Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen naar den aard van haar toepassing verdeeld worden in twee verschillende groepen: die van de eerste (fig. 3) wegen van los toegevoerde stoffen steeds gelijke hoeveelheden af; die van de tweede wegen goederen, welke in bakken en in hoeveelheden, die een zeker minimum overschrijden, worden aangevoerd. Zij werken aldus: Het gewicht van den bak is geëquilibreerd. Komt een gevulde bak aan, dan brengt hij door zijn gewicht de balans in

Fig. 3.

Automatische weegschaal.

werking. Daardoor wordt een loopgewicht losgeschakeld, dat zich dan zoolang verplaatst, tot er evenwicht is ingetreden. De gewichten worden automatisch op kaarten gedrukt, welke naar buiten worden uitgeworpen. Is dit geschied, dan rolt men den bak verder, waarna het loopgewicht weder in den nulstand teruggebracht wordt en de toestel voor een volgende weging gereed is. Bovendien worden de afgewogen gewichten door een optelmachine opgeteld. Deze totaalgewichten kunnen aan een van buiten zichtbaar telwerk worden afgelezen.

Weegschaal (Libra) is liet zevende teeken van den dierenriem. Verder is het de naam van een sterrenbeeld van het Z. lijk halfrond, dat twee sterren van de derde grootte bevat. Opmerkenswaardig is in dit sterrenbeeld een drievoudige ster en een fraaie sterrenhoop, door Messier als nevel ontdekt en door Herschel in tallooze sterren opgelost.

XVI

Week (Gotisch vikö, oud-Noorsch vika, oudHoogduitsch tvecha), een tijdsinterval van 7 dagen, dankt zijn oorsprong waarschijnlijk aan de phasen van de maan, die na ongeveer 7 dagen elkander opvolgen. Als tijdseenheid is zij door de meest verschillende volkeren gebruikt. Reeds de Babyloniërs kenden haar en noemden de 7 dagen, evenals later de Egyptenaren naar Zon, Maan, Mars, Mercurius, Jupiter, Venus en Saturnus. De Joden legden verband tusschen de week (= sjeboea van sjeba = zeven) en hun schep-

pmgsgescnieaems, wetgeving en godsdienst. Elke zevende dag bestemden zij voor rustdag; zij bezaten echter geen afzonderfijke namen voor de dagen der week. Kort vóór de geboorte van Christus namen de Grieken, die tot op dat oogenblik naar decaden rekenden, en de Romeinen, die in hun nundiae een soort week van 8 dagen hadden, de zevendaagsche week van de Egyptenaren over. Als tijdmaat voor het burgerlijk leven kwam de week bij hen echter eerst in gebruik, toen het Christendom tot staatsgodsdienst was verheven. De naam sabbat (sabbati dies) ging in alle Romaansche talen (Italiaansch sdbbato, Spaansch sabado, Fransch samedi), later ook in de Duitsche en de Slavische (oudHoogduitschsamtefac, nieuw-Hoogduitsch Samstag, oud-Slavisch sabola) over. Evenzoo drongen de Grieksche en Romeinsche woorden hebdomas en seplima in de Romaansche talen door ter aanduiding van de week (Italiaansch settimana, Spaansch en Portugeesch semana, Fransch semaine, naast hebdomadaire, Iersch sechtmaine). Een specifiek Christelijke wijze om de dagen der week van Zondag af als feria secunda (Maandag) tot feria septima (Zaterdag) te tellen vond alleen in Portugal (segunda feira enz.) ingang. De Christelijke naam voor Zondag(A'es solis), n. 1. (dies) dominicus of dominica (=

dag des Heeren) handhaafde zich echter in de Romaansche landen (Italiaansch domenica, Spaansch en Portugeesch domingo, Fransch dimanche).

De Germanen hadden wellicht reeds vóór zij de Romeinen leerden kennen een zevendaagsche week, zooals uit mededeelingen van Taeitus omtrent hun godsdienstige, gerechtelijke en staatkundige bijeenkomsten kan worden afgeleid. De namen van de dagen der week brachten zij in hun eigen taal over, waarbij zij de Romeinsche godennamen vervingen door die van hun overeenkomstige goden. Zoo werden dies solis en lunae Zon- en Maandag. Met Mars kwam de zwaardgod Ero, Zio of Ziu (in het oudNoorsch Tyr) overeen. Vandaar in Beeren nog de namen Ertag en Erhtag, in Zwaben Ziestag, in Engeland Tuesdav. Mercurius ging over in Wodan (Woensdag, oud-Nederlandsch Wodenesdag, Engelsch Wednesday), Jupiter in Donar, in het oudNoorscli Thor (Donderdag, Engelsch Thursday), Ve-

3

Sluiten