Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschaffen kan. Bij deze beoordeeling moet steeds ; op den voorgrond staan het feit, dat de maatschappij ook thans nog niet in staat is haar allereerste behoeften voldoende te bevredigen.

Weele, Herman Jóhannes van der, een Uollandsch landschapschilder en etser, werd geboren te Middelburg den 13den Januari 1852 en is thans te 's Gravenhage woonachtig. Hij is een leerling van de Haagsche teekenacademie en van J. W. r ■ Kachel. Ook het werk van Breitner, De Zwart en vooral van Mauve had invloed op zijn schilderwijze. Hij schilderde meest heide-gezichten met schapen. Ook maakte hij etsen naar Mauve. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het museum Mesdag te 's Gravenhage.

Weenen is de verhoogde afscheiding van tranen tengevolge van pijn of gemoedsbeweging. Ofschoon het veelvuldigst bij vrouwen en kinderen, is het weenen toch niet een uitsluitend gevolg van zwakte. Het hangt samen met de lichamelijke gesteldheid. Alle prikkels, welke den sensibelen oogstam van den Nervus trigeminus treffen, veroorzaken afscheiding van tranen. Toch spelen zielkundige effecten de voornaamste rol bij het weenen. üij hysterici neemt het soms den vorm van weenkramp

aan. _ _ ., ,

Weenen, een afdeeling in het W. van de Britsch Z. Afrikaansche kolonie Natal, telt op een opperviakte van 1619 v. km. 28 BI 8 inwoners, waaronder 494 Europeanen. De hoofdstad heet eveneens Weenen. Hier werden in 1837 een groot aantal Boeren door Zoeloe's gedood; vandaar de naam.

Weenen (Vindebona, Vienna, zie de kaarten en platen), de hoofd- en residentiestad van het Oosten-

rijksche keizerrijk, ligt op 48°13' N. Br. en 16 -3 O. L. van Gr. op den rechter oever van de Donau en wordt door een arm van deze rivier, het Donaukanaal, doorsneden, dat behalve verschillende beekjes hier het riviertje de Wien opneemt. De stad ligt verder 170 m. boven de oppervlakte der zee, aan de verste uitloopers van het Kahlengebergte en van

L 1 „i. T\T -/Afiflof Hp

net W eeilCI Y*UUU,

hoogste punten in de stad zich verheffen tot ruim 200 m. boven den zeespiegel. Weenen is naar de grootte de vierde stad van Europa (na Londen, Parijs en Berlijn). Door de ligging aan den overgang vanhet Alpengebied naar de Donauvlakte, op de grens van het Duitsche, Slavische en Hono-anranViB taalpehied. was de

stad reeds vroeg van veel belang. Het klimaat is gematigd maar veranderlijk. De gemiddelde ]aarli jksche temperatuur bedraagt 9,1° C, de jaarlijksche hoeveelheid neerslag 623 mm.

Indeeling en Bevolking. Weenen bestond vroeger uit de binnerstad, wier vestingwerken het van lanen doorsneden glacis omgaven, en uit een krans van 36 voorsteden, van welke vier door genoemden Donau-arm van de,overige waren gescheiden. In plaats van deze voorsteden zijn na het opheffen der vestingwerken en het verbouwen van het glacis (1857) tien wijken gekomen, namelijk de voormalige Binnenstadt, de Leopoldstadt, die het Donaueiland vormt, de Landstrasze, Wieden, Margarethen, Mariahilf, Neubau, Josephstadt, Alser-

Wapen v. Weenen.

grund en Favoriten. Met uitzondering van het nieuwere 10de distrikt was Weenen sedert 1703 door een wal van 4 m. hoogte en een gracht van de daarvoor gelegen talrijke plaatsen gescheiden. Tot 1890 waren al deze plaatsen zelfstandige gemeenten, in dit jaar werden zij met Weenen vereenigd. Zij vormen thans de nieuwe distrikten: Simmering, Meidling, Hietzing, Rudolfsheim, Fünfhaus, Ottakring, Hernals, Wahring en Döbling. Hierbij kwam in 1900 het van het distrikt Leopoldstadt gescheiden Brigittenau, en in 1905 het nieuw ingelijfde distrikt Floridsdorf. Tot 1890 omvatte het gemeentegebied 55,4 v. km., thans bedraagt de oppervlakte 273,08 v. km., de omtrek is thans 95,6 km.

Het aantal inwoners van Weenen werd voor 1908, met inbegrip van het garnizoen, op 2 000 000 berekend; in 1900 bedroeg het 1 727 073. De toeneming van de bevolking blijkt uit het volgend overzicht:

1754 175 400

1800 231050

1820 260 224

1830::::::: 317768

1840 356 870

1857 476 222

1869 607 514

1880 704 756

1890 817 299

1900 1727 073

In 1900 behoorde 48,3% van de bevolking tot het mannelijk, 51,7% tot het vrouwelijk geslacht. Het aantal Katholieken bedroeg 1 461891, het aantal Protestanten 54364, het aantal Israëlieten 14oJ26, . het aantal aanhangers van andere kerkgenoot' schappen of zonder kerkgenootschap 11776. Naar de taal worden de inwoners verdeeld in 1386115

■ Duitschers, 102 974 Tsechen en Slowaken, 4346 s Polen en 3 847 personen van een andere nationah; teit. In 1905 werden er 16756 huwelijken gesloten, > het aantal levendgeborenen bedroeg 51 673, het ï aantal doodgeborenen 4043, het aantal steifgeval-

s len 36 671. _

i Straten, Pleinen, Plantsoenen, i>e-

■ denkteekenen en Bruggen. De voornaam3 ste straat van Weenen is de Ring, die, in vereem1 ging met de Frans-Jozefskade, de geheele binnen-

- stad omsluit, een breedte van 57 m. en een lengte

- van 5 km. bezit. Een tweede gordel vormt de Last tenstraat, de grens van het eerste distrikt. De Gür-

- telstraat scheidt het eigenlijke Weenen van de vroet gere voorsteden. De belangrijkste straten in de_in-

- wendige stad zijn: de Graben met de Drievuldige heidszuil (1679), de Kohlmarkt, de Karntnerstraat, ,t de Herrengasse, de Wollzeile, de Rotenturmstraat, :- de Wipplingerstraat en de Lothringerstraat met een :- standbeeld van Baphael Donner (1906). In de voorsteden vallen te noemen: Prater-, Tabor- en Kei-/a y Jozefsstraat, Landstraszer Hoofdstraat, Liigar-

r- gasse, Reisnerstraat, Heumarkt, Rennweg, Wien dener Hoofdstraat met de Aartshertog-Ramerfon)r tein, Favoritenstraat, Heugasse, AUeegasse, Mae- riahilfer Straat met een standbeeld van Haydn ït (1887) en de groep van het „Gansemadchen (1865), in Alserstraat, Wahringer Straat, Nuszdorfer Straat en le Elizabethpromenade. Tot de grootste pleinen beet hooren: het Stephanusplein met de Stephanuskerk r- en het vorstaartsbisschoppelijk paleis, liet Hof r- met een Mariazuil en het ruiterstandbeeld van

Sluiten