Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ving in 1881 van de regeering van Alebama de opdracht te Tuskega een normaalschool voor kleurlingen op te richten. Deze school, die aanvankelijk met bescheiden middelen werd gesticht, wordt thans door meer dan 1100 kleurlingen bezocht. Ook door voordrachten en geschriften heeft Washington veel invloed uitgeoefend. Van zijn werken noemen wij: „Sowing and reaping" (1900), „Up from slaverny" „Character building" (1902) en „Story of my life and work" (1903).

P Washing ton-eilanden of Revolutie-eilanden. Zie Marquesaseilanden.

Wasielewski, Wilhelm Joseph von, een Duitsch violist en muziekschrijver, geboren den 17den Juni, 1822 te Grosz-Leesen bij Danzig, bezocht van 1843 —1845 het conservatorium te Leipzig en was daarna lid van het „Gewandhaus"-orkest. In 1850 werd hij concertmeester te Düsseldorf, in 1852 directeur van een zangvereeniging en van de abonnementsconcerten te Bonn, terwijl hij zich in 1855 te Dresden vestigde als muziekschrijver. In 1869 keerde hij als stedelijk muziekdirecteur terug naar Bonn. Hij schreef: „Robert Schumann" (4de druk door Waldemar von Wasielewski, 1906), „Die Violine und ihr Meister" (4de druk, 1904), „Die Violine im 17 Jahrhundert und die Anfange der Instrumentalkomposition" (1874), „Geschichte der Instrumentalmusik im 16 Jarhundert" (1878), „Schumanniana" (1883), Ludwig von Beethoven" (2 dln., 1887), „Das Violoncell und seine Geschichte" (1889) en „Karl Reinecke, sein Leben, Wirken und schaffen"(1892). Hij overleed den 13den December 1896 te Sondershausen. Na zijn dood verscheen „Aus siebzig Jahren. Lebenserinnerungen" (1897).

Waskool is een soort bruinkool, welke rijk is aan pyropissiet en uit harsen en plantenwassen van de tertiaire vorming is ontstaan. Verontreinigd met aardhoudende bruinkool, vormt zij de zwelkool.

Wasmann. Erich, een R. Katholiek priester, geboren den 29Btel1 Mei 1859 te Meran, trad in 1875 in de orde der Jezuïeten, werd in 1888 priester, studeerde van 1890—1892 te Praag in de dierkunde en woont thans te Luxemburg. Zijn waarnemingen bepaalden zich in hoofdzaak tot de mieren, de mierengasten en de termietengasten. Hij tracht de resultaten van het natuurwetenschappelijk onderzoek in overeenstemming te brengen met de Christelijke wereldbeschouwing en schreef: „Beitrage zur Lebensweise der Gattungen Atemeles und Lomechusa" ('s Gravenhage, 1888), „Vergleichende Studiën über Ameisengaste und Termietengaste" ('s Gravenhage, 1890), „Die zusammengesetzten Nester und gemischten Koloniën der Ameisen" (1891), „Vergleichende Studiën über das Seelenleben der Ameisen und der höhem Tiere" (2de druk, 1900), „Instinkt und Intelligenz" (2dc druk, 1899), ,Les Myrmecophiles et Thermitophiles" (Leiden, 1896),' „Die psychischen Fahigkeiten der Ameisen" (1899), „Moderne Biologie und Entwickelungstheorie" (3de druk, 1906), „Menschen- und Tierseele" (4de druk, 1907) en „Der Kampf um das Entwikelungsproblem in Berlin" (1907).

Wasmes, een plaats in de Belgische provincie Henegouwen, ligt in het landschap Borinage, op 11 km. afstand van Bergen, aan de spoorwegen Bergen-Quiévrain en Doornik-Peurwels.Het telt (1905) 15 469 inwoners en heeft belangrijke steenkoolmijnen en metaalindustrie, vooral van metaalgaas.

Waspapier (Charta cerata) is dun papier, dat met was, stearine, paraffine of ceresine is gedrenkt en gebruikt wordt om sterk riekende geneesmiddelen, of ook zulke, die niet mogen uitdrogen, te verpakken. Ook gebruikt men het om flesschen met ingemaakte vruchten enz. toe te binden. Thans wordt het dikwijls door perkamentpapier vervangen.

Waspik, een gemeente in de provincie NoordBrabant, 1973 H. A. groot, met (1910) 3262 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Dussen, Kapelle, Dongen, 's Gravenmoer en Raamsdonk. De Oude Maas loopt er door. In het N. vindt men klei, in het Z. zand. De voornaamste middelen van bestaan zijn landbouw, veeteelt en nijverheid. De gemeente is uit de heerlijkheden Groot-Waspik en Klein-Waspik gevormd, zij omvat het dorpWaspik, de buurt Boven-Waspik en de gehuchten 't Vaatje, 't Dijkje en Scharloo.

Het dorp Waspik ligt aan den spoorweg van 's Hertogenbosch naar Moerdijk. Men vindt er een Hervormde en een Roomsch-Katholieke kerk.

Wasschen noemt het reinigen van vuil geworden linnen, wollen katoenen en andere stoffen. Algemeen bekend, kan het door een doelmatige behandeling zeer vereenvoudigd worden, terwijlbovendienhet waschgoed minder te lijden heeft. Lang bewaren van ongewasschen goed is ondoelmatig, omdat als dan de uitscheidingen van het lichaam daarin gaan ontleden en aldus den vezel aantasten. Het water, dat men bezigt, moet zacht, dat is vrij van calciumzouten zijn. Regen- en rivierwater zijn het best, maar ook hard welwater kan zacht gemaakt worden. Tegelijk met de zeep gebruikt men ook soda, doch alleeninopgelosten toestand. Vóór het wasschen wordt het goed gedurende 12 uur in warm sodahoudend water geweekt. Op 100 kg. waschgoed neemt men 150 kg. water en 4,5 kg. gekristalliseerde soda. Met voordeel ook voegt men aan één emmer warm water, waarin 500 gr. zeep is opgelost, een mengsel van 50 gr. geest van ammoniak en 100 gr. terpentijnolie toe. De verdere handelingen worden op verschillende wijzen uitgevoerd. Bij het koken van de wasch mag men de zeep niet in stukken tusschen het goed werpen, maar moet men deze eerst in water oplossen en de oplossing met het waschwater vermengen. Ook hier kan men 2 kg. soda op 100 kg. vuil goed toe voegen. Een andere wijze van reiniging bestaat hierin, dat men het waschgoed reinigt met behulp van eenwrascftplank of ook door het in een waschkuip met een stamper te stampen. In den lateren tijdTiï\nvjaschmachines in gebruik gekomen. Zij bestaan in hoofdzaak uit een ronde kuip met geribden binnenwand, waarlangs het waschgoed door middel van een krukbeweging wordt heen en weder bewogen.

Bij de stoomwasscherij wordt de wasch te weeken gezet in een oplossing van zeep en soda,uitgewrongen en daarna in het stoomvat gebracht. Dit is voorzien van een dubbelen bodem. Nadat het goed er op geschikte wijze is aangebracht, laat men den stoom toetreden. Gedurende het stoomen sluit men het vat met een deksel; met den thermometer onderzoekt men de temperatuur, en wanneer deze na verloop van een paar uur overal tot 100° C. gestegen is, wordt de bewerking geëindigd. Ook maakt men gebruik van de duibeUrommelwaschmachine. Zij bestaat uit een vaste, cylindervormige trommel, waarbinnen een kleinere, doorboorde trommel kan worden rondgedraaid. In deze komt de wasch, terwijl men de

Sluiten