nolebom.

Walpole, Robert, graaf vanOxfard,cenEngelsch staatsman, geboren den 258tcn Augustus 1676 te Houghton in Norfolk, studeerde te Cambridge in de godgeleerdheid en werd in 1701 lid van het Lager

Huis, waar hij zicli bi] de partij üer Wliigs voegae. In 1708 werd hij staatssecretaris bij het departement van Oorlog en in 1709 betaalmeester bij de Marine. Bij den val van Marïborough werd hij in staat van beschuldiging gesteld, in den Tower gebracht en uit het Lager Huis verwijderd, maar kort daarna herkozen. Tot loon voor zijn ijverige werkzaamheid ten behoeve van het Huis van Hannover benoemde koning George I hem tot betaalmeester van het departement van Oorlog. Als lid en rapporteur van de commissie, belast met het onderzoek der zaken van het afgetreden Tory-ministerie, was hij slechts op wraak bedacht en dreef de veroordeeling door van Bolingbrolce en Ormond. In October 1715 werd hij eerste lord der schatkist en kanselier van de schatkamer, maar legde in April 1717 wegens oneenigheid met den koning zijn ambten neder en sloot zich aan bij de oppositie. Weldra echter schaarde hij zich weder aan de zijde van de regeering en werd in 1721 opnieuw benoemd tot eersten lord der schatkist en kanseher van de schatkamer. In die betrekking slaagde hij er in binnen 18 jaar de schuld met 7 millioen en de rente tot het halve bedrag te verminderen. Verwikkelingen met het buitenland trachtte hij langs diplomatieken weg te regelen; hij ondersteunde nijverheid en handel en bevorderde den bloei der Amerikaansche koloniën. Daarentegen legde men hem te laste, dat hij door onikooperij aan de regeering de meerderheid in het Lager Huis wist te bezorgen. Door het bevorderen van 's konings Hannoveraansche politiek maakte hij zich meer en meer impopulair.Eindelijk voegde zich zelfs de kroonprins, later George 111, bij de oppositie. Walpole legde dientengevolge in Februari 1842 zijn ambten neder. De koning benoemde hem tot peer met den titel van graaf van Oxford en verleende hem een jaargeld van 4 000 pond sterling. Toen het Lagerhuis evenwel te kennen gaf, dat het een onderzoek wilde instellen naar de regeeringsdaden van Walpole, werd het Parlement verdaagd. Hij overleed den 298ten Maart 1745. In 1855 verrees in Westminsterliall een

Sluiten