Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegens voldoend afgelegd examen als zoodanig heb- t hebben verkregen. 1

l De bijzondere waterstaatstoestand in Nederland ( leidde tot het scheppen van organisaties van water- ; schappen (zie aldaar), veenschappen (zie aldaar) en 1 polders (zie aldaar). Daardoor ontstond een zeer : gecompliceerd waterrecht, dat voor verschillende plaatsen geheel verschillende bepalingen inhield. 1 Bij de grondwetsherziening van 1848 werd een alge- i meene waterstaatswet in uitzicht gesteld, die ech- i ter niet tot stand is gekomen, de grondwet van 1887 i maakte het mogelijk in plaats van een algemeene < waterstaatsregeling in één wet, een aantal wetten te ontwerpen, waardoor alles bij gedeelten kon worden i geregeld.

De waterstaat vormt, verbonden met de publieke werken, een afzonderlijken tak van dienst, behoorende tot het departement van Waterstaat (zie aldaar).

Waterstaat, Departement van, is de naam van een van onze ministeriën, dat sedert 1905 een afzonderlijk departement vormt. V óór dien tijd maakte het deel uit van het ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Aan het hoofd staat een minister, die ondersteund wordt door een secretarisgeneraal, een raad-adviseur, eenige referendarissen en een aantal hoofdcommiezen, commiezen en adjunct-commiezen. Het departement omvat 6 afdeelingen, n. 1. Kabinet en Algemeene Zaken, Generaal secretariaat, Waterstaat, Spoorwegen, Posterijn en Telegrafie en Comptabiliteit.

De afdeeling Kabinet en Algemeene Zaken behandelt zaken van geheimen of algemeenen aard, die öf niet tot den werkkring van een andere afdeeling behooren, öf op last van den minister bij deze afdeeling worden behandeld. Tot haar behooren de rubrieken geheim archief, onderscheidingen en archief en bibliotheek.

De afdeeling Generaal Secretariaat houdt zich bezig met de behandeling van de inkomende en uitgaande stukken, de zorg voor het drukwerk, voor het magazijn van schrijf- en bureelbehoeften en de huishouding van het departement met het beheer en de verantwoording der zegel-, registratie- en legesgelden en met het repertoire.

De afdeeling Waterstaat houdt zich bezig met de voorbereiding en de toepassing van wetten betreffende den waterstaat, met de wettelijke regeling van het waterstaatsbestuur en met alles wat op de waterstaatswerken betrekking heeft.

De afdeeling Spoorwegen houdt zich bezig met alles wat op de spoorwegen betrekking heeft.

De afdeeling Posterijen en Telegrafie behandelt zaken betreffende posterijen en telegrafie, voor welke de tusschenkomst en de beslissing van den minister vereischt worden.

De afdeeling Comptabiliteit is belast met het financieel beheer van het departement.

Waterstaat en publieke werken. Zie Waterstaat.

Waterstof (Hydrogenium; atoomteeken H; atoomgewicht 1) is een gasvormig scheikundig element, dat in vrijen toestand in zeer geringe hoeveelheid in den dampkring, in de gassen, wette door vulkanen en petroleumbronnen worden uitgestooten, in kloven van carnalliet en steenzout en, verdicht, in meteoorsteenen voorkomt. Op de zon en de andere vaste sterren komt het volgens het spec-

traalanalytisch onderzoek in groote hoeveelheden vrij voor. Ook ontstaat het bij de ontleding van vele organische stoffen door gisting en droge destillatie, zoodat het in moerasgas, de ingewandsgassen en in lichtgas wordt aangetroffen. Veel meer verspreid zijn intusschen de verbindingen van waterstof, vooral die met zuurstof: het water, met stikstof: het ammoniak, en met koolstof; de tallooze in de natuur voorkomende koolwaterstoffen. Gebonden aan zuurstof en koolstof, dikwijls ook aan stikstof, is de waterstof een bestanddeel van alle organische stoffen. Ter bereiding van zuivere waterstof ontleedt men water door den electrischen stroom of door natrium of men laat zuiver zink inwerken op verdund zuiver zwavelzuur. In het groot bereidt men haar volgens det procédé van Tessié du Motay en Maréchal door koolstof met gebluschte kalk in ijzeren retorten te verhitten. Frank leidt gedroogd watergas over calciumcarbied, dat op minstens 300 O. verhit is. Eenigszins gewijzigd, vindt deze methode toepassing bij de bereiding van waterstof voor ballonvullingen. Ook komt de aldus bereide waterstof in stalen bommen onder een druk van 100 atmosferen in den-handel. Waterstof is een kleur-, reuk- en smakeloos gas met een dichtheid van 0,0696. Afgekoeld op —220° C. en gelijktijdig samengeperst tot een druk van 180 atmosferen, verdicht zij zich bij plotselinge ontspanning tot een looze vloeistof met een soortelijk gewicht van 0,06, die bij —252° C. kookt en bij verdamping kleurlooze kristallen uitscheidt, welke bij 258,9° C. smelten. Waterstof is zeer licht ontbrandbaar en verbrandt met een weinig lichtgevende vlam van zeer hooge temperatuur .Waterstof ontvlamt ook, wanneer zij over platinaspons stroomt. Een mengsel van waterstof of dampkringslucht ontploft bij het aansteken met een sterken knal (knalgas). Onderscheiden metalen kunnen groote hoeveelheden waterstof opslorpen zonder hun voorkomen als metaal te verliezen, zoodat men de verbinding beschouwen moet als een legeering van het metaal met metalliek h> drogenium. Bij roodgloeihitte zijn platina,

dium en ijzer voor waterstof doordringbaar. Vele metaaloxyden geven bij verhitting met waterstot metaal en water. Vele zwavel- en chloormetalen worden onder het vormen van zwavelwaterstof en chloorwaterstof door waterstof gereduceerd. Vooral bewerkt de waterstof in den toestand van wording (in statu nascendï) een sterke reductie. WatiTstoi is eenwaardig; met zuurstof vormt zij water (H20) en waterstofsuperoxyde (H202). 1 L. water van 156° C. lost 19 kub. cm. waterstof op.

Daar waterstof het lichtste gas is, gebruikt men haar tot vulling van luchtballons. Van de hooge temperatuur van haar vlam maakt men gebruik om kalklicht voort te brengen, terwijl zij verder dient als reductiemiddel. Gemengd met kooloxyd vormt zij het watergas van de moderne gasfabricage. W aterstof werd in 1781 door Priestley ontdekt en later door Cavendish op haar eigenschappen onderzocht,

Waterstofsuperoxyd (H2Oa) ontstaat zeer dikwijls bij oxydatieverschijnselen, maar steeds in geringe hoeveelheden. Het komt in de lucht na onweers- en sneeuwbuien voor; algenwater bevat per L. 0,05—1 m. gr. waterstofsuperoxyd. Het wordt verkregen door baryumsuperoxyd te behandelen ï met ijskoud, verdund zwavelzuur. De gefiltreerde, - 3 procentige oplossing kan door uitvriezen of uit-

Sluiten