Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen hij met zijn broeder Ernst Htinrich de uitste- (: kende waarnemingen „Ueber dieWellenlehre (18-5) i in het licht zond. Zijn verdere onderzoekingen had- 1 den inzonderheid betrekking op de geluidsleer, de d elasticiteit van vaste lichamen, electriciteit en magnetisme en vooral op de leer van het aardmagnetis- e me. Hierover schre f hij met Gausz: „Resultate aus den Beobachtungen des magnetischen Vereins d (6 dln. met 3 atlassen, 1836—1843). Deze bevatten S belangrijke mededeelingen omtrent nieuwe toestel- d len en methoden van onderzoek, over magnetisme, r inductie door aardmagnetisme en unipolaire m- ï ductie. Hij voerde in 1840 de absolute electrische s stroomeenheid in plaats van de gebruikelijke chemi- 1 sche stroomeenheid in. Met Gausz construeerde hij "v in 1833 een electrischen telegraaf tusschen het labo- c ratorium en de sterrenwacht. Van groot belang zijn ï ziin verhandelingen over de „Elektrodynamische , Maszbestimmungen" (ödln., 1846—1867). In 1870 en i 1871 schreef hij verhandelingen om de door hem gevonden electrische wetten te verdedigen. Van zijn overige werken noemen wij : „Anwendung der magnetischen Induktion auf Messung der Inklination mit dem Magnetometer" (1853) en „Galvanometne 1 (1862). Met zijn jongeren broeder Eduard Friednch i gaf hij zijn belangrijke onderzoekingen in het licht : over de „Mechanik der menschlichen Gehwerkzeuge' i (1836). Hij overleed den 23sten Juni 1891 te Göttin- ■ gen.Zijn verzamelde werken werden door het Göttineer Genootschap van Wetenschappen uitgegeven (6 dln., 1892—1894). In 1899 werd te Göttmgen een gedenkteeken voor Gausz en Weber opgericht.

Weber, Eduard Friednch, een broeder van de beide voorgaanden, een Duitsch physioloog, werd geboren te Wittenberg den 30'lED Maart 1806, studeerde te Leipzig en te Halle in de geneeskunde, was achtereenvolgens assistentarts te Halle, te Naumburg en te Göttingen, waar hij met zijn broeder Eduard de „Mechanik der menschlichen Gehwerkzeuge" (1836) bewerkte, en vertrok in 1835 als prosector naar Leipzig. Vooral maakte hij zich verdienstelijk door zijn verhandeling, getiteld: „Muskelbewegung" in het „Handwörterbuch der Physiologie van Wagner, waardoor dit deel van de geneeskunde een geheel andere richting insloeg. Hij overleed te Leipzig den 18aen Mei 1871.

Weber, Beda, een Duitsch geschiedschrijver en dichter, geboren den 26sten October 1798 te Lienz in het Pustertal, bezocht het gymnasium te Bozen, studeerde te Innsbruck en vervolgens, nadat hij toegetreden was tot de Orde der Benedictijnen, aan de seminaria te Brixen en te Trente. Na het ontvangen der priesterwijding werd hij in 1826 professor aan het gymnasium te Meran. Hier zag hij zich in 1848 afgevaardigd naar de Nationale Vergadering te Frankfort, waar hij tot de partij van Von Gagern behoorde. In Augustus 1849 werd hij lid van het domkapittel in het bisdom Limburg en pastoor der R. Katholieke gemeente te Frankfort, waar hl] den 28sten Februari 1858 overleed. Zijn voornaamste werk is: „Das Land TiroV' (3 dln., 1838), waaivan een uittreksel, als „Handbuch für Reisende in Tirol" (2de druk, 1853) verscheen. Verder gaf hij beschrijvingen van Innsbruck (1833), Meran (1845), Bozen (1850), het Passeier dal (1852) enz. en schreef nog: „Lieder aus Tirol" (1842), „Oswald von Wolkenstein und Friedrich mit der leeren Tasche /1850), „Andreas Hofer und das Jahr 1809

(1852), het treurspel „Spartacus" (1846), „Johanna Maria vom Kreuze und ihre Zeit" (1846; 3de druk, 1877), „Charakterbilder" (1853), „Kartons aus dem deutschen Kirchenleben" (1858) en „Blüten heiliger Liebe und Andacht" (1845). In 1907 werd te Meran een gedenkteeken voor hem opgericht.

