Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met! haar capitulatie op den 8stcn September 1831 aa,n7 Paskemtsj. Na dien tijd werden te Warschau meermalen staatkundige conferentiën gehouden. Ook in 1863—1864 was Warschau het middelpunt van den opstand.

Wartburg', een slot in het groothertogdom Saksen-Weimar, op een fraai begroeide hoogte, 174 in. boven de stad Eisenach aan het N. W. uiteinde van het Tliuringer Woud gelegen, werd in 1067 door Lodewijk den Springer gebouwd en was na dien tijd tot aan het uitsterven van het geslacht der landgraven van Thuringen met Hendrik Raspe (1247), de zetel van een burchtgraaf uit dit Huis. Ten tijde van Eerman 1 (1190—1216) was de Wartburg een middelpunt van dichtkunst en het tooneel van den legendarischen zangerwedstrijd. In 1263 kwam de Wartburg met Tliuringen aan de markgraven van Meiszen en in 1440 aan de Meiszensche fijn van het huis Wettin, waarmede het ophield residentie te zijn. In 1847 werd hij onder groothertog Karei Alexander door H. v. Ritgen gerestaureerd. Hij bevat het „ridderhuis" uit de 14de of 15de eeuw met het Lutherkamertje, ter herinnering van Luthers oponthoud aldaar van Mei 1621—Maart 1522. Het middelste gedeelte, waarin o. a. de „hemenade" en de „dirnitz", is geheel nieuw. Het groote, Romaansche, landgrafelijke huis, gebouwd na 1067, bevat de landgrafelijke kamer, de zangerszaal, de Elisabethgalerij met fresco's van M. v. SchmncU en een kapel. Daartegenover ligt de feestzaal uit 1130.

Wartenberg1, Johann Kasimir von Kolbe, rijksgraaf von, een Pruisisch minister, geboren den gaen Februari 1644 in de Wetterau, trad als opperstalmeester in dienst van den paltsgraaf von Simmern, in 1688 in dien van keurvorst Frederik 111 van Brandenburg, wiens toegenegenheid hij verwierf, werd in 1696 opperstalmeester en opperkamerheer en na den val van Dunckelmann minister. In 1699 benoemd tot rijksgraaf, werd hij in 1700 erfelijk postmeester-generaal en in 1701 maarschalk van Pruisen, kanselier van de Orde van den Zwarten Adelaar en eerste minister. Hij trok een jaargeld van 100 000 taler, verrijkte zich daarenboven door geschenken van den keurvorst en door verduistering en bracht door zijn slecht beheer de financiën in schromelijke verwarring. Hij en zijn handlangers, de opperhofmaarschalk graaf Wittgensiein en de generaal-veldmaarschalk graaf Wariensleben, waren om die reden zeer gehaat bij het volk. Koning Frederik beschermde hem nog lang en nam zijn vrouw, een dochter van den wijnkooper Rickers te Emmerik, tot bijzit. Eerst in 1711 verleende hij hem ontslag met een pensioen van 24 000 taler. Hij overleed te Frankfort a. d. Main den 4den Juli 1712. Zijn vrouw, na te Parijs een losbandig leven te hebben geleid, overleed te 's Gravenhage in 1734.

Warthe, de voornaamste zijrivier van de Oder, ontspringt bij Kromolow aan de N. lijke helling van het gebergte van Krakau, stroomt eerst N. waarts langs Czenstochau, bereikt in de nabijheid van Radomsk de vlakte, stroomt hier, vaak met verschillende armen, langs Sjeradz en Warta, buigt zich, na den Ner te hebben opgenomen, W. waarts en betreedt bij Peisern, waar zij van links de Prosna opneemt, het Pruisisch grondgebied. Zij stroomt hier in W. lijke richting langs de Schrimm, vervolgens, N. waarts ombuigend, over Posen naar Obornik en gaat daarna in W. lijke richting voorbij Birnbaum

