Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gens het 30de legioen had er zijn vaste legerplaats (castrum stativum). Hier overleed in 180 n. Chr. keizer Marcus Aurelius. In den tijd van de Volksverhuizing wordt Vindomina de grensstad van de Rugiërs en de Oosten-Goten genoemd. Zij bad in dezen tijd veel van verschillende woeste scharen te lijden, totdat het land in de macht van Karei den Groote kwam. Deze stichtte de Ostmark en stelde markgraven aan, die te Melk en later op den Kahlenberg woonden. Markgraaf Leopold de Heilige uit het Huis Batenberg trad op als hersteller vanWeenen. Zijn zoon Hendrik II Jasomirgolt legde de grondslagen der Stephanuskerk, deed in 1160 een burcht aan den Hof verrijzen en bouwde in 1158 het Schottenklooster. Hertog Leopold VI schonk in 1221 aan de stad een rechtsoorkonde, de oudste bekende grondslag van de stedelijke rechten van Weenen, nadat hij reeds omstreeks het jaar 1200 een bureht gesticht had op de plaats, waar zich thans de Hofburcht verheft. De burgers van Weenen kwamen in opstand tegen hertog Frederik den Strijdbare en vonden hulp bij keizer Frederik II. Deze verscheen zelf te Weenen en verhief het in 1237 tot een vrije rijksstad. Wel is waar was Weenen in 1240 gedwongen door hongersnood, zich over te geven aan den hertog, maar in 1246 stierf het Huis Babmberg uit en Weenen werd weder een rijksstad. Ottokar van Bohemen bemachtigde vervolgens de stad door overreding en door voorrechten; hij breidde de stad aanmerkelijk uit door er ook den Schottenhof en den Burcht bij te voegen. Zijn tegenstander Rudolf van Habsburg belegerde Weenen in 1276, maar er kwam een overeenkomst tot stand, waarbij Ottokar met de Duitsche provinciën ook Weenen afstond, dat nu de hoofdzetel der Habsbwgers werd. Hertog Rudolf IV (f 1365) gaf aan de Stephanuskerk haar tegenwoordige gedaante, stichtte in 1365 de universiteit en deed de belangrijkste stedelijke inrichtingen verrijzen. Den 174™ Februari 1448 sloot keizer Frederik III met kardinaal Carvajal het concordaat van Weenen, dat een einde maakte aan de pogingen tot hervorming, door de conciliën aangewend. De stad kwam in verzet tegen Frederik, en toen deze haar in 1462 belegerde, zag hij zich zeiven door de list der Weeners gedurende twee maanden belegerd, totdat Georg Podriebrad, koning van Bohemen, hem bevrijdde. In 1480 werd Weenen de zetel van een bisschop, in 1484 werd de stad belegerd door Malthias Corvinus, die zich aldaar vestigde en in 1490 overleed. Onder Ferdinand I en zijn opvolgers was Weenen voortdurend de verblijfplaats der Duitsche keizers. Gedurende de oorlogen tegen Turkije werd de stad de eerste maal van den 22sten September tot aan den 15d™ October 1529 door sultan Soliman met 120 000 man belegerd, maar door 16 000 soldaten en 5 000 burgers onder < Nikolaus von Salm dapper verdedigd, totdat Soliman bevel gaf tot den aftocht. Graaf Malthias vm i Thurn, door de Protestanten te hulp geroepen, be- i legerde in 1619 aartshertog Ferdinand in Weenen, i maar zag zich genoodzaakt, het beleg op te breken, i In 1645 vertoonden zich de Zweden voor Weenen < om het met een coup de main te bemachtigen, maar < moesten onverrichter zake aftrekken. In 1679, ge- ; lijk vroeger reeds in 1370,1381,1541 en 1564, werd ] de stad door de pest geteisterd. In den nieuwen oor- ' l°g tegen de Turken, door den Hongaarschen graaf 1 Tököly veroorzaakt, werd Weenen van den 14den 1

s Juli tot den 12«™ September 1683 door 200 000 . Turken onder Kara Moestapha belegerd, maar door - 13 000 soldaten en 7 000 burgers onder Rüdiger von 3 Starhemberg verdedigd, totdat Johan Solieski van ï Polen en de hertog van Lotharingen met het rijksi leger ontzet brachten. In 1704 werden de voorstei den, bij de belegering verbrand, maar later weder opgebouwd, tegen de Hongaarsche opstandelingen onder Rakóczy met vestingwerken omgeven, die haar werkelijk in Maart en Juni van dat jaar tegen de verwoesting beveiligden. In 1723 verhief de paus het bisdom Weenen tot een aartsbisdom. Tijdens de Fransche oorlogen was Weenen dikwijls het tooneel van belangrijke wereldgebeurtenissen. Den 13den November 1805 werd Weenen door Fransche troepen bezet, die echter den 12"™ Januari 1806 ten gevolge van den Vrede van Preszburg de stad weder verlieten. In den nieuwen oorlog tegen Frankrijk verscheen de voorhoede der vijanden den 10dett Mei 1809 voor Weenen en bombardeerde in den nacht van den 12den van uit de voorsteden de Binnenstad, welke den 13dcn Mei capituleerde. Weenen bleef nu het middelpunt der Fransche krijgsmacht tot aan den Vrede van Weenen van den 14dL'n October 1809. In 1816 had te Weenen het beroemde Weener Congres plaats en in 1819 het Congres van ministers. In 1831 woedde voor de eerste maal de cholera op een vreeselijke wijze binnen de muren dezer stad. In 1848 werd Weenen weldra het middelpunt van de staatkundige beweging in Oostenrijk-Hongarije (zie Oostenrijk,-bldz. 629). Nadat de rust hersteld en de toestand geregeld was, nam de ontwikkeling van Weenen een hooge vlucht. Den 24flten Januari 1857 werd er de muntconferentie gehouden. In 1858 werd de grootsche Ringstrasze aangelegd, welke de Binnenstad omgeeft. In 1873 werd er een wereldtentoonstelling gehouden. In 1892 werden de voorsteden, in 1904 een aantal plaatsen, tot het distriktshoofdmanschap Floridsdorf behoorend, bij Weenen ingelijfd, zoodat de stad thans uit 21 distrikten bestaat.

Weener Congres, een bijeenkomst tot regeling van de machtsverhoudingen der staten, welke aan den oorlog tegen Napoleon 1 hadden deelgenomen, had van 1 October 1814 tot 9 Juni 1815 te Weenen plaats. De beide voornaamste kwesties, welke zouden geregeld worden, waren: 1° het weder opbouwen van een Europeesch statenstelsel, 2° het regelen van de inwendige verhoudingen in Duitschland.

Reeds het vaststellen van de dagorde en van den vorm, waarin de beraadslagingen zouden gehouden worden, gaf aanleiding tot groote moeilijkheden. De gevolmachtigden van Oostenrijk, Rusland, Pruisen en Engeland wilden twee afzonderlijke commissies benoemen tot behandeling van de genoemde punten, Talleyrand daarentegen verdedigde namens Frankrijk het instellen van één enkele algemeene commissie, waarin naast de genoemde landen ook Spanje, Portugal, Zweden en Frankrijk zitting zouden hebben. Ieder lid zou gelijke rechten en één stem hebben. In plaats van de rangorde, zou de volgorde van het Fransche alfabet treden. Een eigenlijke, officiëele opening, waarvoor men den 2Aen November wilde bestemmen, heeft nooit plaats gevonden. Schitterende feesten, tooneelvoorstellingen, bals, partijen enz. dienden om de innerlijke oneenigheid tusschen de in den strijd tegen Napoleon ver-

Sluiten