Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons van April tot Augustus, vliegt uitmuntend, maar loopt gebrekkig en zwemt zelden; zij voedtjzich hoofdzakelijk met insekten, maar ook wel met kleine visschen en andere waterdieren. Zij leeft gezellig, is volstrekt niet schuw, nestelt in moerassen en legt 2 tot 4 bruine, grijs en bruin gevlekte eieren. In Italië wordt ze gegeten.

Waterzwfin of Watervarken. Zie Capybara.

Watford, een plaats in het Z. van Hertfordshire (Engeland), gelegen op den rechter oever van de Colne en aan den London-and Northwesternspoorweg, bezit een oude parochiekerk in vroegEngelschen stijl, een Latijnsche school, een openbare bibliotheek, een weeshuis voor Londensche kinderen, mouteesten, bierbrouwerijen, stroovlechterijen, papiermolens, ijzergieterijen en stoomwasscherijen. De plaats telt (1901) 29 327 inwoners. In de nijbijheid ligt Cashiobury, het slot van den graaf van Essex, gebouwd in Tudorstijl, met een schilderijenverzameling, houtsnijwerk en een groot park.

Watling- Eiland (San Salvador, Gmnahanï), een van de Bahama-eilanden in W. Indië, telt op een oppervlakte van B56 v. km. ongeveer 700 inwoners. Becher, Peschel en Major hielden het voor het eiland Guanahani, waar Columbus den 12aen October 1492 den voet aan wal zette en dat hij San Salvador noemde. Vroeger geloofde men, dat Cateiland of Mayaguana dat eiland was, terwijl Fox in 1880 trachtte te bewijzen, dat aan Samana of Atwood Cay die eer toekomt.

Watling' Street, een oude Romeinsche weg in Engeland, liep van Richborough (Rutupiae) bij Sandwich over Canterbury en Rochester naar Londen — waarin de City thans nog een straatje dien naam draagt— en vandaar over St.Albans naar Wall bij Lichfield. Hier splitste hij zich in drieën. De voornaamste tak ging naar Chester en van daar over Manchester naar Lanchester bij Durham. De beide andere liepen naar Bangor, resp. Leintwardine. Van Durham ging de hoofdweg over Rochester in Northumberland naar het legerkamp van Chew Green (Ad fines) en ten slotte naar Solway Firth. De naam is ontstaan uit Stratum Vatellianum.

Watson, James Craig, een Amerikaansch sterrenkundige, geboren den 28Bten Januari 1838 te Elgin County (West-Canada), ontving zijn opleiding te Ann Arbor in Michigan en bezocht er op 15jarigen leeftijd de universiteit, waar hij zich onder Brunnow op de sterrenkunde toelegde. In 18B7 werd hij assistent van Brunnow; toen deze zich met het bestuur van het Dudley-observatorium in Albany belastte, werd Watson zijn opvolger als directeur van de sterrenwacht te Ann Arbor, na Brunnow's terugkeer in 1860 werd Watson hoogleeraar in de natuurkunde aan de universiteit. Toen Brunnow echter in 1863 naar Europa was vertrokken, werd Watson zijn opvolger in de astronomie en directeur der sterrenwacht te Ann Arbor. Hij vestigde hoofdzakelijk zijn aandacht op de asteroïden, waarvan hij 23 ontdekte. In 1870 stond hij aan het hoofd der astronomische expeditie, tot waarneming van de totale zonsverduistering, die door de Vereenigde Staten naar Sicilië was gezonden, en in 1874 vertrok hij met een dergelijke opdracht naar Peking, waar hij de planetoïde ontdekte, die volgens den wensch van een Md der keizerlijke dynastie den naam ontving van Juewa (Hoop van China). Gedurende de totale zonsverduistering van den 298ten Juli

XVI

1878 ontwaarde Watson twee kleine sterren in de nabijheid der zon, die door hem als kleine planeten werden beschouwd. Ook hield hij zich bezig met het zoeken van een planeet, die verder dan Neptunus verwijderd zou zijn van de zon. Daarvoor verliet hij in 1880 Ann Arbor en werd aan het hoofd der sterrenwacht te Madison in Wisconsin geplaatst, waar hij over een grooten refractor beschikken kon, Hij overleed aldaar den 23sten November 1880. Van zijn geschriften noemen wij: „Theoretical astronomy relating to the motion of the heavenly bodies" (1876).

Watson, Wiïliam, een Engelsch lyrisch dichter geboren den 2aen Augustus 1858 te Wharsedale in Yorkshire, vond voor zijn eerste gedichten: „The Prince's quest" (1880) en „Epigrams of art, life and nature" (1884) weinig belangstelling. Eerst „Wordsworth's grave" (1892) had succes bij de vereerders van dien dichter en maakte hem in herdruk (1892) ook bij het verdere Engelsche publiek bekend. Daarop volgden: „Lacrymae Musarum" (1892), met de voortreffelijke ode aan Tennyson, „Odes and other poems" (1894), waarmede hij een jaarlijksche rente van £ 100 verwierf en dat doorgaat voor zijn belangrijkste werk, „The father of the forest" (1895) en „The Purple East" (1896). Grooten bijval vond „The year of shame" (1896), een bundel geharnaste sonnetten, waarin Engeland opgeroepen wordt om de Armeniërs, door de Turken verdrukt, te hulp te komen. „The hope of the world" (1897) is een wijsgeerig gedicht van antitheologische strekking. Zijn „Excursions in criticism" (1893) zijn van minder beteekenis. Formeel gevormd naar de klassieken en de meesterzangers van de 16ae eeuw, is Watson, de sterkste persoonlijkheid onder de nieuwere Engelsche dichters, de geestelijke leerling van Wordsworth, onder wiens vereerders hij in elk geval de voornaamste plaats inneemt. Zijn „Poems" verschenen verzameld in 2 dln. (1904).

Watt (afgekort W). Zie Electrische eenheden.

Watt, James, een Engelsch werktuigkundige, geboren den 198en Januari 1736 te Greenock in Schotland, ontwikkelde zich door eigen oefening, werkte sedert 1754 te Glasgow als werktuigkundige, vertrok in 1766 naar Londen en werd in 1757 als werktuigkundige aan de universiteit te Oxford benoemd, waar ziin werk¬

plaats weldra het vereenigingspunt werd van de wetenschappelijke ingezetenen der stad. Tot 1774 was hij ook als landmeter en civielingenieur werkzaam. Toen hem in 1763 werd opgedragen het model van een machine van Newcomen te herstellen, vestigde hij zijn aandacht op de verbetering van het stoomwerktuig en nam in 1764 zijn ontslag, om zich daaraan geheel te wijden. In 1765 vond hij den condensator uit. In 1769

sloot hij een overeenkomst met den fabrikant Boulton, die zich met de financiëele zijde van WaWs uitvindingen bezig hield. Hij stichtte met Boulton

2

James Watt.

Sluiten