Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Justinianus I). Bij de Germaansche volken was het wedrennen op het nauwst verbonden met den heidenschen eeredienst; daarvan zijn in ons land, België en Duitschland zelfs in onzen tijd nog sporen overgebleven. Na de invoering van het Christendom werden zij op vele plaatsen onder de ceremonieën bij kerkelijke feesten opgenomen, ofschoon de Kerk zich daartegen, als een overblijfsel van heidensche gebruiken, verzette. In Engeland werden de wedrennen reeds door de Romeinen ingevoerd, maar pas onder Hendrik II (1160) werden zij een bestanddeel van de volksvermaken. Als sport zijn de wedrennen van Engelschen oorsprong (zie Paardensport). In het begin van de 19de eeuw breidde de rensport en de teelt van volbloedpaarden zich over het vasteland van Europa uit. De wedrennen werden overal naar Engelsch voorbeeld gehouden. Zij bestaan daarin, dat liet paard de grootste snelheid ontwikkelen moet op den laatsten afstand voor den eindpaal (eindkamp); de berijder moet spaarzaam met de krachten van zijn paard omgaan, zoodat het in den eindkamp goed voor den dag kan komen. Het renpaard (racer) wordt langen tijd geoefend, voordat men het in de renbaan brengt. Ook worden vooraf proeven (trials) genomen, en wel op verschillende tijden, om het publiek omtrent de snelheid van zijn loop in te lichten, ten einde op dien grond weddingschappen aan te gaan. De berijders (jockey's) hebben een bepaald gewaad en worden eveneens voorbereid voor hun taak. Bij de Engelsche wedrennen onderscheidt men flat races op effen baan, hurdle races met lichte hindernissen, steeple chases (kerktorenrennen) met natuurlijke of kunstmatige vaste hindernissen, en trotting races of het eigenlijk harddraven. Naar mate van den afstand heeft men wedrennen op de korte, de gemiddelde en de lange baan; naar gelang der mededingende personen onderscheidt men heeren-, officieren-, jockey- en boerenrennen, naar gelang van de prijzen wedrennen om den staatsprijs, den vereenigingsprijs, den jockeyclubprijs enz. Verder heeft men wedrennen van paarden van gelijken ouderdom, bezwaard met een gelijk gewicht, wedrennen van paarden van eiken ouderdom en bezwaard met een willekeurig gewicht, handicaprennen, waarbij de zwakkere paarden met minder gewicht worden bezwaard, en het verkooprennen, waarbij ieder paard voor een bepaalden prijs verkrijgbaar is. Wedrennen van paarden, die nog geen prijs behaald hebben, noemt men maidenstakes (maagdenrennen), en wedrennen van twee paarden match (weddingschap). De wedrennen worden meestal door renvereenigingen georganiseerd, die renbanen onderhouden en de voorwaarden voor de rennen uitschrijven. Voor elk paard, dat deelnemen zal, wordt een inleggeld betaald. Tegen het betalen van een zekere boete (forfeit), gewoonlijk den halven inleg, kan een deelnemer zich terugtrekken. In de renbaan zorgt een daarvoor benoemd comité voor de handhaving der wetten; dit heeft zijn verschillende ambtenaren, bijv. bij den stal den weger, die het gewicht onderzoekt van den berijder met den zadel, den starter, die met een vlag het teeken geeft tot den afrit (start), en aan het einde der baan den seingever, die aanduidt, welk paard de overwinning heeft behaald. Bij verschil van gevoelen wordt het comité bijgestaan door een scheidsgerecht. Wanneer 2 of meer paarden tegelijkertijd het eindpunt passeeren, spreekt men van een kamprit.

In dit geval wordt over denzelfden afstand voor deze dieren de rit herhaald, of ook wordt, wanneer zij voor een prijs in aanmerking komen, deze over de gelijk aangekomen paarden verdeeld. Weddingschappen zijn sedert lang gebruikelijk bij het houden van wedrennen. Men onderscheidt verschillende vormen, n. 1. het wedden bij den bookmaker (zie aldaar) en het wedden bij den totalisator (zie aldaar). In ons land is sedert 1910 het wedden verboden bij de Wet (zie Totalisator).

In Engeland worden jaarlijks meer dan 400 wedrennen op ongeveer 80 renbanen gehouden, waarvoor ongeveer 6 millioen gulden aan prijzen wordt uitgeloofd. De belangrijkste rennen, niet alleen van Engeland, maar van de geheele wereld, zijn dz Derby Stakes. Frankrijk heeft de ontwikkeling van zijn rensport voornamelijk aan Napoleon III te danken. De rennen worden inzonderheid op de renbanen om Parijs gehouden. Wedrennen vindt men verder in Duitschland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland, Italië, België, Nederland, Denemarken, Zweden, Roemenië en Turkije. In Noord-Amerika en in den laatsten tijd ook in Australië is de rensport zeer ontwikkeld.

Weduwe (vidua) noemt men een vrouw, die haar man door den dood verloren heeft. Zij behoudt den naam en den rang van haar overleden echtgenoot, totdat zij weder in het huwelijk treedt. Een man wordt door het verlies zijner vrouw weduwnaar, Daar de echtgenoot in den regel door zijn arbeid in de behoeften van het huisgezin voorziet, heeft men ter ondersteuning van weduwen weduwfondsen opgericht. Van deze zijn sommige gevormd door geschonken kapitalen, erfmakingen en betrekkelijk lage contributiën en bestemd voor weduwen van een bepaalden stand of kring, terwijl verreweg de meeste geschoeid zijn op de leest der verzekeringsmaatschappijen. Gezonde personen kunnen daaraan deelnemen volgens vastgestelde tarieven, welke op de sterftestatistiek berusten (zie ook Pensioen.)

Weduwen- en Weezenfondsen zijn inrichtingen van verzekering, die ten doel hebben te voorkomen, dat iemand bij zijn overlijden zijn nagelaten betrekkingen onverzorgd achterlaat. In de 18de eeuw werden er door particuliere vereenigingen 3en groot aantal dergelijke fondsen opgericht. Van 1814—1816 bemoeide de Staat zich met de zorg raor weduwen en weezen van ambtenaren in zijn ïienst. In laatstgenoemd jaar echter werd deze staatsbemoeienis in beginsel afgeschaft. Wel werd 3r toen van rijkswege een fonds opgericht voor de sveduwen van ambtenaren bij het algemeen bestuur* Dmdat de pensioensbijdragen van de ambtenaren ïooger waren dan voor de bestrijdingskosten van ie pensioenen noodig was, werd in 1876 het Peniioenverbond opgericht met het doel, daarin vermdering te brengen. Dit had tengevolge, dat in L878 een som van f3 000 op de staatsbegrooting werd uitgetrokken om deze zaak te onderzoeken. S[a de verslagen van de staatscommissiën van 1878 !n 1881 kwam er den 9den Mei 1890 een pensioenwet voor burgerlijke ambtenaren tot stand. De imbtenaren zelf ontvangen pensioen uit 's rijks ichatkist, voor de weduwen- en weezenpensioenen is ;r een afzonderlijk fonds opgericht. In 1905 werden jok de onderwijzers in dit fonds opgenomen. Bij de j/et van den 29sten Juni 1899 werd het pensioen van le deelgerechtigden in det weduwenfonds voor de imbtenaren bij het algemeen bestuur geregeld.

Sluiten