Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hangers. Sedert 1528 werden op grond van keizer- i lijke edicten een groot aantal Wederdoopers ge- 1 dood, wat echter niet het gewenschte gevolg had. < Men noemde de Wederdoopers ook wel Stablarii of ( Baeulares, omdat zij uitgingen van het denkbeeld, i dat de Christenen geen wapens, maar alleen een stok i mochten dragen. In 1533 stichtten Nederlandsche Wederdoopers te Munster, waar Eotlimann, Knipperdolling (zie aldaar) en Krechting zich met Jan van Leiden of Jan Beukels (zie aldaar) en Jan Matthijs van Haarlem verbonden, een nieuw rijk met goederengemeenschap, veelwijverij enz., aan welks hoofd de zoogenaamde Sionskoning stond. Eerst door het verbond van eenige Protestantsche vorsten met den bisschop werd de stad ingenomen en aan het nieuwe rijk door de terechtstelling van de aanvoerders een einde gemaakt (1535—1536). Ofschoon de grondgedachte van de verschillende sekten van Wederdoopers dezelfde is, zijn zij individueel zeer verschillend. Ten onrechte heeft men dikwijls gemeend, dat uit de Wederdoopers de Doopsgezinden (zie aldaar) zijn voortgekomen.

Wedergeboorte beteekent bij de belijders van den Christelijken godsdienst vernieuwing naar den geest. Wanneer namelijk de mensch den toestand van verdorvenheid verlaat, om naar de geboden van het Christendom te leven, dan is hij een ander schepsel geworden en als het ware opnieuw geboren. Zijn eigenlijk leven, want de mensch in den toestand van verdorvenheid wordt door Paulus als dood beschouwt, neemt alzoo een aanvang bij zijn gemoedsvernieuwing.

Wederik (Lysimachia) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Steutelbloemigen (Primulaceae). Het telt in ons land vier soorten. Van deze is de rondbladige wederik of het penningkruid (L. nummularia) de meest bekende. Dit sierlijk gewas, met liggende, vierkante stengels, bijna cirkelronde kort gesteelde, gaafrandige bladeren en vrij lang gesteelde, fraaie, gele, trechtervormige bloemen, wordt langs wegen en slooten gevonden en ook als hangplant gekweekt. Voorts heeft men de boschwederik (L. nemorum) met eironde bladeren, langer bloemstelen, lijnvormige kalkslippen en kleiner bloemen, de gewone wederik (L. mlgaris) en de trosdragende wederik (L. thyrsiflora), de beide laatste met kransgewijs geplaatste bladeren en tot trossen of pluimen vereenigde bloemen.

Wederspannigheid. Aan dit misdrijf maakt zich volgens art. 180 van ons Wetboek van Strafrecht schuldig hij die zich met geweld of bedreiging met geweld verzet tegen een ambtenaar werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner bediening of tegen personen die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleenen. De strafbaarstelling van dit feit heeft ten doel den ambtenaar te beschermen bij de waarneming der op hem rustende ambtsplichten. Verwante misdrijven, die met hetzelfde doel zijn strafbaar gesteld, zijn het dwingen van een ambtenaar tot het volvoeren eener ambtsverrichting of het nalaten eener rechtmatige ambtsverrichting (ambtsdwang, art. 179) en het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering van een ambtenaar en het belemmeren of verijdelen van een handeling ondernomen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift (art. 184). Gelijk uit de omschrijving van wederspannighcid blijkt, is voor de strafbaarheid noodig, dat de ambtenaar was in de

uitoefening zijner bediening en dat die uitoefening was een rechtmatige. In vele gevallen is het, doordat de taak van bepaalde ambtenaren bij de wet of verordening niet duidelijk omschreven is, moeilijk uit te maken, of de ambtenaar in de rechtmatige uitoefening zijner bediening was. Als straf is tegen wederspannigheid bedreigd gevangenisstraf van ten hoogste 1 jaar of geldboete van ten hoogste ƒ 300. Indien het misdrijf ernstige gevolgen heeft of door twee of meer personen met vereenigde krachten gepleegd is, wordt het maximum der gevangenisstraf hooger en kan geldboete niet worden opgelegd. Met ambtenaren worden voor dit misdrijf gelijkgesteld de bestuurders benevens de beëedigde beambten en bedienden van spoorwegdiensten.

Wedgwood, Josiah, de schepper van de Engelsclie aardewerkindustrie, geboren te Burslem in Staffordshire den 12den Juli 1730, werd pottebakker en streefde er naar door verbetering van het materiaal en van den vorm het aardewerk beter te maken. Door zijn fabrieken ontstond de fabrieksplaats Etruria in Staffordshire en de zoogenaamde Potteries (zie aldaar). In 1768 vond Wedgwood het naar hem genoemde aardewerk uit. Ook is hij de uitvinder van een naar hem genoemden pyrometer, terwijl hij den aanleg bewerkte van een kanaal tusschen de Trent en de Mersey. Hij overleed den 3aeo Januari 1795. Hij schreef „Remarks on the Portland Vase; Catalogue of camees, intaglios, medals etc." (1775).

Wednesbury, een stad in het Engelsche graafschap Stafford, aan de Tame en aan eenige spoorwegen, telt (1901) 26 654 inwoners. Men vindt er groote ijzer- en staalfabrieken, een museum van schilderijen, een bibliotheek, een groot park, een oude Gotische kerk en een aantal oude graven. In de nabijheid vindt men kolen- en ijzermijnen.

Wedrennen of Harddraverijen hebben van ouds plaats met paarden of met paarden en rijtuigen. Men vindt in de geschiedenis vermeld, dat zij reeds gehouden werden in overouden tijd, bijv. bij de Perzen ter gelegenheid van feesten, ter eere van den Perzischen zonnegod Mithra gevierd. Volgens de sage werden die feesten bij de Grieken ingevoerd door HeraTdes. Hier toch hadden zij bij de Olympische spelen op drieërlei wijze plaats, namelijk met mannen te paard, mannen op een met een paard bespannen rijtuig of mannen te paard, die bij den laatsten omloop afsprongen en met het paard aan den teugel naar het doel renden. Doorgaans evenwel hield men wedrennen met wagens, met twee of vier paarden bespannen. Ook werden hiertoe wel eens muildieren gebezigd. Bij de Romeinen behoorden de wedrennen (cursus equorum) tot de schouwspelen* De berijders zaten op een paard (singulatores) of gebruikten twee paarden, zoodat zij van het eene paard op het andere sprongen (desultores). De wa, genstrijders (aurigae, agitatores) plaatsten zich in ; een rij op een door het lot aangewezen plaats, en op ■ een gegeven teekew werden de slagboomen (carce• i res) weggenomen. Elke wedren bestond uit 24 af-

• rijdingen ('missus)t elke missus uit zeven spatia of i omloopen rondom de eindpalen (metae). Doorgaans i reden vier wagens te gelijk af, wier menners een i verschillend gekleurde tunica droegen, n. 1. een

• witte, groene, roode of blauwe; elke kleurvertegen) woordigde een partij. Deze partijen bezaten te ï Konstantinopel eenjtstaatkundige beteeken is^ (zie

Sluiten