Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deed deze verbittering'eindelijk tot daden overgaan, i In het graafschap Essex barstte den 308ten Mei 1381 i de opstand het eerst uit en verbreidde zich van daar i over de graafschappen Kent, Sussex, Hertfort, Sur- : rey, Suffolk, Norfolk en Cambridge. Wat Tyler ; uit Dartfort, Jac Carter en eenige anderen plaatsten i zich aan het hoofd, en nog voordat het Hof daarvan eenige tijding ontving, rukte een leger van meer i dan 100 000 boeren naar Londen op, verwoestte op zijn tocht de kasteelen, mishandelde de ambtenaren en aanzienlijken en opende de gevangenissen. Hun bekend geworden optochtslied, het eerste communistische gezang, was „Toen Adam spitte en Eva span, waar vond men toen een edelman?" De aanvoerders verlangden een hervorming der grondwet en afschaffing der dwingelandij van den adel. Het leger der boeren kampeerde op de heide van Blackheath, drong den 12de» Juni de stad binnen, verbrandde de paleizen van den hertog van Lancaster en andere aanzienlijken en bedreef vele gruweldaden. Toen echter koning Richard II den 14den Juni in een proclamatie groote beloften deed aan de boeren, keerde een groot gedeelte van dezen huiswaarts. Alleen Wat Tyler verzette zich aan het hoofd van zijn bende tegen deze overeenkomst, bestormde den Tower en doodde vele gevangenen. Den volgenden dag kwam hij in botsing met den koning en diens gevolg en werddoordenlord-mayorvanLonden, Walworth gedood. Daarop verstrooiden zich de boeren, en koning Richard deed het Parlement verklaren, dat zijn door den nood afgeperste beloften niet als geldig konden beschouwd worden, terwijl hij bloedige wraak nam op de opstandelingen.

Watzdorf, Bemhard rem, een staatsman uit Saksen-Weimar, geboren den 12de" December 1804 op het kasteel Berga in Weimar, studeerde te Leipzig in de rechten, werd in 1880 „Oberhofsgerichtsrat" te Leipzig, in 1835 lid van het Hof van appèl te Zwickau, in 1840 „Oberappellationsgerichtsrat ^ te Dresden en eenige maanden later ambtenaar bij het ministerie. Hij verliet echter in September 1843 den Saksischen staatsdienst, om als minister van Staat de portefeuille van Buitenlandsche Zaken te aanvaarden in het groothertogdom Saksen-Weimar. In het voorjaar van 1849 werd hij door den rijksbestuurder als rijkscommissaris naar Dresden gezonden, om in Saksen de rust te herstellen, Bij de hervorming van het ministerie in 1850 werd hij belast met het voorzitterschap, alsmede met het bestuur van de afdeelingen voor het Buitenland, het Groot-hertogelijk Huis en het Binnenland. In hetzelfde jaar werd hij door den Landdag tot lid van het Parlement te Erfurt en door dit laatste tot vicepresident gekozen, terwijl hij ook deel nam aan de conferentiën te Dresden. Watzdorf bestuurde het groot-hertogdom in gematigd vrijzinnigen geest, zonder de reactie te bevorderen. Ook na het jaar 1850 leidde hij de binnenlandsche zaken naar den wensch der bevolking, zooals bleek in 1868, toen hij zijn 25-jarige ambtsbekleeding als minister vierde. Hij overleed den 15den September 1870.

Watzmann. Zie BercMesgaden.

