Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den voorgaande, geboren in 1696, werd als heer van Twickelo in 1717 lid der ridderschap van Overijsel en verder in 1724 lid der ridderschap van Holland en van het college der Admiraliteit op de Maas. Ook bekleedde hij onderscheidene hooge waardigheden, vervulde verschillende staatkundige zendingen bij buitenlandsche hoven en verzette hij zich tegen de verheffing van prins Willem IV tot stadhouder. Hij overleed den 9den November 1766.

Carel Georg, graaf van Wassenaer Twickél, een zoon van den voorgaande, aanvaardde in 1758 de betrekking van grietman van Franekeradeel, werd bewindhebber der Oost-Indische Compagnie, lid der ridderschap in Holland en in 1782 ambassadeur bij het hof te Weenen. In 1794 opgenomen in de ridderschap van Overijsel, werd hij, na de omwenteling van 1795, benoemd tot vertegenwoordiger van dat gewest. Hij overleed in 1800.

Jacöb Unico Willem, graaf van Wassenaer Obdam, een zoon van den voorgaande, werd in 1793 grietman van Franekeradeel en later lid van de ridderschap van Holland en van den raad van State.

Frederik Hendrik, baron van Wassenaer, vrijheer van de beide Katwijken van 't Zandt, Valkenburg en Isendoorn, geboren te 's Gravenhage in 1701, zag zich gekozen tot lid van het Hof van Holland, nam deel aan de vredesonderhandelingen te Aken (1748), werd in 1750 benoemd tot lid der commissie tot verbetering der geldelijke aangelegenheden van Holland en behoorde tot de voogden over den minderjarigen prins Willem V. Hij overleed den 27"™ December 1770.

Otto, baron van Wassenaer, heer van de beide Katwijken en 't Zandt, geboren te 's-Gravenhage den 13den December 1795, streed als lBte luitenant bij Quatre-Bras en Waterloo, nam in 1819 ontslag, werd in 1830 majoor der Geldersche mobiele schutterij en verwierf de Militaire Willemsorde. Teruggekeerd tot het ambteloos leven, had hij als lid der ridderschap zitting in de Provinciale Staten van Gelderland en bekleedde hij de waardigheid van commandeur der Duitsche Orde, balye van Utrecht. Hij overleed te Arnhem den 258ten Februari 1858.

Wassenbergh, Everwijn, een Nederlandsch letterkundige, geboren te Lekkum bij Leeuwarden in 1742, werd in 1767 hoogleeraar aan het athenaeum te Deventer en in 1770 hoogleeraar in de Grieksche taal te Franeker, waar hij ruim een halve eeuw werkzaam bleef. Hij schreef o. a.: „Bijdragen tot den Frieschen tongval", „Idioticon Frisicum", „Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde", „Verhandeling over de eigennamen der Friezen", „Friesche gedichten", „Selecta e scholiis Valckenarii in libros quosdam Novi Testamenti" (2 dln., 1818), „Het gedrag der Hollandsche geleerden omtrent Reiske gerechtvaardigd" (1820) en onderscheidene „Orationes", terwijl hij met H. Bosscha een vertaling leverde van de „Levens van Doorluchtige Grieken en Romeinen" van Plutarchus. Hij overleed te Franeker den 3den December 1826.

Wassermann, Jakob, een Oostenrijksch schrijver, geboren den 10den Maart 1873 te Fürth, vestigde zich, na een moeilijken tijd te hebben doorgebracht, te Weenen. Hij onderscheidt zich door moderne opvatting en nauwkeurige waarneming van het leven. Van zijn hand verschenen de romans: „Melusine" (1896), „Die Juden von Zirndorf" (nieuwe druk, 1906), „Die Geschichte der jungen

Renate Fuchs" (9de druk, 1906), „Der Moloch" (1902), „Alexander in Babyion" (1904) en „Gaspar Hauser" (1908), de novellen: „Schlaffst du, Mutter?" (1897), „Die Schaffnerin" (1897), „Der niegeküszte Mund. Hilperich" (1903) en „Die Schwestern" (1906), benevens de verhandeling „Die Kunst der Erzahlung" (1904).

Wassiljew, Wassilij Pawlowitsch, een Russisch taalgeleerde, geboren in 1818 te Nishnij Nowgorod, studeerde te Kazan en werd in 1840 door de regeering met een godsdienstige zending naar Peking belast, waar hij tot 1850 bleef en zich op de studie van de Oost-Aziatische talen toelegde. Na zijn terugkeer werd hij te Kazan hoogleeraar in de Oostersclie talen, in 1885 te Petersburg. In 1884 werd hij lid van de Academie van Wetenschappen. Hij overleed te St. Petersburg den 10dei1 Mei (27 April) 1900. Hij was vooral een kenner van het Chineesch. Van zijn werken noemen wij: „Het Boeddhisme" (1857), „Mandsjoerijsche Chrestomathie" (1862), „Chineesch Russisch woordenboek" (1867), „Chineesche Chestomathie" (1868) en een Russische vertaling van Tdranatha's werk over de geschiedenis van het Boeddhisme in Indië (1865).

Wassilkow, een distriktshoofdstad in het Russische gouvernement Kiew, ligt aan de Stugna en aan den spoorweg Kiew—Schmerinka, heeft eenige lederfabrieken en telt (1897) 17 824 inwoners. Jaarlijks worden er 3 missen gehouden. De stad werd in de 10de eeuw gesticht, kwam later onder de heerschappij van Polen en in 1686 aan Rusland.

Wassink, Gerardus, een Nederlandsch geneeskundige, geboren te Utrecht in 1802, studeerde aldaar aan de militaire geneeskundige school en vertrok in 1830 naar Nederlandsch Oost-Indië, waar hij tot aan zijn overlijden in 1863 werkzaam was, in den laatsten tijd als inspecteur-generaal van den geneeskundigen dienst. Hij was de stichter van de Geneeskundige Vereeniging in Nederlandsch Indië", en van haar „Tijdschrift tot bevordering der geneeskundige wetenschappen in Nederlandsch Indië, waarin hij als hoofdredacteur vele belangrijke opstellen schreef. Ook verrezen op zijn aandringen een school voor Javaansche vroedvrouwen en een voor Javaansche artsen (doctor Djawa) te Batavia, terwijl hij tevens de vaccinatie op Java met kracht bevorderde. De universiteit te Utrecht kende hem eershalve het doctoraat toe.

Wassmansdorf, Karl Wilhelm Friedrich, een Duitsch schrijver over gymnastiek, geboren te Berlijn den 248ten April 1821, was leerling van Eiselen en bubeck en werd in 1847 gymnastiekonderwijzer te Heidelberg. Hij maakte zich vooral verdienstelijk door de studie van de oudere geschiedenis der lichaamsoefeningen. Behalve verschillende opstellen daarover schreef hij o. a.: „Zur Würdigung der Spieszschen Turnlehre" (1845), „Vorschlage zur Einheit der Kunstsprache des deutschen Turnens" (1861), „Die Ordnungsübungen des deutschen Scliulturnens" (1868), „Die Turnübungen in den „Philanthropinen" (1870), „Joh. Christ. Guts Muths" (1884) en„ Kleine Schriften" (1895). Hij overleed den 6den Augustus 1906 te Heidelberg.

Wassoeloe (Fransch Quasselou, vroeger Samory's rijk) is de naam van een voormalig onafhankelijk rijk in N. W. Afrika, dat in 1893 door Frankrijk werd onderworpen en thans deel uitmaakt van

«

Sluiten