Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwerpen van wapens, hechtte de Fransche wapenkunde veel aan het vormen van een kunsttaal.. Reeds Clément Prmsault legde in 1417 den grondslag voor de thans nog geldende terminologie. Barthohmaus Cassaneus trachtte in zijn „Catalogus gloriae mundi" (1529) beide richtingen met elkander te vereenigen. De vader van de moderne wapenkunde werd Philip Jacob Spener door zijn beide werken: „Historia insignium illustrium" (1680) en „Insignium theoria" (1690). Hij brak volkomen met de methode om de wapens symbolisch te verklaren en gaf aan de verklaring een geschiedkundigen grondslag.

Wapenplaats is de naam van de in- en uitspringende hoeken van een bedekten weg; de eerste, waar de wapenplaatsen buitenwaarts worden aangelegd, noemt men inspringende, de laatste, die men verkrijgt door de contrescarp af te ronden, uitspringende wapenplaatsen. Meestal worden de flanken door traversen en palissadeeringen afgesloten en van reduits voorzien. In de door de wapenplaats gevormde ruimte worden de troepen vóór den uitval verzameld.

Wapenrok, een van voren gesloten, lakensche rok, meestal met een rij metalen knoopen en met kraag, opslagen enz. van laken, van een andere kleur, is een deel der militaire kleeding. Ook officieren, die niet de uniform van een bepaald wapen dragen, de hoogere militaire beambten en in sommige landen, ook sommige burgerlijke ambtenaren, zooals bij de posterijen, de belastingen enz. dragen dit kleedingstuk. Het ontleent zijn naam aan den wapenrok, dien de ridders over hun wapenrusting droegen.i

Wapenrusting1, ook pantser genaamd, is een bekleeding van het lichaam ter bescherming tegen verwondingen. Sedert de 1646 eeuw wordt zij ook harnas genoemd. Reeds de krijgslieden der oudste cultuurvolken beschermden enkele gedeelten van het lichaam, namelijk hoofd en borst, met helm en ku¬

ras. Assyrische en Chaldeeuwsche soldaten droegen een hemdvormig pantser, bestaande uit metaalplaatjes, welke op buffelhuid genaaid worden. In Egypte komen pantserhemden van bronzen platen benevens arm- en beenplaten van brons reeds omstreeks 1000 v. Chr. voor. De Grieken droegen in dien tijd reeds bronzen borst- en rugpantsers, uit één stuk gesmeed of samengesteld uit platen, welke als dakpannen over elkander waren geschoven en knemieden F (scheenplaten) aan beide beenen. Ook de

Romeinen kenden het pantser in verschillende

vormen. De Germanen bedekten vanaf de 14de eeuw het lichaam met kleedingstukken, welke hen tegen houwen en stooten beveiligden. De Duitsche en

Wapenrusting.

Frankische voetknechten en ridders droegen sedert

de 1 óae eeuw een pantserjak, dat tot aan de heupen reikte en dat uit een opgevuld linnen of lederen buis zonder mouwen bestond, waarop ijzeren ringen, kettingen, metalen platen of knoppen genaaid waren. Met uitzondering van het eigenlijke harnas, dat ter beveiliging tegen vuurwapens, steeds zwaarder van ijzer gesmeed werd, vervaardigde men in de 16de eeuw alle deelen van de wapenrusting van buigbare banden. Naast de wapenrusting van den ruiter kwam in de 15ae eeuw ook die van het paard in zwang.De pooten bleven onbeschermd.Een volledige wapenrusting van een man woog ongeveer 48 kg.

Wapens zijn werktuigen, waarvan men zich tot aanval of verdediging bedient. Vandaar de onderscheiding in aanvallende en verdedigende wapens. Omtrent de laatste raadplege men het artikel Wapenrusting. De aanvallende wapens worden verdeeld in blanke wapenen en in vuurwapenen. Tot de eerste rekent men den knots, den strijdhamer, de strijdbijl, het zwaard en verschillende soorten van houw-, stoot- en steekwapenen, in onze dagen de bajonet, de sabel, den degen enz., en tot de tweede het geschut, geweren, pistolen, musketten, haakbussen, revolvers enz.

Den naam van wapen geeft men ook aan de verschillende soorten van troepen. De hoofdwapens zijn: infanterie, cavalerie en veldartillerie, terwijl vestingartillerie, genie en pontonniers enz. tot de hulpwapens worden gerekend.

Wapenschild of Blazoen gewoonlijk gedekt door helm of kroon en somtijds door tenants vastgehouden, stelde waarschijnlijk in den beginne den wapenrok voor. Een schild is óf geheel van één kleur of metaal, zonder of met eene of meer figuren, èf door lijnen in velden verdeeld. De eenvoudigste verdeelingen zijn: parti, gedeeld door een loodrechte lijn in het midden, coupé, gedeeld door een horizontale lijn in het midden, tranché, gedeeld door een lijn, die den rechter bovenhoek met den linker benedenhoek verbindt, taillé, gedeeld door een lijn, die van den linker bovenhoek naar den rechter benedenhoek loopt, écartelé, in vieren gedeeld door een verticale en horizontale lijn, écartelé en sauUyir, in vieren gedeeld door twee schuinsche lijnen, en gvronné, verdeeld in driehoekige stukken, wier punten zich in het middenpunt van het schild vereenigen. Ook de punten, kleuren en figuren hebben eigenaardige namen.

Wapenstilstand (Armisticium) noemt men een verdrag tusschen oorlogvoerende partijen tot opschorting der vijandelijkheden gedurende een bepaalden tijd of tot wederopzeggens. De positiën der beide partijen worden bij een wapenstilstand of ook bij een korte wapenschorsing gewoonlijk door een demarcatielijn gescheiden. Het recht van den wapenstilstand is op de conferentie voor Oorlogsrecht, in 1899 te 's Gravenhage gehouden, gecodificeerd. De wapenstilstand berust op een wederzijdsch verdrag der oorlogvoerenden. Met de vijandelijkheden moet terstond of binnen een bepaalde termijn worden opgehouden. Ook liet verkeer, dat op het oorlogstooneel met de bevolking en tusschen deze onderling mag plaats hebben, kan in het verdrag geregeld worden. De wapenstilstand is algemeen voor het geheele oorlogstooneel, of plaatselijk. Een algemeene wapenstilstand is doorgaans de voorbode

Sluiten