Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken toren in spitsboogstijl, fraaie schilderijen van Bock, Unterberger, Schnorr enz. en de praalgraven van de vrijheeren Hans en Sictus von Trautson. De kerk van St. Maria Schnee, ook die der Minorieten geheeten en in 1330 voltooid, bezit een prachtig portaal in spitsboogstijl, een gedenkteeken ter eere van Metastasio (van Loccordi, 18B5), fraaie altaarstukken en een copie in mozaïek van het „Avondmaal" van Da Vinei door Rafaelli. De parochiekerk van de abdij Schotten der Benedictijnen, door Hendrik II Jasomirgott gesticht, heeft een uitmuntend orgel, voortreffelijke schilderijen van Bock en Sandrart en de praalgraven van haar stichter en van graaf Rüdiger van Starrhemberg, den verdediger van Weenen tegen de Turken in 1683. De kerk Maria Stiegen (am Gestade) werd van 1340—1427 gebouwd, zij bestaat uit een oud, aan drie zijden gesloten koor, verbonden met een langwerpig schip, en heeft een toren ter hoogte van 67 m. De parochiekerk van den heiligen Petrus, in 1702 door Fischer von Erlach naar het model van de St. Pieterskerk te Rome gebouwd, heeft een hoofdportaal van grijs marmer, schilderijen van Bofhmayr en Altomonte en een standbeeld van Karei den Groote (1906). De kleine kerk van St. Ruprecht uit de 88te eeuw is in 1430 hernieuwd. De universiteits- of Jezuïetenkerk is een rijk versierd gebouw met een koepelgewelf, rustende op 16 gedraaide marmeren zuilen en versierd met fresco's en altaarstukken van Pozzo. De parochiekerk van Maria Rotunda of die der Dominicanen, in 1639 gesticht, bevat eenige praalgraven, een altaarstuk van Kupelwieser, schilderijen vaii Bock en Spielberger en fresco's van Pozzo. Het kerkje der Duitsche Orde is in 1326 voltooid en in 1864 vernieuwd. De CaDUciinerkerk. in 1632 voltooid,

bevat den keizerlijken grafkelder, waarin sedert keizer Matthias al de leden van het keizerlijk Huis zijn bijgezet. De Salvatorkapel in het voormalig stadhuis is in 1871 aan de Oud-Katholieken ingeruimd. Van de kerken in de buitenstad zijn het belangrijkst: de parochiekerk van St. Karei Borromeus op de Wieden, van 1716—1737 naar een ontwerp van Fiseher von Erlach gebouwd, met een fraaien koepel, een sierlijk, op zes Corinthische zuilen rustend portaal, twee torens, twee zuilen (33 m. hoog) met tafereelen uit het leven van den beschermheilige, fresco's van Rothmayer, schoone altaarstukken en het graf van den dichter Collin, de kerk van Jóhann von Nepomuk in de Praterstrasze, van 1848—1861 gebouwd, met een rijzigen toren, basreliefs van Kliéber, een altaarstuk van Kupelwieser, fresco's van Führich, Schulz enz. en vele sieraden, de parochiekerk, van Maria Treu in de Josephstadt, van 1698—1716 gebouwd, met een ruim koepelgewelf, twee torens en altaarstukken van Maulbertsch, Brand, Rahl, enz. de parochiekerk van de Zeven Toevluchten in de Lerchenfelder Strasze, van 1848—1861 gebouwd, met drie beuken, een dwarsbeuk, een achtkantigen koepel, twee torens, standbeelden en kostbare versierselen, de kerk der Lazaristen, met een fraaien toren, de parochiekerk van Mariahilf in de evenzoo genoemde voorstad, in 1730 gebouwd met een wonderdadig beeld der H. maagd en met plafondfresco's van Troger, de Elizabethkerk op de Wieden, in spitsboogstijl naar het ontwerp van Bergmann gebouwd, de Salesiarinnenkerk aan den Rennweg met een grootschen koepel, rijke sieraden en altaarstukken van uitstekende

