Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke stallen in de HofstaUstrasze, tegenover den Hofburcht, met een groote manége, het kunsthistorische museum en het museum voor natuurlijke historie, beide naar de plannen van Semper en Von Hasmauer van 1872—1889 gebouwd. Tot de belangrijkste paleizen in de binnenstad behooren verder: dat van den aartsbisschop aan het Stephanusplein (1640), van prins Lobkowitz aan het Lodkowitzplein (1690), van graaf Harrach op de Freiung (1689), van prins Liechtenstein in de Bankgasse (van Hildebrand, 1694), van prins Kinsky, eveneens op de Freiung (ook van Hildebrand, 1710), van den markgraaf Pallavicini (van Hohenberg, 1784), van aartshertog Friedrich op de Augustijnerbastei (1804) van den hertog van Koburg op de Seilerstatte, van prins Montenuovo in de Strauchgasse (1852, thans aan de Anglobank behoorend, met een fraai bronzen standbeeld van den heiligen Georg door F eruit om), van aartshertog Ludwig Victor aan het Schwarzenbergplein (1865 van Fersteï), van aartshertog Eugenius aan den Parkring (1867), van graaf Larisch in de Johannesgasse (1867, van Van der Nüll en Siccardsburg), van den bankier Todeseo in de Karntner Strasze (1861, van Förster met fresco's van Sahl), het paleis van den vrijheer Von Sinna aan de Hohenmarkt (gerestaureerd door Hansen, met fresco's van Bahl) en andere. In de voorsteden bevinden zich: het keizerlijk lustslot Belvedère aan den Rennweg (1693—1723 voor prins Eugenius van Savoye door Hildebrand gebouwd) met een terrasvormig aangelegden tuin, het tuinpaleis van prins Liechtenstein in den Alsergrund, in 1712 naar een ontwerp van Martinelli gebouwd, met een gewelfde zaal met 18 marmeren zuilen en fresco's, thans tot schilderijenverzameling ingericht, het fraaie nieuwe paleis van denzelfden prins aan de noordzijde van het Park, het paleis van prins Schwarzenberg aan den Rennweg, in 1706 door Fischer von Erlach gebouwd, het paleis der Hongaarsche lijfwacht, in 1730 eveneens naar het ontwerp van Fischer von Erlach verrezen, het paleis van prins Auersberg, in 1724 mede door Fischer von Erlach gebouwd, de Villa Mettemich aan den Rennweg, de gebouwen van het Duitsche, Engelsche en Russische gezantschap, de paleizen van Rothschild op de Wieden enz. Van de overige gebouwen vermelden wij: dat van het ministerie van Buitenlandsche Zaken met het daaraan grenzende hof- en staatsarchief, en dat van het Keizerlijk Huis, beide aan het Ballhausplein.dat van het ministerie van Binnenlandsche Zaken in de Wipplinger Strasze, dat van hetministerievanFinanciën in de Himmelpfortgasse, de laatste twee naar ontwerpen van Fischer von Erlach gesticht, het gebouw van het Neder-Oostenrijksche stadhouderschap in de Herrengasse (1845 —1847) met een prachtige feestzaal met fresco's van Kupelwieser, het Neder-Oostenrijksche Landshuis in de Herrengasse, het gebouw van het commissariaat van Politie, het oude stadhuis in de Wipplinger Straat en het burgerlijke tuighuis. Een grootsch gebouw is het nieuwe stadhuis, dat van 1872—1883 werd opgetrokken. Het bezit een toren van 107 m. hoogte, een grooten zuilenhof, een feestzaal met loggia, een volkshal, fraaie vergaderzalen en een met schilderijen versierden raadhuiskelder. De zuidelijke kant van het Raadhuisplein wordt ingenomen door het gebouw van den Rijksdag(1883), met t fraai beeldhouwwerk versierd, waarvoor zich

een monumentale fontein verheft; aan de noordelijke zijde van dit plein treft men het universiteitsgebouw (1874—1884) aan met een prachtige bibliotheek en vele standbeelden. Op het Schmerlingsplein staat het paleis van Justitie.

Van de gebouwen voor onderwijs noemen wij, behalve de over de geheele stad verstrooide universiteitslocalen: het scheikundig laboratorium in de Wahringer Strasze met een fraaie vestibule en ruime gehoorzalen, het gebouw voor anatomie in de Wahringer Strasze, de technische hoogeschool op de Wieden, de academie van beeldende kunsten aan het Schillerplein, door Hansen gebouwd, met Ionische en Corinthische zuilen, de handelsacademie in de Academiestrasze, in 1862 naar het ontwerp van Fellner gebouwd, de Ridder-Academie in de Favoritenstrasze, de hoogeschool voor bodemcultuur op de Turkenschans (1896) en het daarbij behoorende tehuis voor studenten. Van de gebouwen voor verzamelingen vermelden wij: het Oostenrijksch museum voor kunst en nijverheid aan den Stubenring, in 1871 door Ferstel gebouwd, met een prachtig binnenplein, met bogengangen, ruime bovenzalen enz., het gebouw der muziekvereeniging aan het Karlsplein, in 1870 door Hansen voltooid en het Kursalon in het Stadspark, in 1867 voltooid. De voornaamste schouwburg is de Hofopera aan den Opernring, van 1861—1869 door Van der Nüll en Siccardsburg gebouwd. Het bevat een prachtige vestibule en trap en doelmatige zalen, een schouwburgruimte voor 2263 personen, een fraaie, open loggia, en veel beeldhouwwerk, schilderwerk en versieringen. Het Hofburgtheater aan den Franzensring werd in 1889 voltooid. Het is een fraai gebouw met een zaal voor 1530 personen, een sierlijken foyer en vele kunstwerken. Andere schouwburgen zijn: de schouwburg aan de Wien, in 1845 verbouwd, het Carltheater, in 1847 naar het ontwerp van Van der Nüll en Siccardsburg gebouwd, met fraaie figuren van H. Gasser in den eenvoudigen gevel, het Duitsche volksthear ter, van 1887—1889 door Fellner en Helmer gebouwd, het Raimundtheater in Mariahilf (1894), het Jubileumsstadstheater (1898) en het Burgertheater (1905). Van de gebouwen van vereenigingen noemen wij: het paleis der Academie van Wetenschappen aan het Universiteitsplein (1765, vroeger universiteit), het gebouw der vereeniging van Oostenrijksche ingenieurs en architecten, alsmede van het nijverheidsgenootschap in de Eschenbachgasse, in 1872 door Thienemann gebouwd, het gebouw voor schoone kunsten aan het Karlsplein (1868 gebouwd, 1881 uitgebreid) het oude gebouw der nar tionale bank in de Herrengasse (1820) met het daartegenover gelegen nieuwe gebouw (1860), het gebouw der credietinrichting, het beursgebouw aan den Schottenring, naar ontwerpen van Hansen en Tiets (1872—1877) met een groote buitentrap, ruime portalen, groote vestibule en een beurszaal ter lengte van 69 en ter breedte van 40 m., de nieuwe gebouwen van de bank voor de vereenigde landen, de grondkredietbank, de verkeersbank en de bank van leening, van de stations het gebouw van den Ferdinands-Noorderspoorweg, dat van den Zuiderspoorweg, den Staatsspoorweg, de Westelijke Staatsbanen, den Franz-Josephsspoorweg, den Oostenrijksch-Noordwestspoorweg enz.

Van de overige gebouwen moeten nog genoemd worden: het Invalidenhuis aan de Landstrasze met

Sluiten