Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dampen geconcentreerd worden. Door destillatie onder een druk van 10—70 mm. kan men zuiver waterstofsuperoxyd verkrijgen. Het vormt een kleurlooze stroop met een eigenaardigen reuk en een samentrekkenden, bitteren smaak. Het lost op in water, alkohol en aether, heeft een soortelijk gewicht van 1,4996, wordt bij afkoeling vast en vormt dan kleurlooze kristallen,die bij —2°C. smelten.Door fijn verdeelde stoffen wordt het zeer gemakkelijkontleed in water en zuurstof en werkt dientengevolge oxydeerend. Waterstofsuperoxyd wordt daarom in de techniek gebruikt als bleekmiddel voor ivoor, veeren, zijde, wol en katoen. In de cosmetiek dient het om het haar een aschblonde kleur te geven (golden liairwash, aureool en als mondwater). Verder vindt het toepassing bij de restauratie van oude schilderijen in olieverf, als antisepticum, als conserveermiddel enz.

Watertoren. Zie Waterleiding.

Watertown, een stad in den N. Amerikaanschen staat New-York, ligt op den Z.lijken oever van de Black River, is een vereenigingspunt van spoorwegen, bezit een arsenaal, een middelbare school, een bibliotheek, papier-, houtstof- en machinefabrieken en telt 21 696 inwoners.

Watertown, een plaats in Winconsin, gelegen in de nabijheid van de watervallen van Rock River, is de zetel van de Luthersche Northwestern University, bezit een R. Katholiek college, graanen schaafmolens, wolnijverheid en telt (1900) 8437 inwoners.

Wateruurwerk. Zie Uurwerk.

Waterval noemt men bij een rivier een plaats, wa-ar de bodem van het bed plotseling een verlaging ondergaat, zoodat aldaar het water in eens naar beneden stort. Verweert het gesteente aan den voet van den val sneller dan bij de hoogere deelen, dan stort na verloop van tijd de bovenwand, welke is gaan overhangen, in. Daarna begint het proces opnieuw en de waterval verplaatst zich langzamerhand dalopwaarts. Zoo heeft zich de waterval van den Niagara, waarvan de hoogere lagen uit harden kalksteen, de lagere uit zacht leigesteente bestaan, reeds 12 km. naar het Eriemeer toe verplaatst. In het al-' gemeen leidt deze terugschrijdende erosie tot vermindering van de valhoogte en eindelijk tot opheffing van den waterval. Is daarentegen het bovenste gesteente minder hard, dan neemt door uitslijping de waterval een terrasvormige gedaante aan, zooals dit bijv. aan den Geneseewaterval bij Rochester (N. Amerika) heel fraai is waar te nemen. Men spreekt in dit geval van cascaden. Herhaalt het proces zich bij ieder van de terrassen, dan vormen zich cataracten, zooals die van den Nijl tusschen Berber en Assoean; gaat de erosie nog verder, dan verandert de cataract in een stroomsnelte. Dit is dus als het ware een in de lengte uitgerekte waterval.

Beroemde natuurlijke watervallen komen voor in Zwitserland (Gieszbachwaterval, 300 m., Staubbachwaterval, 287 m., Krimmlerwaterval, eigenlijk 5 groote watervallen achter elkander, 360 m.), Noorwegen (Rjukanfosz, 245 m., Feigumfosz, 200 m.), Zweden (Trollhattawaterval, 33 m.), Italië (Teveronewaterval, 96 m.), N. Amerika (Niagarawaterval, 50 en 48 m., Montmorencywaterval (Canada) 82 m., Yosemitewaterval (Californië), de hoogste bekende, 680 m.,), Z. Amerika (Sipotubawaterval, 132 m., San Franciscowaterval, 80 m.)

en in Afrika (Victoriawaterval, 119 m.). Bekende kunstmatige watervallen treft men o. a. aan te Marly bij Versailles, te St. Cloud, op het Loo bij Apeldoorn en op Wilhelmshöhe bij Kassei. Over de toepassing van het arbeidsvermogen van het vallende water in de techniek raadplege men het artikel Waterkracht.

Watervarken. Zie Capybara.

Waterverontreiniging; noemt men de toevoeging aan openbare wateren van stoffen, welke er geen normaal bestanddeel van vormen en er evenmin met grond- of regenwater van normale samenstelling in gekomen zijn. De oorzaken daarvan moeten in sommige gevallen in de gesteldheid van den bodem gezocht worden: bevat deze bijv. zwavelkies, dzn ontnemen bron- en grondwater daaraan o. a. ijzervitriool, dat aanleiding geeft tot de vorming van het bruine ijzeroxydslijk. De waterverontreiniging in den eigenlijken zin dankt zijn ontstaan echter aan den afvoer van afvalwater van steden en fabrieken in de openbare wateren. Daardoor worden stikstofhoudende organische stoffen, min of meer schadelijke zouten en bacteriën er aan toegevoegd (zie Afvalwater). In zeer hooge mate treedt zij op in industriestreken, bij ons te land bijv. in de streek der Groninger veenkoloniën. Het zijn vooral de aardappelmeel-, de stroocarton- en de suikerfabrieken, welke in dit opzicht veel kwaad doen. Ook lijm- en papierfabrieken, branderijen en brouwerijen kunnen het water sterk verontreinigen. De graad van de verontreiniging hangt, behalve van de samenstelling van het afvalwater, ook van de waterwegen af, waarop wordt afgevoerd. Waterrijkheid en een groote stroomsnelheid verlagen haar. In dezelfde richting werken stroomversnellingen, draaikolken en dergelijke, daar zij een vermenging van het verontreinigde en het andere water bewerken. Daardoor wordt de kans vergroot, dat verschillende afvalwateren reinigend op elkander inwerken. Bovendien heeft in het water een zoogenaamde zelfreiniging plaats. Deze komt tot stand door bezinking op plaatsen, waar de stroomsnelheid afneemt (meren), door scheikundige omzettingen (vrije zuren en sulfaten van de zware metalen worden door het calciumbicarbonaat van rivierwater ontleed), door oxydatie enz. Voornamelijk spelen echter biochemische processen een rol. Daarbij worden organische stoffen door bacteriën, waterdraadzwammen, algen enz. geoxydeerd en aldus onschadelijk gemaakt.

De beteekenis van de waterverontreiniging kan verschillend worden beoordeeld. Voor den landbouw is zij bijv. in sommige gevallen, o. a. bij het gebruik van vloeiweiden, voordeelig. In de meeste gevallen werkt zij echter nadeelig. De vischstand gaat sterk achteruit, terwijl ook sommige industrieën water van een bepaalden zuiverheidsgraad noodig hebben. Dat de waterverontreiniging de verspreiding van besmettelijke ziekten zou bevorderen moet echter op grond van onderzoekingen van Pettenkofer worden ontkend. Hans Buchner toonde integendeel aan, dat pathogene bacteriën in rivierwater onder de invloed van het daglicht en door de verandering der levensvoorwaarden snel sterven. Een uitzondering maken volgens Koch de cholerabacillen, welke in stroomend water gedurende langen tijd ontwikkelingsvatbaar blijven. Bevreemdend is, dat de algemeene gezondheidstoestand met toenemende

Sluiten