Wauters, Alphonse, een Belgisch geschiedkundige, geboren te Brussel den 13den April 1817, was archivaris aldaar, professor aan de openbare leergangen ingesteld door de stad, secretaris der koninklijke commissie van Geschiedenis, lid der koninklijke academie. Hij maakte zich een grooten

naam als geschiedschrijver van Brussel, van België en van de Vlaamsche Kunst. Hij overleed te Brussel den isten Mei 1898. Behalve verscheiden honderden artikels, geschreven in de uitgaven der Koninklijke akademie van België en in wetenschappelijke tijdschriften over deze onderwerpen, gaf hij uit: „Quelques peintres peu connus de la fin du XVe siècle" (Bulletins del'académie,1882), „Lescommencements de 1'ancienne école flamande de peinture antérieurement aux van Eyck" ((1883), „Table chronologique des chartes et diplomes imprimés concernant 1'histoire de Belgique 1866—1896" (10 dln. in 4°), „Histoire civile,politique et monumentale de la ville de Bruxelles" (met A. Henne, Brussel, 1843—1845); „Les délices de Belgique" (aldaar 1845), „Notice sur les anciens serments ou gildes d'arbalétriers, d'archere, d'arquebusiers, d'escrimeurs" (aldaar 1848), „Histoire des environs de Bruxelles" (3 dln., 1850—1857) „Roger van der Weyden" (1856), „La_ Belgique ancienne et moderne; Géographie et Histoire des Communes beiges", (Nivelles, Louvain, Léan, 4 dln. 1859—1887), „Notre première école de peinture Thierry Bouts" (1863), „Les Libertés Communales" (2 dln., 1878), „Les tapisseries bruxelloises" (1878), „Bernard van Orley" (Parijs, 1893) en „David Temers et son fils" (Bruxelles, 1897).

Wauters, Alphonse Jules, een Belgisch aardrijkskundige, een neef van den voorgaande, geboren den 13d™ juni 1845 te Brussel, werd in 1887 hoogleeraar in de kunstgeschiedenis aan de koninklijke Academie aldaar en secretaris-generaal van den Kongo-spoorweg en richtte in 1884 „Le mouvement géographique" op, een tijdschrift, waarvan hij thans nog redacteur is en dat zich voornamelijk ten doel stelt de ontwikkeling van den Kongo-staat te bebevorderen. Verder schreef hij een aantal aardrijkskundige en koloniaal-staatkundige verhandelingen en vervaardigde hij enkele kaarten. Wij noemen: „Le Congo au pont de vue économique" (1885), Stanley au secours d' Emin Pascha' (1890),,, Le Congo fflustré" (4 dln., 1892-1895), „L'Etatindépendant du Congo" (1899), „Carte du Bas Congo , 1: 1000 000 (1896) en „Carte de 1'Etat ïndépendant du Congo", 1: 2 000 000 (4 bladen, 1900), van zijn kunsthistorische werken verdient „La peinture flamande" (3de druk, 1890) vermelding. _

Wauters, Emile Charles, een Belgisch histoneen portretschilder, werd geboren te Brussel den 19den Nov. 1846 en is thans te Parijs woonachtig. Hij was een leerling van J. F. Portaeü en L. J. Gérome. Omstreeks 1890 vestigde hij zich te Parijs. Op lateren leeftijd bepaalde hij zich bijna uitsluitend tot het maken van portretten. Een schilderij van zijn hand bevindt zich hier te lande o. a. in het Museum , Mesdag te 's Gravenhage. Het best kan men zijn werk leeren kennen in de musea te Antwerpen, ■ Brussel en Luik.

Wavelliet is de naam van een delfstof, I waarvan de kleine, ruitvormige kristalnaalden • meestal in lialfbolvormige of niervormige hoopen voorkomen, die de kloven in gesteenten vullen en platen vormen met stervormige stralen. Het is kleur-

- loos, wit, grijs, geel of groen, zelden blauw, doorj schijnend en glasglanzend. De hardheid is 3,5—4,

- het soortelijk gewicht 2,3—2,5. Het heeft tot

- samenstelling 2 Al2P2Os+ A1^0HV+- 9HjO. Men

- vindt het in zandsteen, leem- en kiezellei, verder ï ook in ijzersteen, graniet, gkmmerlei enz., vooral

Sluiten