Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Radetzky (1892), de Freiung met een fontein van Schwanihaler, het Buiten-Burgplein met ruiterstandbeelden van aartshertog Karei (1860) en prins Eugenius van Savoye (1865) en de eenige overgebleven Burgpoort, het Franszensplein, vroeger Binnen-Burgplein geheeten met een standbeeld van Frans I (1846), het Jozefsplein met een ruiterstandbeeld van Jozef II (1807), de Hohe Markt met een marmeren gedenkteeken, in 1732 door Karei VI opgericht, het Lugeck met een gedenkteeken voor Gutenberg (1900), de Nieuwe Markt met een monumentale fontein (1739), het Albrechtsplein met de Albrechtsfontein (1869) en een standbeeld voor Mozart (1896),het Schwarzenbergplein met een ruiterstandbeeld van Schwarzenberg en een fontein, het Beethovenplein met een gedenkteeken voor Beethoven (1880), het Schillerplein met een gedenkteeken voor Schiller en bustes van Lenau en Anastasius Grün, tegenover welke zich op den Ring een standbeeld van Goethe (1900) bevindt, het Hofmuseumplein met een gedenkteeken voor Maria Theresia (1888) en het Raadhuisplein, omgeven door een park met gedenkteekenen van Johann Strausz, Lanner (1905) en Friedrich von Schmidt (1896). Het fraaiste park is het Stadspark met een gedenkteeken voor Schubert (1872), het zoogenaamde „Donauweibchen" (1865) en gedenkteekenen voor Schindler (1895), Makart (1898), Bruckner{1899), Strausz, Remi van Haanen (1900), Canon Amerling (1901) en Zelinka. Verder noemen wij: het Resselpark met de Tilgnerfontein (1902), de Volkstuin met gedenkteekenen voor Grillparzer (1889), Raimund (1898), keizerin Elizabeth (1907) en een fontein, het Prater, dat in de 16de eeuw reeds als dierenpark bestond en in 1766 door Jozef II voor het publiek werd geopend, den botanischen tuin en den koninklijkenhoftuin. Van de overige gedenkteekenen moeten nog vermeld worden die voor Tegethoff (1886), Haydn (1887), Maximiliaan van Mexico en hertog Albrecht, terwijl men op de centrale begraafplaats monumenten voor vele beroemde mannen aantreft. Op de Hochdeutschmeisterplatz verheft zich een gedenkteeken voor het regiment van de Hoch- en Deutschmeister (1906), aan weerszijden van het hoofdportaal van den Hofburcht voorstellingen van de macht te land en de macht te water, op den Wiener Berg vindt men de oude gedenkzuil de Spinster aan het kruis (1452). Over de Donau en het Donaukanaal liggen 16 ijzeren bruggen. De Keizer-Frans-Jozefsbrug verbindt Weenen met Floridsdorf (1875), de Kroonprins-Rudolfsbrug Weenen met Kagran (1876); verder voeren over de Donau 3 spoorwegbruggen. Over het Donaukanaal liggen de: Keizer Frans-Jozefs-Jubileumbrug (1895), Maria Theresiabrug (1873), Stephaniebrug (1885), Mariabrug (1906), Ferdinandsbrug (1819), Aspernbrug (1864), Franzensbrug (1903), Sophiabrug (1872), KeizerJozefsbrug (1872) en 4 spoorwegbruggen. De bruggen over de Wien zijn, doordat men dit riviertje overwelfd heeft, meest gesloopt.

Bouwwerken. De ontwikkeling van Weenen op het gebied der bouwkunst kan men nagaan sedert de 13ae eeuw, maar uit dezen tijd zijn slechts weinig overblijfselen bewaard gebleven. Talrijker zijn de getuigenissen der bouwkunst uit de 14de eeuw, den tijd van de Gotiek. De Renaissance levert wegens toenmaals gevoerde oorlogen weinig belangrijks. Een vruchtbaar tijdperk voor de bouw¬

kunst brak aan onder Jozef 1 en Karei VI (Fischer von Erlach, Hildebrand en Martinelli). Onder den invloed der Italiaansche richting had de rococostijl er geen invloed; men huldigde er meer en meer de klassieke vormen, die echter later in karakterloosheid begonnen te ontaarden. Eerst sedert 1848 ontstond een nieuwe geest in de schoone bouwkunst te Weenen.