en Schwerin. Nadat zij zich opnieuw W. waarts gewend heeft, buigt zij bij Pollychen, waar zij de Netze opneemt, voor de derde maal naar het W., stroomt langs Landsberg en vervolgt dan in Z. W. lijke richting haar weg, totdat zij, 180 m. breed, beneden Küstrin uitmondt in de Oder. Haar geheele lengte bedraagt 712 km., van welke er 368 tot het gebied van Pruisen behooren. Zij is van Konin af over een lengte van 425 km. bevaarbaar. Door de Netze, het Bromberger Kanaal en de Brahe is de Warthe met de Weichsel verbonden. Haar stroomgebied heeft een oppervlakte van 44 650 v. km.

Warton, Thomas, een Engelsch dichter en let terkundige, geboren in 1728 te Oxford, studeerde aldaar en gaf reeds op 19-jarigen leeftijd zijn „Pleasures of melancholy" (1847) uit. In 1757 wérd hij te Oxforu als opvolger van zijn vader tot professor inde dichtkunst benoemd, in 1785werdhij „poetlaureate" en in hetzelfde jaar hoogleeraar in de oude geschiedenis. In 1774 verscheen het eerste deel van zijn „History of English poetry" (nieuwe druk door Hazlilt, 4 dln., 1872), een geleerd en scherpzinnig werk vol materiaal, dat ook thans nog zijn waarde heeft behouden. Warton was in Engeland één van de eersten, die aan den smaak voor romantiek nieuw leven gaven. Verder schreef hij nog „Observations on Spencer's Faery Qneen" (1753) en gaf hij de werken van RowUy en Milton uit. Hij overleed den 218ten Mei 1790 te Oxford. Na zijn dood gaf Mant „The poetical works of the late Thomas Warton" (2 dln., 1802) uit.

Wartmann, Hermann, een Zwitsersch geschiedkundige, ge~boren den 5"'-" December 1835 te St. Gallen, promoveerde in 1859 op de bekroonde verhandeling „Leben des Cato von Utica" en werd in 1863 secretaris van het handelsdirectoraat te St. Gallen. Hij schreef, behalve talrijke verhandelingen in geschiedkundige periodieken, „Industrie und Handel der Stadt St. Gallen auf Ende 1866" (1875), waarvan de sedert 1866 jaarlijks verschijnende „Berichte des kaufmannisclien Direktoriums" de voortzetting en de „Atlas über die Entwickelung von Industrie und Handel der Schweiz 1770—1870" (1873) de grafische illustreering vormen, benevens „Industrie und Handel der Schweiz im 19. Jahrhundert" (1902). Ook is hij redacteur van de „Mitteilungen zur vaterlandischen Geschichte" en van de „Quellen zur Schweizer Geschichte."

Warwick of Warwickshire, een Engelsch graafschap in het gebied van den Upper-Avon, telt op een oppervlakte van 2292 v. km. (1901) 897 678 inwoners. De bodem bestaat uit groote vlakten en lage heuvels. Het N. lijk gedeelte, Woodland, bezit naast uitgebreide heide- en veenstreken ook bosschen. Het middelste en vooral het kleine, Z. lijk gedeelte, Feldon, is bedekt met vruchtbare weiden. De voornaamste rivier is de Avon. De belangrijkste landbouwprodukten zijn tarwe, gerst, haver, boonen, groenten en ooft. De veeteelt, voornamelijk schapen- en runderteelt, is echter belangrijker. Warwick is intusschen voornamelijk fabrieksdistrikt. De bodem bevat in het N. O. ijzererts en steenkool. Middelpunten van nijverheid zijn Birmingham en Coventry.

Warwick, de hoofdstad van het gelijknamige, Engelsche graafschap, ligt tegen en op een rotsachtigen heuvel op den rechter oever van den Avon, is door kanalen met Birmingham en Rapton

Sluiten