Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 000 bedden), dat met de universiteitsklinieken in g verbinding staat en een nieuw gebouw heeft ver- £ kregen, het ziekenhuis op de Wieden met 580 bed- s den, de Rudolfstichting met 860 bedden, het Keizer- ( Frans-Jozefshospitaal, het Keizerin-Elizabethhospi- i taal, het Stefanie- en het Wilhelminahospitaal, de i hospitalen van de Barmhartige Broeders, deEliza- i bethinen en de Barmhartige Zusters. Verder bezit i Weenen 4 stedelijke epidemiehospitalen, 2 garni- i zoenshospitalen,een ziekenhuis voor geestelijken, een hospitaal van de Weener kooplieden, 7 kinderziekenhuizen, een Israelietisch ziekenhuis, het Maria-Theresiahospitaal voor vrouwen, een verloskundige rijksinrichting en een rijksvondelingeninstituut,

3 herstellingsoorden, een tehuis voor zuigelingen en voor kraamvrouwen en een aantal particuliere geneeskundige inrichtingen. In 1907 werd het nieuwe groote rijkskrankzinnigengesticht geopend, dat uit 60 gebouwen, waaronder een kerk en 34 paviljoenen, bestaat en een ruimte van 97 H. A. inneemt. Het aantal badinrichtingen te Weenen bedraagt 61; daartoe behooren het stedelijk Donaubad met een groot zwembassin, de militaire zweminrichting, het centrale- en het Romeinsche bad, het Diana-, Beatrix- en Sofiabad en 17 volksbaden.

Het openbare armenfonds bezat in 1906 een vermogen van 46 620 730 kronen en gaf uit 7 150 900 kronen. Hierbij komen 1404 particuliere inrichtingen met een jaarlijksche ontvangst van 927 218 kronen. Door de openbare armenverzorging werden 477 419 personen met een bedrag van 20 074 043 kronen en door de particuliere armenverzorging 307 355 personen met een bedrag van 5 976 084 kronen ondersteund. Bijzondere inrichtiugen van weldadigheid zijn: het stedelijk toevluchtsoord, de vereeniging voor dakloozen, het stedelijk werkhuis, het stedelijk asyl voor verlaten kinderen, 2 keizerlijke en 8 stedelijke weeshuizen, 24 particuliere weeshuizen en toevluchtsoorden voor kinderen, 4 blindeninstituten, 3 doofstommeninstituten, 72 kindertuinen, 52 kinderbewaarplaatsen en crèches, 10 vacantiekolonies, 14 armenhuizen en 6 stedelijke inrichtingen voor hulpbehoevenden.

Van groot belang voor de volksgezondheid te Weenen is de waterleiding, die van 1870—1874 werd aangelegd en de stad van bronwater uit het gebied van het Sneeuwgebergte voorziet. Het dagelijksch waterverbruik bedraagt in denzomerll67 568 in den winter 935 260 H. L. Een tweede, pas aangelegde waterleiding voert het water uit het Salzagebied naar de stad. Buitendien wordt sedert 1898 de Wientalwaterleiding, die het water uit de Wien afleidt, voor besproeiing enz. gebruikt. Het riolennet, dat het afvalwater naar het Donaukanaal leidt, heeft een lengte van 1869,4 Ion. Behalve de groote stedelijke electriciteitsinrichting, bestaan er 6 particuliere inrichtingen. Van 1870—1874 werd de groote centrale begraafplaats aangelegd, die een oppervlakte beslaat van 155,7 H. A. In een bijzondere afdeeling vindt men de graven van beroemde mannen. Verder zijn er nog 32 begraafplaatsen in de vroegere voorsteden.

