Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

placement (d. i. het gewicht van het verplaatste water) gelijk is aan het gewicht van het schip met zijn uitrustingsstukken. Bij koopvaardijschepen spreekt men bovendien nog van een belaste en een onbelaste waterlijn; tot de eerste zinkt het schip bij maximale, tot de laatste zonder lading.

Waterman (Aquarius, Amphora) is de naam van het elfde teeken van den Dierenriem (zie aldaar). Ook is het de naam van een sterrenbeeld van den Z. lijken hemel; het bevat drie sterren van de derde grootte.

Watermerk noemt men de letters, wapens en andere figuren, welke door „markeering" in het papier zichtbaar worden. Bij de vervaardiging van papier in handbedrijf wordt het merk, van draad of blik vervaardigd, bevestigd op den zeefvorm, waarin de vellen geschept worden; in het machinale bedrijf maakt men gebruik van een zeefwals van messingvlechtwerk. De vorm, welke aldus op het vlechtwerk ligt, bewerkt, dat zich ter plaatse een dunnere laag vezels vormt, welke daardoor doorschijnend wordt. Onechte watermerken verkrijgt men door het papier te persen tusschen walsen, waarop de vorm is aangebracht. Deze watermerken verdwijnen echter door het papier in water te weeken, gene niet.

Watermeter is een toestel om de hoeveelheid water, welke door een buisleiding gestroomd is, te meten. Veel gebruikt wordt de watermeter van Siemens (zie de afbeelding). Het water treedt bij A binnen, komt eerst in den slijkzak B en door de zeef C in de schuine openingen E van het om-

Watermeter van Siemens.

hulsel D en stroomt aldus tegen de vleugels van het vleugelrad F. Het aantal omwentelingen daarvan wordt door het telwerk I K op de wijzerplaat L zichtbaar gemaakt. Het water stroomt door de openingen G naar de buisleiding H. Het verschil tusschen het werkelijke en het aangegeven waterverbruik is bij kleine hoeveelheden het grootst. Bij een verbruik van 1L. per minuut komen fouten van 10% in de aanwijzing voor; bij grooter verbruik daalt de fout snel tot 1 è, 2%.

Watermolen is een door waterkracht in beweging gebrachte molen. Zie verder Waterraderen en Turbines.

Watermotoren of Hydraulische motoren noemt men de motoren, welke door de kracht van stroomend of vallend water gedreven worden. Naar

hun bouw onderscheidt men: waterraderen, turbinen en waterdrukmotoren (zie de afzonderlijke artikelen).

Watermotten. Zie Kokerjuffers.

Waternavel (Hydrocotyle vulgaris L.), ook navelkruid geheeten, een plant uit de familie der Schermbloemigen (Umbelliferae), onderscheidt zich door een kruipenden stengel en knopvormige, 5bloemige bloemschermen en komt vooral voor, ook in ons land, op zandige, veenachtige, drassige gronden. Men meent, dat dit scherpe plantje inwendige ontstekingen veroorzaakt bij het vee.

Waternoot. Zie Trapa.

Waterorg-el of Hydraulis is de naam van een door Ktesibios te Alexandria geconstrueerd orgel (180 v. Chr.), waarin water gebruikt werd ter regeling van den winddruk. Het werd door Hero en Vitruvius beschreven en was bij de Romeinen een geliefkoosd huisinstrument. Zie ook Orgel.

Waterpas is de naam van een aan alle zijden gesloten vat, gevuld met een vloeistof,waarin slechts een kleine luchtbel aanwezig is, welke den hoogst mogelijken stand inneemt. Men onderscheidt d o o sen buiswaterpassen. De doos, resp. de buis, is van glas en inwendig centrisch, resp. tonvormig om de lengteas van de buis zóó geslepen en het metalen omhulsel zóó'gebouwd, dat, indien het waterpas op een horizontaal vlak wordt geplaatst, de luchtbel, een aan de bovenzijde in het midden duidelijk afgebakende plaats inneemt. Fijnere instrumenten zijn gewoonlijk met aether gevuld en luchtdicht gesloten. Bij nieuwere waterpasinstrumenten (zie aldaar) treft men dikwijls reversie-waterpassen aan. Zij zijn aan beide zijden, van boven en beneden, geslepen en verdeeld en kunnen, na te zijn omgelegd, aan beide zijden afgelezen worden. Het waterpas dient, om op het punt waar het is opgesteld, de horizontale richting te leeren kennen. Ligt n. 1. het vlak, waarop het geplaatst is, aldus, dat de luchtbel den hoogsten stand in het waterpas inneemt, dan is het vlak horizontaal.

Waterpasinstrament noemt men een toestel, dat bij het waterpassen een horizontale vizierlijn aangeeft en daardoor het bepalen van hoogteverschillen mogelijk maakt. Al naar mate bij de waterpasinstrumenten gebruik gemaakt wordt van vaste of vloeibare stoffen, kan men ze verdeelen in slingerinstrumenten en waterbalansen. De eerste bestaan uit een beweegbaar opgehangen slinger, waaraan een vizierinrichting is verbonden, die loodrecht op de verbindingslijn van ophangpunt 3n zwaartepunt van den slinger gericht is. Al deze instrumenten geven,voornamelijk door de onvermijlelijke wrijving, weinig nauwkeurige resultaten. De tweede soort komt voor in twee verschillende vormen ; bij de eene categorie wordt de horizontale vizierijn gevonden met behulp van den stand van een vloeistof in twee communiceerende vaten, bij de tweede met behulp van een waterpas. Daartoe beloort de icaierpasverrekijker, die alle andere waterlasinstrumenten in engeren zin heeft verdrongen, tïij bestaat uit een kijker, waarmede een buiswaterpas, evenwijdig aan zijn as, is verbonden. Het ;eheel is op een tafelstatief gemonteerd. Hij komt )p zijn beurt weder voor in twee vormen: met vasten en met draaibaren kijker. Bij het waterpa s;nstrument met vasten kijker (fig. 1) sijn de kijker F en het kompas L onderling en met

Sluiten