Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij Frankenberg in Saksen, bij Cerhovic in Bohemen, bij Jordansmühl in Silezië, bij Amberg in Beieren, bij Barnstaple in Derbyshire, bij Steamboat in Pennsylvanië enz.

Wavre, een stad in de Belgische provincie Brabant, ligt aan de Dyle, aan den spoorweg van Leuven naar Charleroi en aan den locaalspoorweg naar Jodoigne. Men heeft er een school voor middelbaar onderwijs, katoen- en papierfabrieken, looierijen en brouwerijen. De plaats telt 8531 inwoners en is bekend geworden door de overwinning der Pruisen onder Thielmann op de Franschen onder Grouchy op den 18den Juni 1815, waardoor laatstgenoemden verhinderd werden, Napoleon I in den slag bij Waterloo bij te staan.

Wayang- beteekent oorspronkelijk schaduw, later pop, en is thans de naam voor een der vormen van het Javaansche tooneel, later door de Balineezen en de Maleiers overgenomen. In zijn oudsten vorm komt het voor als wayang purwa, een schimmenspel, waarbij de schaduwen van lederen of bekleede houten poppen op een wit scherm worden vertoond. De poppen zijn grillig, soms gedrochtelijk van vorm; meestal zijn zij en profil uitgesneden en hebben losse armen, die door stokjes bewogen kunnen worden. De vertooner (dalang) spreekt de verschillende rollen der poppen en geeftdaartusschen soms beschrijvingen en recitatieven. De opvoeringen worden door muziek begeleid. Uit verschillende plaatsen der Javaansche letterkunde blijkt, dat de schimmenspelen in de ll^e eeuw n. Chr. op Java reeds populair waren; waarschijnlijk hebben zij dus reeds veel eerder bestaan. Vermoedelijk zijn zij van echt Javaanschen oorsprong en hebben zij zich uit godsdienstige plechtigheden, ter eere van de goden of van de voorvaderen, ontwikkeld. Hierop wijst de omstandigheid, dat vóór elke voorstelling een offer aan de goden wordt gebracht, evenals het feit, dat een tooneelvoorstelling dikwijls gegeven wordt om een ramp af te weren.

De Javaansche tooneelopvoeringen (lakon van den stam laku = gaan of handelen) hebben steeds volgens vaste regels plaats; men onderscheidt ze in lakon jejer, waarvan het onderwerp rechtstreeks aan de traditie is ontleend, lakon karangan, waarmede dit niet het geval is, en lakon sempalan, uit fragmenten van grootere tooneelstukken bestaande. Men kan de Javaansche tooneelstukken in twee rubrieken onderscheiden; tot de eerste behooren die, welke ontleend zijn aan oude Javaansche mythen, zooals „Watu Gunung", „Jamur Dipa", „Mengukuhan"_en „Murwakala" of „Purwakala", tot de tweede die, welke aan Indische sagen, zooals de „Mali&bh arata" en de „RamSyan a", zijn ontleend.

Naast de wayang purwa heeft zich in lateren tijd de wayang gedog ontwikkeld, die er in hoofdzaak mee overeenstemt, doch waarvan de inhoud ontleend is aan de Panjiverhalen en meestal uit liefdesavonturen en gevechten van prins Baden Panji bestaat.

Meer verschil bestaat er tusschen deze beide wayangsoorten en de wayang kêtilik of kêruch. Het kenmerkende van de wayang kêtilik is, dat men hier werkelijk poppen en geen schaduwen te zien krijgt. Deze vertooningen, die zich uit de beide vorige soorten ontwikkeld hebben en dus van jongeren oorsprong zijn, dragen geen sporen van een oorspronkelijk godsdienstig karakter, doch zijn geheel

wereldsch. De voornaamste helden van deze stukken zijn uit het tijdperk van Madjapahit en Pajajaran; in de eerste plaats komt Siyung Wanara als zoodanig voor. Oorspronkelijk gebruikte men bij de vertooning een scherm met een vierkante opening in het midden, waarvoor de poppen werden vertoond, later viel dit geheel weg en werden de poppen in de daarvoor aangebrachte gaten in balken gestoken.

Een groote overeenkomst met de wayang kêtilik vertoont de wayang golelc, alleen gebmikt men hier ronde, dikke houten poppen en geschieden de voorstellingen meestal overdag, terwijl zij bij de wayang kêtilik gewoonlijk des nachts plaats hebben. De wayang golek is zeer populair, op sommige plaatsen heeft zij zelfs de wayang purwa verdrongen.

Een geheel afwijkende soort wayang is de wayang leber, waarbij de voorstelling in het vertoonen van platen bestaat. Tegenwoordig heeft deze echter zelden meer plaats.

Wazow of Vazov, Iwan, een Bulgaarsch dichter, geboren den 279ten Juni 1850 te Sopot, bezocht het gymnasium te Philippopel en ontwikkelde zich verder door eigen studie. Hij nam levendig deel aan het staatkundige leven van zijn tijd, waardoor hij herhaaldelijk genoodzaakt werd zijn land te verlaten, zoodat hij eenigen tijd als vluchteling in Roemenië, Turkije en Rusland leefde. In 1880 werd hij te Philippopel tot lid van de Sobranje gekozen. Van 1897—1899 was hij Bulgaarsch minister van onderwijs. Hij schreef een aantal staatkundige en lyrische liederen, prozaverhalen, romans en tooneelstukken.

Weald of Wealdvorming, een vorming uit brak en zoet water, tusschen de Jura- en de Krijtvorming gelegen, wordt nu eens tot eerstgenoemde, dan weder tot laatstgenoemde vorming gerekend en ook wel eens in twee afdeelingen, namelijk onderste en opperste wealdvorming, gesplitst. De naam is afkomstig van die gedeelten der Engelsche graafschappen Kent, Surrey en Sussex, die vroeger met wouden (weald) bedekt waren, maar thans bebouwd zijn. Farrey gebruikte in 1815 voor het eerst dezen naam. Men vindt de wealdvorming in het zuidoosten van Engeland, in het noorden van Frankrijk, in België en in het noordwesten van Duitschland; zij bestaat in haar onderste afdeeling in Engeland uit kalk- en mergellagen van ongeveer 50 m. dikte, meestal brakwater- en zoetwater-vormingen met gastropoden (paludina, planorbis), pelekypoden (cyrenia, unio) enz. Een dunne tusschenlaag leverde een menigte buideldieren, terwijl andere lagen (dirt beds) uit voorwereldlijke teelaarde bestaan en talrijke cycadeeën en kegeldragers bevatten, wier wortelstokken en stammen dikwijls nog in hun oorspronkelijken vorm werden gevonden. Dikkere lagen (tot 500 m. Purz) bevat derbeckvorming in Duitschland, een brakwatervorming, uit mergelen kalksoorten' bestaande; tot het kalk behoort het serpuliet, gevuld met buizen van serpula coacervata. In deze vorming komen hier en daar gips- en steenzoutlagen voor. De bovenste afdeeling der wealdvorming bestaat beneden uit zandsteen (Deisterzandsteen, Hastingszand), boven uit leem (wealdclay, woudleem). Laatstgenoemde leemlaag bevat leisteensoorten en steenkolenvormingen, welke in het Teutoburger Woud, in het Wezergebergte en elders worden gedolven. Haar flora komt in het al-

I

Sluiten