Bestuur, Financiën enz. De gemeenteraad van Weenen bestaat uit 165 leden, die door 3 kiescolleges (volgens de belasting) en een 4ae algemeen kiescollege wordt gekozen. Deze kiest een burgemeester en 3 vice-burgemeesters, welke keuze door den keizer moet worden bekrachtigd. De bur¬

gemeester is tegelijkertijd voorzitter van den magistraat, die uit 6652 ambtenaren en dienaren bestaat, en het bestuursorgaan en de politiemacht in eersten aanleg van de stad vormt. De stedelijke raad bestaat uit den burgemeester, de 3 vice-burgemeesters en 27 door den gemeenteraad uit zijn midden gekozen leden; hij besluit in alle zaken, die niet tot de bevoegdheid van den gemeenteraad en den magistraat behooren. In de 21 distrikten heeft men distriktscomité's en een distriktsbestuurder. De inkomsten van de gemeente bedroegen in 1906 148,1, de uitgaven 143,6 millioen kronen. De waarde van de onroerende gemeentelijke bezittingen was 480, van de roerende bezittingen 204,6 kronen, de stedelijke schuld bedroeg 588,7 millioen kronen.

De stad is de residentie van den keizer, de zetel van de hoogste hofambten, de gemeenschappelijke ministeriën, het diplomatieke corps en de buitenlandsche consulaten, het commando van het 2116 legercorps, het gemeenschappelijk opperste rekenhof, de Oostenrijksche rijksvertegenwoordiging, het rijksgerecht en het bestuursgerechtshof, de Oostenrijksche ministeriën, het opperste gerechtshof en hof van cassatie, het landweeroppercommando, den Neder-Oostenrijkschen Landdag en het Neder-Oostenrijksche Landscomité, de Neder-Oostenrijksche stadhouderij, het landsgendarmerie-commando, de directie van politie, verschillende rechtbanken, een vorstbisschop, een apostolisch veldvicariaat, een superintendant van de Augsburgsche en vandeHelvetische confessie enz. Het wapen van Weenen is een door een nimbus omgeven dubbele adelaar in een zwart veld met een keizerskroon tusschen de koppen en een wit kruis op een rood veld op de borst. Als klein wapen wordt het borstschild van den adelaar gebruikt.

Omgeving. Weinig groote steden bezitten zulk een bekoorlijke omgeving als Weenen. Tot de meest bezochte punten in den omtrek, thans voor een groot deel in het gebied van de gemeente ingelijfd, behooren in het N. het Kahlengebergte (Leopoldsberg, Kalilenberg en Hermannskogel), dat met de hoogten ten Z. daarvan het voornaamste deel van den Weener woud- en weidegordel vormt; verder Klosterneuburg met het klooster van de Augustijner koorheeren, Weidling, Greifenstein met een slotruïne, Dornbach en Neuwaldegg met het park van prins Schwarzenberg en de Sophienalpe, in het W. in het dal van de Wien het keizerlijk lustslot Schönbrunn met een park, de villastreken Hiet: zing met het standbeeld van keizer Mcmmiliaan

■ van Mexico, St. Veit, Hütteldorf, Weidlingau en , Hadersdorf met een park, waarin zich het gedenktee, ken verheft van den veldheer Lüudon, Purkersdorf i en Preszbaum, in het Z. de dalen van Kaltenleutge-

• ben, Breitenfurt en Laas, Perchtoldsdorf, Mödling ) met de Brühl, het keizerlijk lustverblijf Laxenburg

■ met een uitgestrekt park, Gumpoldskirchen, Bas den met het bekoorlijke Helenadal, de badplaats

■ Vöslau, de dalen van de Triesting, Piesting en Pit: teu, Gloggnitz, Payerbach en Reichenau, de toegangen tot de Alpen, den Schneeberg, de Raxalp en

• de Semmering.

! Geschiedenis. Weenen werd in voor-

- Romeinschen tijd door de Kelten bewoond en heette ï aanvankelijk Vindomina, later Vindobona. De 3 plaats werd door de Romeinen versterkt met het

- doel de Donau te beheerschen. Het 13de en vervol-

Sluiten