Kerkelijke gebouwen. Onder de 20 kerken der Binnenstad onderscheidt zich de Dom, aan den heiligen Stephanus gewijd, een voortreffelijk gebouw met een onvoltooiden toren. De grondvesten voor deze kerk werden gelegd in 1144 door Heinrich II Jasomirgott; zij werd vergroot onder Albrecht II en verkreeg haar tegenwoordige gedaante onder Rudolf IV en Albrecht III. Zij heeft den vorm van een Latijnsch kruis, is van grofkalkblokken gebouwd, 108 m. lang met een dwarsbeuk ter lengte van 70 m. en beslaat een oppervlakte van 3240 v.km. Het dak van het schip is 33 en dat vanhet koor 21 m. hoog en beide zijn metverglaasde, gekleurde pannen gedekt. Van de vier torens zijn de twee aan weerszijden van den voorgevel 64 m. hoog en achthoekig van vorm. Van de beide andere, aan de uiteinden der dwarsbeuk, verrees de noordelijke in 1526 tot een hoogte van 45 m.; hij werd in 1579 van een top voorzien en is thans 65 m. hoog. Aan den zuidelijken toren begon men te bouwen onder leiding van Wenzel von Klosterneuburg, waarna het werk onder die van Hans Prachatitz voortgezet en door Anton Pilgram in 1433 voltooid werd. Het bleek in 1859, dat men de spits moest sloopen en door een nieuwe vervangen, welke in 1864, onder leiding van den dombouwmeester Fr. Schmidt, in gereedheid kwam, zoodat de toren thans een hoogte heeft van 139 m. Daarin hangt een klok, die een gewicht heeft van 19 800 kg. en gegoten werd van kanonnen, in 1711 op de Turken veroverd. De hoofdingang van den Dom is de Reuzenpoort, een overblijfsel van oude bouwkunst in Romaanschen stijl. Van de kunstwerken in het inwendige van de kerk noemen wij: het hoogaltaar, in 1657 door Jacob Bock uit zwart marmer gehouwen, het votiefaltaar in spitsboogstijl in de Barbarakapel, de preekstoel, in 1430 door Pilgram vervaardigd, de koorgestoelten, de beschilderde glazen, het groote orgel, de sarcophaag van keizer Frederik III, door Nicolaas Lerch uit rood marmer gebeiteld, het praalgraf van prins Eugenius van Savoye in de Kruiskapel, dat van Albrecht III en zijn gemalin Elizabeth en het gedenkteeken ter herinnering aan het feit, dat Weenen van de Turken werd bevrijd (1894). Onder den Dom zijn uitgestrekte catacomben. Ook hier is een keizersgraf, waar sedert Ferdinand II de ingewanden der gestorven leden van het Keizerlijk Huis in koperen urnen werden bijgezet. Van de overige kerken van Weenen in de Binnenstad noemen wij: de Hofparochiekerk, aan den heiligen Augustinus gewijd, in 1339 voltooid en in 1640 inwendig vernieuwd, zij bevat het prachtig mausoleum van aartshertogin Christine door Canova, alsmede de praalgraven van keizer Leopold II (door Zauner), van den veldmaarschalk Daun en van den geneeskundige VanSwieten. In de aangrenzende Loretokapel worden de harten van de gestorven leden van het Keizerlijk Huis in zilveren urnen bewaard. Een andere Hofparochiekerk, die van St. Michaël, dagteekent van 1220, maar is herhaaldelijk vernieuwd, zij bezit een slan-

Sluiten