Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Warschau bezit verschillende openbare parken. Wij noemen bijv. het Saksische Park, aangelegd door August II, den Sterke, het park om het Krasinskipaleis, het park Frascati, de parken bij de sloten Lazienki (het verblijf van Lodewijk XV11I gedurende zijn ballingschap) en Belvedère (met een fraaie oranjerie) en het Alexanderpark in Praga. Van de gedenkteekenen vermelden wij, naast de genoemde, het ruisterstandbeeld van Johann Sóbieski (1783), dat voor Copernicus (1830) en de standbeelden van vorst Paskewilsj (1870) en den dichter Mickiewicz (1898).

Warschau heeft 86 kerken, waarvan de meeste R. Katholieke; verder 6 Gr. Katholieke, 2 Evangelische, 9 synagogen en een moskee. In de Oudstad ligt bijna de helft van deze. De oudste is de omstreeks 1350 gebouwde, Gotische St. Johannes-kathedraal. W. lijk daarvan staat op het Krasinskiplein de Grieksch-orthodoxe Drievuldigheidskathedraal, terwijl sedert 1849 een nieuwe AlexanderNewskij-kathedraal op het Saksische plein gebouwd is. Verder noemen wij in de Nieuwstad de HeiligeGeest-kerk en de Sacramentskerk, St. Casimir (1683—1688), waaraan een klooster is verbonden; in het Z. lijk stadsgedeelte de Anna-kerk (1454), de St. Joseph-kerk (1643) en de Heilige Kruiskerk (1682—1696) en eindelijk in het N. W. de Antonius of Reformatenkerk (1679) en de Capucynerkerk (1693), waarin een sarcophaag, welke het hart van Joliann Sobieski bevat. Van de wereldlijke gebouwen verdient in de eerste plaats het voormalig koninklijk slot vermelding. Gebouwd door Sigismund 111 en vergroot door Augustus II, bevat het groote zalen, verschillende schilder-en beeldhouwwerken, een bibliotheek en het Poolsche archief. Thans is het de woning van den gouverneur-generaal Aan het Krasinskiplein ligt het Krasin skipaleis (1692), in de 18de eeuw de zetel van den Rijksdag, thans die van het hooggerechtshof van het Weichselgebied. Aan het Saksische plein ligt het Saksische slot, vroeger een koninklijke residentie, terwijl aan het Schouwburgplein het stadhuis (1870) en de groote schouwburg (1833) zijn gelegen. In de Krakauer voorstad bevindt zich de hoogeschool, gevestigd in een paleis van Johan Casimir, en het nieuwe gebouw der universiteitsbibliotheek. Ten slotte noemen wij de kasteelen Lazienki en Belvedere. Het eerste, door Stanislaus Poniatowski gebouwd (1767—1788), is thans keizerlijke residentie, het tweede was de woning van grootvorst Constantijn Pawhwitsj.Verder bezit Warschau vier stations: op den linker Weichseloever één voor den spoorweg naar Weenen en één voor den Weichselspoorweg en op den rechter oever in Praga één voor den spoorweg naar St. Petersburg en één voor dien naar Terespol.

Het aantal inwoners bedraagt (1901) 711988. 56% daarvan zijn R. Katholiek en 36% Joodsch. De nijverheid omvatte in 1900 : 495 fabrieken met 33 224 arbeiders. Het belangsrijkst zijn de metaalbewerking en de machinebouw, de voedingsmiddelen-, de scheikundige- en de zeepindustrie. Het handwerk is in schoen- en bakkerswaren sterk ontwikkeld. De totale productiewaarde bedroeg in 1900 ruim 67 millioen roebel. Daarnaast drijft Warschau een levendigen handel en heeft het twee belangrijke missen: in Juni voor wol en in September voor hop. Behalve de genoemde spoorwegverbindingen, heeft het langs den Weichsel stoombootrverkeer, aan de

eene zijde tot Thorn en aan de andere tot Sandomir.

Van de inrichtingen van onderwijs noemen wij de hoogeschool, in 1816 gesticht, met (1904) 1571 studenten, een bibliotheek (500 000 dln., en 1380 handschriften), een botanischen tuin, een sterrenwacht, een veeartsenijschool, 6 gymnasia, 2 proprogymnasia, een hoogere burgerschool, een seminarium voor onderwijzers, een middelbare meisjesschool en 4 gymnasia voor meisjes. In het geheel waren er 853 inrichtingen van onderwijs met 15 111 leerlingen. Er is een GeneeskundigjPharmaceutisch Genootschap, een Genootschap van Russische artsen, een Wis- en Natuurkundig Genootschap, eei; openbare bibliotheek en een ethnografisch museer, gevestigd. Aan inrichtingen van weldadigheid bezit Warschau 2 krankzinnigengestichten, een vondelingenhuis, 14 gemeentelijke ziekenhuizen met 2900 bedden, 31 particuliere ziekenhuizen en 6 kraamasylen.

Warschau is'thans de zetel van een gouverneurgeneraal, van een burgerlijken gouverneur, van een R.Katholieken en een Gr. Orthodoxen aartsbisschop.

Warschau wordt voor het eerst in 1224 in oorkonden vermeld. Tot 1526 was zij de residentie der hertogen van Masovië. Omstreeks 1655 werd zij bezet door de Zweden, maar kwam in 1656 weder aan Polen terug. In datzelfde jaar had van den 28sten tot den 308tenJulibijWarschau de DriedaagscheVeldslag plaats tusschen het Zweedsch-Brandenburgsche leger en het Poolsche onder Johan Casimir, waarna de stad zich bij capitulatie moest overgeven. Karei XII bezette het den 15deD Mei 1702 zonder strijd. In 1703 werd hier op aanzoek der Zweden een confederatiecongres gehouden, dat met den Vrede van Warschau (24 November 1705) tusschen Karei XII en Stanislaus Leszczynski eindigde. In 1711 werd hier ook de vrede tusschen Augustus 11 en de Verbonden Mogendheden door tusschenkomst van Rusland gesloten en den 308ten Januari 1717 door het groote Pacificatieverdrag bezegeld. Ook werd er in 1734 een verbond tusschen Oostenrijk, Engeland, Holland en Polen gesloten en den 8sten Januari 1745 een Quadruple-alliantie tusschen diezelfde mogendheden, waarbij Augustus III zich verplichtte tot deelneming aan den oorlog tegen Pruisen. Na den dood van Augustus-III namen de Russen onder JRepnin de stad in 1764 in bezit en dreven door, dat Stanislaus Poniatowski tot koning gekozen werd. Tot 1774 bleven de Russen er meester. Bij het oproer van den 17den en den 18den April 1794 werd de Russische bezetting neergesabeld. Van den 9den Juli tot den 6den September belegerden de Pruisen de stad vruchteloos. Zij capituleerde echter den 5den November na de bloedige bestorming van Praga door de Russen onder Soevxirow. Door de derde verdeeling van Polen (1795) verviel Warschau aan Pruisen en werd de hoofdstad der provincie Z. Pruisen. Den 28Btetl November 1806 werd het door de Franschen bezet; bij den Vrede van Tilsit (1807) werd Warschau de hoofdstad van het hertogdom Warschau. Van den 238ten April tot den 2deE Juni was de stad in handen der Oostenrijkers; van 1813—1815 hielden de Russen haar bezet. Het Congres te Weenen (1815) maakte Warschau tot hoofdstad van het nieuwe koninkrijk'Polen. De Poolsche Revolutie nam een aanvang met den opstand te Warschau op den 29sten November 1830aen eindigde met de bestorming der stad op den 6de° en 7den en

Sluiten