Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aldus aan de vorming van ketelsteen te ontkomen. Hard water Ls in den regel blauw, water van middelmatige hardheid groen. Voor technische doeleinden bepaalt men den graad van hardheid door middel van een alkoholische zeepoplossing van bekend gehalte. Van deze oplossing droppelt men een weinig in een bepaalde hoeveelheid water en schudt haar om. Zoolang daarin oplosbare calcium- en magnesiumzouten voorhanden zijn, ontleden deze de zeep en vormen daarmede een onoplosbare kalk- en magnesiazeep, zoodat er bij liet omschudden geen blijvend schuim ontstaat, dat zich echter aanstonds vertoont, zoodra de zeep onveranderd in oplossing blijft. Uit de gebruikte hoeveelheid der zeepoplossing besluit men vervolgens tot het kalk- en rnagnesiagehalte van het water. Men wijst de hardheid aan in graden. Een uniforme eenheid bestaat daarvoor echter nog niet.

Op de gezondheid van den mensch heeft het gehalte van drinkwater aan opgeloste minerale stoffen nauwelijks invloed. Toch verdient zacht water boven zeer hard de voorkeur. Zuiver, gedestilleerd water is echter een protoplasmavergift, omdat het aan de cellen de osmose zouten onttrekt. Ook natuurlijk water van abnormaal laag gehalte aan minerale stoffen (bijv. gletscherwater) kan schadelijk werken. Huls vruchten en vleesch koken slecht in hard water, omdat hun eiwitten met de kalk onoplosbare verbindingen vormen. Ook zijn verschillende takken \ an nijverheid, zooals bierbrouwerijen, ververijen en leerlooierijen, van de samenstelling van het water afhankelijk. De beteekenis van het gehalte aan organische stoffen is zeer verschillend. Humusachtige stofien en haar ontledingsprodukten zijn onschadelijk. Bedenkelijker zijn gewoonlijk overblijfselen van afvalstoffen van allerlei aard. In elk geval mag drinkwater per L. niet meer dan 60 m. gr. organische stof bevatten. Het meest schadelijk werkt organische stof, doordat zij de ontwikkeling van bacteriën bevordert. Alle water, dat in aanraking met de lucht geweest is, bevat deze. Gewoonlijk zijn zij van onschuldigen aard, maar ook pathogene bacteriën komen voor, vooral in rivierwater. Vermeerderen zij zich daarin al niet, zij behouden toch in het water langen tijd hun vermeerderingsvermogen, zoodat zij in gunstige omstandigheden voor den mensch gevaarlijk kunnen worden. Dierlijke parasieten en ingewandswormen kunnen vooral door het drinken van water uit plassen en vijvers op den mensch overgebracht worden.

Water, één der vier elementen van Aristoteles werd door Thales (600 v. Chr.) als het eenig element beschouwd, waaraan allo lichamen hun oorsprong ontleenden. De wolken ontstonden volgens Plinius '• door een verdichting der lucht, en ook Newton be- i schouwde den waterdamp als iets dergelijks als de < dampkringslucht. Ook beweerden velen, dat water i m vaste stoffen kon worden omgezet. Boyle, Newton, Leibniz enz. waren van oordeel, dat kwarts ge- t kiistalliseerd water was. Zulk een verandering van ( water in bergkristal geschiedde, naar men meende, r door felle koude of, zooals Diodorus (30 v. Chr.) be- 2 weerde door de werking van het vuur des hemels, s I11 de 16de eeuw bestreed Agricola deze meeningen, c maar Boyle en Marggraf bleven volhouden, dat uit ( zuiver water bij voortgezette destillatie aarde ont- s staat. Eerst Lavoisier toonde de ongerijmdheid r daarvan aan. Maar ook deze beschouwde het water \

1. als onontleedbaar en Macquer noemde het 011 verl- anderlijk en onvernietigbaar. Eindelijk werd door n Cavendish bewezen (1781), dat bij het verbranden '1 \ an waterstof aan de lucht water wordt gevormd en dat het gewicht van dat water-overeenkomt met % de som van de gewichten der verbruikte gassen, r 11 alt (1783) was daarna de eerste, die de meening

- verkondigde, dat water een samengestelde stof is, j waarna Lavoisier bewees, dat het uit waterstof en

- zuurstof bestaat. Eindelijk werd de quantatieve

- samenstelling van water in 1805 bepaald door von 3 Bumboldt en Gay-Lussac.

Water, Willem te, een Nederlandsch schrijver, • geboren te Amsterdam den 25sten Juni 1691, studeerde te Leiden in de letteren en in de godgeleerdheid l en was achtereenvolgens predikant te Zaamslag en Axel. Hij schreef 0. a.: „Historie der Hervormde Kerke en der Gereformeerde doorluchtige schoole te Gent^ (1756), „Het hoogadellijk en adellijk Zeei land" (1762) en „Tweede eeuwgetijde van de Nederlandsche geloofsbelijdenis" (1762). Hij overleed den 26s'Ln Maart 1764. In zijn nalatenschap bevonden zich: „Kerkelijke geschiedenissen van Axel en Axelambacht', „Kerkelijke geschiedenissen van Zeelandvan den aanvang der Reformatie tot het jaar 1600", „Historie van hetCompromis derEdelen",enz.

11 ater,Jona Willem te, een Nederlandsch geschiedkundige, een zoon van den voorgaande, geboren te Zaamslag den 28"™ October 1740, studeerde te Utrecht, was achtereenvolgens predikant te Haamstede, Veere en Vlissiiigen, en aanvaardde in 1780 het professoraat in de wijsbegeerte en geschiedenis aan de doorluchtige school te Middelburg. In 1785 werd hij hoogleeraar in de godgeleerdheid te Leiden, waar hij in 1786 predikant werd. Van zijn geschriften vermelden wij: „De vaderlandsche historie van J. Wagenaar verkort" (4 dln., 1764—1800), „Kort verhaal van de Reformatie van Zeeland" (door zijn vader begonnen, 1766), „Historie van het verbond en de smeekschriften der edelen" (4 dln., 1776— 1799), „Historie van het Zeeuwsche Genootschap der wetenschappen te Vlissingen, van 1769—1784", „Aanmerkingen op de vaderlandsche historie van J. Wagenaar" (1791—1792), „Oudheden te Domburg, vooral Nehalennia betreffende", „Het graafschap Zeeland van de vroegste tijden tot het jaar 1759, beschreven door Jhr. Jacob van Grypskerke" en „Vervolg op 't geletterd Zeeland, weleer geschreven door P. de la Rue". Hij overleed den 19den October 1822.

Waterbad. Zie Bad.

Waterberg:, een distrikt in de Britsch Z. Afrikaansche kolonie Transvaal, telt op een oppervlakte van 37 805 v. km. (1904) 67 013 inwoners, waaronder 4357 blanken. De Waterbergen vormen een plateauachtige verheffing in het N. van Transvaal.

Waterbezie ('Comarum L.) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Roosachtigen (Rosaceae.) Het onderscheidt zich door een 10 slippigen kelk, waarvan de slippen om de andere kleiner zijn, door 5 bloembladereu en een grooten, eironden, sponsachtigen vruchtbodem. Dit geslacht wordt in ons land vertegenwoordigd door de roode waterbezie (C. palustre L.) met eindelingsche bloemen, paarse, spitse kelkslippen en kleine bloembladeren. Deze plant groeit aan slooten en in vochtige weilanden, vooral in de veenstreken."

Sluiten