meesters, gesticht ter dankbare gedachtenis aan de redding van den keizer bi] den aanslag van den l8den Februari 1853, van 1866—1879 door Ferstel gebouwd met drie beuken, een koor en zeven kapellen, een dwarsbeuk met vier hoekkapellen, twee torens ter hoogte van 99 m. en talrijke sieraden en kunstwerken. Van de overige kerken noemen wij nog: de kerk van St. Othmar, de parochiekerk in de Brigittenau, de kerk Maria vom Siege in het Fünfhaus, de kerk van Johannes den Dooper, de Keizer Jubileumskerk, de St. Antoniuskerk, de Rudolfskerk, de kerk Zur heiligen Familie, de Jozefskerk en de Leopoldskerk. De voornaamste kerken der andere godsdienstige genootschappen zijn in de binnenstad: de Kerk der Niet-Vereenigde Grieksch-Oostersche gemeente aan de Vleeschmarkt, in 1804 gegebouwd, van 1852—1858 gerestaureerd, die der Evangelische gemeente van de Augsburgsche belijdenis in de Dorotheengasse, met een altaarstuk van Lindner, die der Evangelische gemeente van de Zwitsersche belijdenis, eveneens in de Dorotheengasse, de Evangelische kerk te Mariahilf, de Jubileumskerk te Wahring (1898), de Russische kerk in het 3ae distrikt (1899), de synagogen in de Seitenstettengasse (1826) en in de Leopoldstadt (1853 -—1858) en de tempel van de Turksche Joden m de Leopoldstadt (1888).

Wereldlijke bouwwerken. Van de overige gebouwen noemen wij in de eerste plaats den keizerlijken Hofburcht, een verzameling van gebouwen uit verschillende tijdperken en van den meest

verschillenden stijl. Het oudste gedeelte is ae Schweizerhof uit de 13de eeuw, doch in de 16ae eeuw hernieuwd, die zich tusschen het Franzensplein en het Jozefsplein verheft; aan de zuidwestelijke zijde van eerstgenoemd plein heeft men het paleis van Leopold, na den brand van 1688 door Leopold 1 gesticht, later vergroot door de ridderzaal en de ceremonieënzaal. Aan dit gebouw werd onder keizer Jozef I de tegenover het Schweizerhof gelegen Amaliabouw toegevoegd. Keizer Karei IV belastte Fischer von Erlach met het ontwerpen van nieuwe gebouwen in het oostelijk gedeelte; er werden echter slechts enkele gedeelten van het ontwerp ten uitvoer gebracht,het belangrijkste is het paleis derRijkskanselarij, dat het schoonste gedeelte van den Hofburcht vormt, met twee poorten en Herculesgroepen uit zandsteen, door Matthielly vervaardigd. De onvoltooid gebleven rotonde naar de zijde van het Michaelsplein werd, nadat het oude Burgtheater was gesloopt, volgens de plannen van Fischer von Erlach in 1893 voltooid; zij bevat een prachtigen koepel en 2 monumentale fonteinen. Van Fischer von Erlach zijn ook de wintermanège (1735) en de hofbibliotheek (1722) aan het Jozefsplein afkomstig. Met laatstgenoemde, door een achthoekigen koepel met beeldhouwwerk gekroond en voorzien van een rijk versierde zaal ter lengte van 78 en ter breedte van 17 m., met marmeren standbeelden van Oostenrijksche regenten, zijn twee zijvleugels verbonden, waarvan de eene (in 1767 gebouwd) de vergaderzalen bevat. Van de burgkapel, in 1449 in spitsboogstijl opgetrokken, is alleen het achterste gedeelte van het koor bewaard gebleven. In den jongsten tijd hebben de architecten Semper en Hasenauer ontwerpen vervaardigd tot vernieuwing en uitbreiding van den Burcht. Tot de gebouwen van het Keizerlijk Hof behooren verder: de keizer-

Sluiten