Weber, Johann Jakob, een Duitsch boekhandelaar, geboren den 3deT1 April 1803 te Siblingen bij Schaffhausen, ontving zijn opleiding bij onderscheiden boekhandelaars in Zwitserland, bij Didol te Parijs en bij Breitkopf en Bartel te Leipzig, waar hij in 1834 een eigen boekhandel stichtte, nadat hij sedert 1830 voor Bossange het „Pfennig-Magasin" had uitgegeven. Hij legde zich vooral op het uitgeven van geïllustreerde werken toe en heeft voor de kennis van de geschiedenis van de houtsnijkunst in Duitschland veel gedaan. In 1843 deed hij de „Illustrierte Zeitung" in het licht verschijnen, alsmede een geschiedenis der Duitsche houtsnijkunst Verder leverde hij sedert 1846 een „Illustrierte Kalender", benevens „Illustrierte Katechismen. Belehrungen aus dem Gebiete der Wissenschaften, Künste und Gewerbe", van welke ongeveer 80 deelen bestaan. Zijn fonds telt verder een reeks van andere geschriften, inzonderheid dramatische, dramaturgische en cultuurhistorische werken,^ die zich door een zorgvuldige uitvoering onderscheiden. Sedert 1867 bekleedde hij de betrekking van consul van Zwitserland voor Leipzig. Hij overleed den 16deB Maart 1880. De zaak is thans in het bezit van een achterneef en van een kleinzoon van Weber.

Weber, Karl von, een Duitsch geschiedkundige, geboren te Dresden den lsten Januari 1806, studeerde in de rechten, bekleedde reeds vroeg aanzienlijke ambten en zag zich in 1849 benoemd tot directeur van het staatsarchief in zijn geboortestad, waarna hij zich hoofdzakelijk wijdde aan de geschiedenis van Saksen. Hij overleed te Loschwitz bij Dresden den 18den Juli 1879. Hij schreef „Maria Antonia Walpurgis, Kurfürstin von Sachsen (2dln„ 1857), „Aus vier Jahrhunderten" (2 dln., 1857; ver■ volg, 2dln., 1861), „Moritz, Graf von Sachsen, Mar1 schall von Frankreich" (1863) en „Aima, Kurfür: stin zu Sachsen" (1865). Verder gaf hij het „Archiv i für sachsische Geschichte" (21 dln., 1862 1879,

dl. 1 en 2 met Waehsmuth) uit.

l Weber, Georg, een Duitsch geschiedschrijver, ge! boren den 10den Februari 1808 te Bergzabern in de Palts, studeerde in de letteren en in de geschiedenis i en werd leeraar aan de hoogere burgerschool te Hei-

i delberg en vervolgens directeur van deze inrichting.

- Hij schreef o. a. „Geschichtliche Daptellung des

- Calvinismus im Verhaltnis zum Staat (183o), „Ge1 schichte der Kirchenreformation in Groszbritan:- nien" (nieuwe druk, 2 dln., 1856, aanvankelijk gen drukt als „Geschichte der akatholischen Kirchen ri und Sekten von Groszbritannien", 2 dln., 1845r 1853), „Lehrbuch der Weltgeschichte (1846, 21

ii druk, 2 dln., 1888, opnieuw bewerkt als „Lehrund Handbuch der Weltgeschichte", 4 dln., sedert

•- 1902), „Weltgeschichte in übersichthcher Darstel-

n lung" (1851, 21ste druk, 1903), „Allgemeine Welt-

ii geschichte mit besonderer Berücksichtigung des

), Geistes- und Kulturlebens der Volker (15 dln.,

n 1857—1880, 2d= druk, 1882—1890), „Geschichte

n des Volks Israël und der Entstehung des Christen-

i" tums" (met Koltzmann 2 dln., 1867), „Zur Geschich-

I" te des Reformationszeitalters" (1874), „Fr. Christ,

Sluiten