Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taal en letterkunde, aardrijkskunde en geschiedenis aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda, waarna hij ambteloos in verschillende plaatsen woonde. Van zijn geschriften vermelden wij: „Antwoord aan de verdwaalden onder mijne landgenooten" (1828), „Griekenland en Byron. Gedicht"

(1829), „Aan de Belgen. Gedicht naar het Latijn"

(1830), „Briefwisseling met mr. W. Bilderdijk" (1832), „Mijne reis naar Rome in 1832" (2 dln., 1832), „Gedenkboek der inhuldiging van koning Willem II" (1842), „Koorgezangen", met goud bekroond door de Taal is gansch het Volk, „Geschiedenis van het land en der Heeren van Kuyk" (1858), met zilver bekroond door het Provinciaal Genootschap van Noord-Brabant, „Het kroningsfeest van keizer Karei V te Bologna, 24 Februari 1530" (1859), „Het gezantschap van den Sultan van Atchin in 1602 aan Prins Maurits van Nassau en de oude Nederlandsche Republiek" (1862), „De tentoonstelling van Nederlandsche oudheden te Delft" (1863), „Bloemlezing — honderd stuks — uit de poëzij mijner laatste vijf-en-twiftig jaren" (1865), „De Kerk" (1868), „Sophokles' Antigoné met de koren van dr. Felix Mendelssohn Bartholdy" (1872), „Bilderdijk. Een bijdrage tot zijn leven en werken" (1873), „Bloemlezing uit de poëzij mijner laatste tien jaren" (1874), en „Gewijde poëzij" (2de druk, 1875). Verder richtte hij in 1845 met J. J. L. ten

/Late te s Uravenhage een Hollandsen * ransch tijd-

senrut: „De mmstspiegel op, in löoU omgezet m „Astraea", dat gedurende 6 jaar door Wap werd geredigeerd.

Wapen was oorspronkelijk de benaming van de geheele wapenrusting, waaraan men in het leger de krijgslieden onderling kon onderscheiden. Sedert het einde van de 12ae eeuw is het de aanduiding voor de schild- en helmteekens, d. i. voor de onderscheidings- en herkenningsteekens, welke te velde door de aanvoerders en sommige ridders gedragen werden. Deze teekens noemt men ook blazoen. Ook heeft blazoen de beteekenis van wapenschild en in meer algemeenen zin van wapenkunde. Alleen de heeren met ridderlijk gevolg hadden oorspronkelijk een eigen wapen. De wapens, welke mettertijd een erfelijk kenmerk voor geheele families geworden zijn, heeten geslachtswapens. Daarnaast onderscheidt men landswapens, ontstaan uit het overdragen van geslachtswapens op de bezittingen van ridderlijke families.

Tegen het einde van de 14ae eeuw golden als noodzakelijke bestanddeelen van een wapen schild en helm; later voegde men er wapenmantels, kronen, devisen enz. aan toe. De toevoeging van schildhouders (leeuwen, luipaarden enz.) werd eerst sedert de 16de eeuw gebruikelijk. Na 1200 werd het gewoonte om 2 of meer wapens vereenigd te voeren. Dit geschiedde door van elk van beide de helft in één schild samen te voegen, waardoor de meest vreemdsoortige verbindingen van dierfiguren ontstonden. Ook werd het schild in vieren gedeeld (écartelé), zoodat elk beeld 2 velden beslaat, die schuin tegenover elkander zijn gelegen. Door verdere deeling ontstonden dan weder de schilden met meer (8,16 enz.) velden.

De wezenlijke bestanddeelen van een wapen zijn het beeld en de tincturen (kleuren). Wapens, wier beelden den naam van den bezitter aangeven of hem zinnebeeldig voorstellen, noemt men naamwapens.

Gewoonlijk verdeelt men de wapens in familie- of geslachtswapens, gemeenschapswapens (van landen, provincies, steden enz.) en ambtswapens, welke met zekere waardigheden zijn verbonden. De vereenigde wapens van een echtpaar noemt men alliantie- of huwelijkswapen', dat van den man staat gewoonlijk heraldisch rechts, dat van de vrouw links.

Wapendans is een dans, door gewapende mannen bij vele natuurvolken in zwang, waarbij doorgaans, door middel van rhythmische bewegingen een voorstelling van den strijd wordt gegeven. Bij de Australiërs ontsteken de vrouwen des nachts een vuur, slaan op een over de knieën gespannen opossumvel en zingen daarbij eentonige liederen. Dan verschijnen de dansers met speren en fakkels, en onder woest gehuil, waarbij speren krachtig tegen elkander geslagen en de fakkels, heen en weer gezwaaid worden, gaat de dans langzamerhand in een dolzinnig rennen en vliegen over. Op Nieuw-Zeeland wordt door de Maori, voor zij den strijd beginnen, een woeste dans uitgevoerd, waarbij zij bepaalde liederen zingen. Toen de Spaansche ontdekkingsreizigers op de Antillen verschenen, werden zij met dans en wapenspel'ontvangen. De Indianen van N. Amerika kennen naast den wapendans als krijgsdans nog den scalpdans, als overwinningsfeest na den slag door de vrouwen uitgevoerd. Bij de oude Grieken was demeestberoemde wapendans depyrrhische. Bij de Romeinen voerden Saliërs in het begin van Maart openlijke wapendansen uit. De Germanen organiseerden waDendansen ter eere van den oorlogs¬

god Tyr en bij offerfeesten en ommegangen zwaarddansen. In de Middeleeuwen werden op verschillende plaatsen door de messen- en wapensmeden wapendansen uitgevoerd. Ook in de Keltische landen kwamen dergelijke gebruiken voor. In het departement Basses-Alpes wordt ook thans nog, bij gelegenheid van het Rochusfeest, een wapendans bachuber genaamd, uitgevoerd. Daarbij heffen de in het midden staande vrouwen een gezang aan, terwijl de jonge mannen hun zwaarden, welke anders in de kerk bewaard worden, nu eens schermend naar het midden

van hun kring richten, dan weder hen luide tegen elkander slaan.

Wapenkoning1 (Fransch: Jioi des armes, Eugelsch: King of arms). Zie Heraut.

Wapenkunde of Heraldiek was oorspronkelijk niets anders dan de beschrijving der wapens of blazoenen (zie Wapen). Zij is van veel belang voor de geschiedenis. Met de genealogie en de zegelkunde is zij nauw verbonden. Haar voornaamste bronnen zijn wapens, zegels en munten. Bovendien maakt zij gebruik van mededeelingen van Middeleeuwsche schrijvers, van gedenkteekens, grafsteenen, leenbrieven, stamboeken enz.

De geschiedenis der wapenkunde kan in 3 tijdvakken worden verdeeld: in dat van de llae tot de 13de eeuw, toen alleen het schild met zijn beeld het wapen vormde; in dat van de 13ae tot het einde van de 15ae eeuw, toen de helm met zijn versierselen er bij kwam, en in dat van de 16de eeuw af, waarin het heraldieke schild niet tegelijkertijd meer als werkelijk schild werd gedragen en er aïerlei onwezenlijke bijvoegsels bij kwamen.

Terwijl de Duitsche wapenkunde zich op het voetspoor van Bartolus en Rothe bepaalde tot den oorsprong en de beschrijving der wapens, de symboliek der beelden en het opstellen van regels Voor het

Sluiten