Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwaren in de westelijke streken van Brazilië en vestigde vooral zijn aandacht op de kinaboomen (Cinchona) aan de oevers van het Titicacameer. Nadat hij in 1847 Arequipa en den Grooten Oceaan bereikt had, trok hij nogmaals over de Cordillera's naar La Paz. Op deze tochten ontdekte hij de Cinchona Calisava, welke den besten koortsbast levert. Nadat hij in 1848 te Parijs was teruggekeerd, bewerkte hij in 1849 zijn uitstekende „Histoire naturelle des quinquinas" (1849), het eerste wetenschappelijke werk over de kinaboomen. Hij kweekte uit medegebrachte zaden te Parijs planten, die vervolgens naar Java werden gezonden. Inmiddels was hij geplaatst bij het museum te Parijs, waar hij zijn reisaanteekeningen bewerkte in de „Chloris andina" (2 dln., 1855—1857) en in een monografie der Urticaceeën. In 1856 reisde hij met een wetenschappelijk doel in de Pyreneeën en vestigde zich in 1861 te Poitiers. In 1870 schreef hij zijn „Notes sur les quinquinas", die in verschillende talen werden overgezet, en werd in 1872 benoemd tot lid der Académie. Hij overleed in 1877.

Weddellzee, een gedeelte van de Z. lijke IJszee, gelegen ten O. van Grahamland, wordt in het N. begrensd door de Z. Orkney-eilanden en den Sandwicharchipel en is genoemd naar den robbenvanger Weddell, die hier den 20sten Februari 1823 in ijsvrij water 74° 15' Z. Br. bereikte. In Maart 1904 ontdekte de Schotsche expeditie onder Bruce hier op 74° Z. Br. en 20° W. L. v. Gr. de kust van Coatsland.

Weddik, Lublink. Zie Lublink.

Wedding-schap is een bij verschil van meening aangegane overeenkomst, volgens welke de partij, wier meening onjuist blijkt te zijn, een bepaalde zaak of geldsom verbeurd heeft aan de partij, wier gevoelen juist is. Aan een weddingschap kan men velerlei voorwaarden verbinden, doch zij wordt in rechten niet als geldig erkend.

Wedekind, Frank, een Duitsch schrijver, geboren den 2481''11 Juli 1864 te Hannover, woont thans als tooneelspeler meestal te Berlijn. Zijn eerste treurspel „Der Schnellmaler, oder Kunst und Mammon" (1889) en ook het volgende tooneelstuk „Frühlings Erwachen" (17de druk, 1908) gingen bijna onopgemerkt voorbij, totdat het laatste, een phantastisch en erotisch kindertreurspel, in 1906 bij de opvoering van kamerstukken in den Duitschen Schouwburg te Berlijn groote sensatie verwekte. Zijn treurspel „Der Erdgeist" (5de druk, 1907), dat den vloek der zinnelijkheid karakteriseert, werd in moderne schouwburgen herhaaldelijk opgevoerd. Verder noemen wij van hem: „Der Hanseken" (1896), een kinderepos, „Die Fürstin Russalka" (1897), „Die junge Welt" (1897), een blijspel, „Der Liebestrank" (1899), een klucht, „Der Kammersanger" (3a<= druk, 1900), „Der Marquis von Keith" (1902), een tooneelspel, de treurspelen „So ist das Leben" (1902) en „Die Büchse der Pandora' (1904), in Duitschland verboden en in 1906 in gematigder bewerking verschenen, „tïidalla" (2de druk, 1906), „Totentanz" (1906) en „Musik" (1908). Bovendien publiceerde hij een bundel vertellingen „Feuerwerk" (1906) en een bundel gedichten „Die vier Jahreszeiten" (1905). Ofschoon hij een onmiskenbaar talent bezit, wordt de werking daarvan belemmerd door de ziekelijke twijfelzucht van zijn opvattingen, door de wijze van voorstelling, die

schommelt tusschen ernst en spot, en door zijn gemis aan techniek.

Wedel-J&rlsberg1, Herman, graaf van, stadhouder van Noorwegen, geboren den 21sten September 1779 te Montpellier, was de zoon van den Deenschen minister Anton, graaf van Wedel Jarlsberg (eenigen tijd gezant te Londen), en werd in Engeland opgevoed. Hij studeerde te Kopenhagen, trad in 1801 in Deenschen dienst en was van 1806— 1813 ambtman in Buskerud bij Drammen, in welke waardigheid hij zich, vooral in de tijden, dat de betrekkingen met Denemarken waren verbroken, zeer verdienstelijk maakte. Sedert 1809 was hij een vurig voorstander van de vereeniging van Zweden en Noorwegen en ijverde daarvoor o. a. op de rijksvergadering te Eidsvold en op de buitengewone vergadering van het Storthing. Na het tot stand kokomen van de Unie werd hij door den koning tot staatsraad en minister van Financiën benoemd. In 1822 zag hij zich wegens een te Berlijn gesloten leening in staat van beschuldiging gesteld. Hoewel hij vrijgesproken werd, legde hij zijn betrekking neer en begaf zich naar zijn goederen. Later echter werd hij lid van de Volksvertegenwoordiging en bekleedde sedert 1836 de belangrijke betrekking van stadhouder van Noorwegen met het gezag van onderkoning. Hij overleed te Wiesbaden den 27ston Augustus 1840.

Weder of Weer noemt men den toestand van den dampkring op een bepaalde plaats en op een bepaalden tijd onder den invloed der samenwerking van de verschillende meteorologische factoren, zooals luchtdruk, warmte, vochtigheid, bewolking en neerslag, een toestand, die op ons gevoel eene aangename of onaangename, op onze gezondheid een voor- of nadeelige werking heeft. De wet, welke het weder beheerscht, berust op den wederkeerigen invloed dezer factoren op elkander en op de verhouding, waarin zij tot elkander staan. De gesteldheid van het weder op eene bepaalde plaats hangt voornamelijk af van de richting van den wind (zie aldaar), en deze laatste weder van de verdeeling van den luchtdruk. De gemiddelde weersgesteldheid vormt het klimaat (zie aldaar).

Wederdoopers of Anabaptisten is de naam van een Christelijke sekte, die den kinderdoop verwerpt, omdat volgens haar de toestemming van den doopeling voor deze handeling noodig is. Bij de leden, die tot deze sekte overgaan, wordt de doop herhaald. Reeds vóór de Hervorming was er hier en daar verzet tegen den kinderdoop ontstaan, in het tijdperk van de Hervorming vereenigden zich de tegenstanders van den kinderdoop in sommige landen, inzonderheid in Zwitserland, Duitschland en Nederland, tot een nieuwe sekte, die tevens streefde naar een nieuwe gemeenschap, een nieuw rijk van Christus, waarin goederengemeenschap zou heerschen. Ook geloofden zij aan nieuwe openbaringen. In Saksen, Franken en Thuringen ontstonden door het drijven van een van de zoogenaamde Zwickauer profeten,ThomasMünzer(zie aldaar) hevige onlusten, die echter na den slag bij Frankenhausen (1525) bedwongen waren. In Beieren vonden de Wederdoopers, niettegenstaande herhaalde vervolgingen, veel aanhangers; in Zwitserland ontstond een verbitterde strijd, waarin de Wederdoopers de nederlaag leden; in Nederland werkte David Joriszoon (zie aldaar), en ook in Westfalen, Holstein, Oosti riesland, Moravië en Tirol vonden zij talrijke aan-

Sluiten