Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duidelijk waarneembaar zijn. De studie der fossielen heeft de overtuiging doen vestigen, dat de Cetacea afstammen van tamelijk hoog ontwikkelde op het land levende Zoogdieren; vooral is men geneigd ze van de hoefdieren af te leiden. De baarden der Mystacoceti ten getale van 300—1000 aanwezig, zijn hoornachtige vormingen van de opperhuid van het gehemelte, driehoekige platen, aan de buitenzijde uit dunne, boven elkaar gelegen hoornplaatjes samengesteld, terwijl het merg uit evenwijdige buizen bestaat, welke aan de onderzijde in borstelvormige vezels uitloopen. Bij het sluiten van den bek wordt de geheele bovenkaak in de onderkaak opgenomen en dient het baardenstelsel om bij wijze van een zeef, zelf den kleinsten en glibberigsten buit tegen te houden. (fig.2). De volwassen dieren bereiken een lengte van 20 tot 30 m. bij een gewicht van 20000 tot 150 000 k.g.

De Mystacoceti worden verdeeld in 2 familiën: de

Fig. 2.

lick van den walvisch.

Vinvisschen of Gegroejde walvisschen (Balaenopieridae) en de Gladde of Eigenlijke walvisschen (Balaenidae).

De Vinvisschen hebben een betrekkelijk slank gebouwd lichaam, een goed ontwikkelde rugvin, eenigszins lancetvormige vinnen en korte, breede baarden, terwijl hun hoofdkenmerk is, dat de huid van de keel tot over een groot deel van den buik vrij diepe, onderling evenwijdige groeven of voren vertoont. Tot deze familie behooren: a. de Langarmige Vinvisschen (Megaptera), vertegenwoordigd door den Bulirug (Megaptera boops\ zie de afbeelding), bij de Ergelschen Humpback, de Noren Knolhmlen en de Groenlanders Keporkak genoemd. Deze komen in ongeveer allo wereldzeeën voor, h&bben een lengte van ojigeveer 15 m., terwijl de borstvinnen ongeveer 1 m. breed en 3 a 4 m. lang zijn. ft. De Gewone Vinvisch (Physalus antiquorum), door de Engelschen Razorback, de Noren Sildrör, de Groenlanders Tunnolik genoemd. Dit is een van de slankste Cetacea zij kan tot 25 m. lang worden. Zij bewoont hoofdzakelijk het noordelijkste deel van den Atlantischen Oceaan en de IJszee. De Gewone Vinvisch voedt zich hoofdzakelijk met Kabeljauwachtige

visschen, evenals zijn naaste verwant, de Blauioe Vinvisch (Sibbaldius borealis). Deze laatste kan tot 30 m. lang worden en telt onder zijne leden de grootste thans levende dieren, c. De Snavelvinvisschcn (Balaenoptera), welke de kleinste en fraaiste soorten der Mystacoceti onder hare leden telt. Hiertoe behoort de Dwerg-, Zomer-, of Snavelvinvisch (Balaenoptera rostrata), door de Noren Vaagevhal en de Groenlanders Tikagoelik genoemd. Deze wordt niet langer dan 10 m., is verbreid over alle om de Noordpool gelegen zeeën en trekt 's winters naar Zuidelijker streken. Een enkele maal strandde ook van deze diersoort een exemplaar aan onze kusten. De Gladde of Eigenlijke Walvisschen (Balaenidae) zijn logger van lichaamsbouw dan de Vinvisschen, hebben geen rugvin en geen groeven aan de buikzijde. Tot deze familie behooren: a. de Groenland Walvisch (Balaena mystecetus, zie de plaat), door de Amerikaansche walvischvaarders „Bowhead'

genoemd. De lichaamsvorm van dit dier is buitengewoon log en plomp. Hare lengte bedraagt hoogstens 20 m., waarvan ruim '/3 deel door den kop wordt ingenomen. De neusgaten, twee smalle S-vormige ongeveer 45 cm. lange spleten, bevinden zich ongeveer op het midden van den kop. De baarden, 300 cl 360 in getal, bereiken een lengte van 4 h 5 m. bij een dikte van ongeveer 1 cm. De speklaag heeft een dikte van 20 tot 45 c. m. Deze walvisch bewoont de Noordelijkste gedeelten van den Atlantischen Oceaan, den Stillen Oceaan en de Noordelijke IJszee. Een bijzondere voorliefde heeft zij voor het ijs; het zeegewest, waar het ijs gesmolten is, verlaat zij spoedig om koudere streken op te zoeken. In den regel vindt men deze dieren in groepjes van 3 of 4 vereenigd. Soms vereenigen zij zich tot groote scholen en ondernemen dan vaak lange reizen. De werptijd valt in Maart.De jonggeborene heeft een lengte van ongeveer 67 cm. bij een gewicht van ongeveer 6000 k. g. De zoogtijd duurt ongeveer een jaar. Vooral de Groenlandsche Walvisch wordt dikwijls aangevallen en gedood door

den zwaardvisch (Orca gladiator; zie aldaar). Bovendien hebben zij veel te lijden van verschillende parasieten, die zich in enorme koloniën op haar lichaam hechten en dit zoo vernielen, dat het dier er uitziet, of het aan een kwaadaardige huidziekte lijdt.

ft. de Noord Kaper (Balaena biscayensis\ zie de plaat) door de Basken Sarde en door de IJslanders Sktbag genoemd. Deze is kleiner en vlugger dan de Groenland Walvisch. Zij begeeft zich naar Zuidelijker zeegedeelten en is thans vooral door deze omstandigheid, nagenoeg uitgeroeid. Verder noemen we nog Balaena australis van den Zuid-Atlantischen Oceaan en Neobalaena marginatie van den Grooten Oceaan.

Tot de onderorde der Tandendragende Cetacea (Odonioceti) behooren de volgende familiën:

1. de Dolfijnen (Delphinidae) (zie Dolfijnen).

2. de Narwal of Eenhoornvisch (zie Narwal).

3. De Potvisschen of Cachelotten (Catodontidae), welke een buitengewoon grooten van, voren afgeplatten kop hebben. De snuit is in bovenwaartsche richting sterk gezwollen, terwijl er slechts één ademgat aanwezig is, dat een weinig links van het midden gelegen is. De zeer lange, smalle onderkaak is

Sluiten