Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om het natuurlijk afstroomende water te ontvangen. : In sommige gevallen gaat deze rechtsregel een afdoende bodemverbetering van belangrijke terreinen 1 (Overijsel) tegen.

Waterreiniging' heeft ten doel om aan het water ongewenschte bestanddeelen te onttrekken. De aard van de bewerking, welke het water daarbij moet ondergaan, hangt af van het doel, waarvoor het gebruikt zal worden, en van zijn herkomst. In verband daarmede kan men in hoofdzaak drie soorten van waterreiniging onderscheiden:

A. De reiniging van drinkwater. Het verwijderen van vaste, zwevende stoffen kan voor alle verbruikers gemeenschappelijk of individueel plaats vinden. Het eerste geschiedt vanwege de waterleidingmaatschappij op één plaats, het tweede op de plaats van verbruik (zie Filter en Waterleiding.)Het verwijderen van ziekteverwekkende bestanddeelen geschiedt verder door het koken van het verdachte water. Na 5 minuten zijn alle kiemen vernietigd. Het koken is echter duur en het gekookte water onsmakelijk. Bovendien levert, mits goed gebruikt, een filter van Chamberland of Berkefeld volledig kiemvrij water, dat 3—8 dagen kiemvrij blijft. Putten, welke met typhus of cholerakiemen besmet zijn, kunnen, volgens onderzoekingen van M. Neisser, eenvoudig en betrouwbaar ontsmet worden, doordat het putwater door het inleiden van stoom gekookt wordt. Scheikundige ontsmettingsmiddelen werken in zulk geval onzeker, leeg pompen heeft geen resultaat. Is een geheele waterleiding besmet, dan kan zij volgens de methode van Stutzer eenvoudig en volmaakt zeker ontsmet worden met zwavelzuur. Daartoe bereidt men in het hoofdreservoir een oplossing van 0,2 %, welke in de buisleiding gevoerd wordt. Daarin blijft zij gedurende eenige uren staan, waarna met zuiver water het geheele net wordt uitgespoeld. De buizen worden daarbij bijna niet aangetast en de kosten ziin gering: bij gebruik van ruw zwavelzuur 7,50 gld. der 80 000 L. water.

De krachtig doodende werking van ozon op mikroben heeft, in verband met de uitvinding van W. vim Siemens om ozon in grootere hoeveelheden ce bereiden (1857), er toe geleid,ook deze stof voor de reiniging van drinkwater te gebruiken. Thans bezitten reeds twee Duitsche steden, Wiesbaden en Paderborn, een ozonsterelisatie-drinkwaterleiding. De ozonsterelisatie heeft aldus plaats, dat men het in fijne druppeltjes verdeelde water in aanraking brengt met een ozonhoudenden luchtstroom, die zich in tegengestelde richting beweegt. Een gedeelte van het ozon wordt daarbij door het water geabsorbeerd. In de eerste plaats doodt dit de bacteriën en vernietigt het een gedeelte van de organische verontreinigingen door oxydatie; verder neemt het de kleur, die het water kan bezitten, eveneens weg en verhoogt het zuurstofgehalte van het water. Door een meer of minder hoog gehalte aan ozon en door den tijd van aanraking van de lucht- en den waterstroom te regelen, kan steeds een afdoende desinfectie worden verkregen. Het ozon wordt bereid in toestellen, welke naar het beginsel van alle technische ozongeneratoren werken. Als absorptietoestellen voldoen het best steenen torens van ongeveer 1 v. m. doorsnede, waarin het water van een hoogte van ongeveer 2 m. over vast verdeelingsmateriaal (kiezelsteenen) langzaam in den vorm van regen naar beneden druppelt en met het in tegenge¬

stelde richting stroomende ozon in aanraking komt. De ontijzering van het water wordt verkregen, door het naar beneden vallende, over stukken cokes stroomende water te luchten. Daarbij ontwijkt uit het dubbelkoolzure ijzer het koolzuur, waarna de verdere oxydatie tot onoplosbaar ijzeroxydhydraat plaats heeft, dat door een kiezelfilter wordt opgevangen.

Men heeft ook getracht het zeewater drinkbaar te maken. Destillatie alleen is daarvoor onvoldoende. Eenerzijds wordt daarbij het chloormagnesium ontleed, waardoor het destillaat zoutzuur bevat, terwijl anderzijds het water door de destillatieproducten van organische verontreinigingen een walgelijken smaak krijgt. Door het zeewater vooraf echter met kalkmelk te verwarmen ontleedt men zoowel het chloormagnesium als de organische bestanddeelen. Daarna wordt het geklaard en hierna gedestilleerd.

B. De reiniging van water voor technische en huishoudelijke doeleinden heeft vooral betrekking op het ijzergehalte, de hardheid en op het gehalte aan zwevende vaste stoffen en lagere organismen. Een hoog ijzergehalte maakt het water ongeschikt voor bleekerijen, ververijen en papierfabrieken. Het verlagen daarvan geschiedt op de wijze als onder A aangegeven. Een overmatige hardheid brengt in wasscherijen het gebruik van veel zeep met zich mede. In ververijen kan de kleur van vele verfstoffen door hard water ongewenscht worden veranderd. Bij de suikerindustrie werkt hard water nadeelig op de kristallisatie. Bovenal echter werkt hard water nadeelig in stoomketels door de vorming van ketelsteen. In het klein en in lakenwalkerijen wordt water van zijn overmatige hardheid ontdaan door koken met soda, gevolgd door decanteeren van den neerslag. Het voedingswater voor stoomketels wordt op verschillende wijzen van zijn hardheid ontdaan, waarover in de artikelen Ketelsteen en Stoomketel is gesproken.

C. Reiniging van afvalwater is hierom van zulk belang, omdat zijn afvoer in de openbare wateren aanleiding geeft tot de veelbesproken waterverontreiniging met de daaraan verbonden nadeelen. Wat de reiniging van afvalwater betreft, kunnen alleen omtrent het door stikstofhoudende stoffen, welke tot rotting kunnen overgaan, verontreinigde afvalwater zekere algemeene regelen en methoden aangegeven worden. Bij overwegend minerale verontreiniging hangt de wijze van reiniging gewoonlijk van bijzondere omstandigheden af. Voor het verwijderen van organische stoffen maakt men gebruik van bevloeiing, van bodemfiltratie en van oxydatiebeddm (zie het artikel Reiniging, Biologische). Fabrieken passen, in geval haar afvalwater een reiniging moet ondergaan, vóór het in de openbare wateren mag worden afgevoerd, de zoogenaamde mechanische reiniging toe. Zij bestaat hierin, dat men het water, na het vooraf door een zandvang van grove, zwevende deeltjes te hebben ontdaan, in klaarbekkens laat bezinken. De snelheid daarvan hangt samen met grootte en soortelijk gewicht van de korrels der zwevende stoffen alsmede van de beweging van het water. In de klaarbekkens blijft het water óf gedurende langen tijd in rust en wordt dan afgevoerd (rustbedrijf), öf, en dit komt

i het meest voor, en heeft een standvastige maar ■ zeer langzame toe- en afvoer plaats (continube-

Sluiten